27.5.08

Legt u mij dat eens uit?



"De wens om deze samenleving een beetje menselijker, warmer te maken, om eerlijkheid, normen en waarden voorop te stellen, die deel ik met U. Dat is wat mij in de politiek bracht en wat mij drijft.

Laten wij er samen aan werken."

Dat schreef u in november vorig jaar nog op mijn blog: http://arneschoenvuur.blogspot.com/search/label/yves%20leterme.

Ik werk alvast aan dat voornemen. Als ik zie hoe uw regering de CREG terugfluit en u toestaat hoe Electrabel/Suez ons twee keer naait, dan heb ik mijn twijfels over uw bijdrage.


Maakt dat dat u helemaal niets doet? Nee. Ik geloof graag dat u zich behoorlijk hard inzet. U kunt het per slot van rekening niet alleen. Maar als hoofd van de regering draagt u wel de verantwoordelijkheid.

800 000 Vlamingen hebben u gekozen om zich beschermd te voelen. Bescherming, niet opportunisme, is de gemeenschappelijke drijfveer van de kiezers. Maar eerlijk gezegd voel ik me sinds de laatste verkiezingen vogelvrij verklaard.

Als burger moet ik vandaag zelf opboksen tegen de Suezzen van deze wereld. Moet ik zelf maar zien hoe ik zelf overeind blijf in dat kluwen van belastingen. Zelfs die zogenaamde roemruchte sociale zekerheid biedt nog lang niet genoeg bescherming aan wie het nodig heeft. Ik moet er zelf maar mijn weg in zien te vinden. En ook daarbij moet je je door heel wat administratie en willekeur worstelen. En dan is er nog het duurzaamheidsvraagstuk. Krijgen we daar veel hulp?

Voedselprijzen stijgen, energie wordt stilaan onbetaalbaar, de onderlinge onverdraagzaamheid neemt toe, net zoals de sociale onrust en de armoede.

Het is een strijd waarin het individu gedoemd is om te verliezen. Maar in plaats van ons te verenigen om samen met u een antwoord te vinden op de uitdagingen van morgen zien we een regering die allesbehalve een voorbeeld is van samenhorigheid. Het is een regering - en een politieke kaste - die alle normen en principes verloochent waarvan ze verwacht dat de burgers ze zelf wel respecteren. En altijd is er wel een reden te verzinnen waarom er uitzonderingen op de regels mogen zijn. Behalve voor ons.

We hebben u ons land en onze beleidsinstrumenten toevertrouwd. We hebben u de macht gegeven om 'voor ons huis' te werken en te strijden wanneer dat nodig zou zijn. De enige vechtlust die uw regering tot nu toe al aan de dag gelegd heeft is er één die gericht is op het neersabelen van de coalitiepartners, gericht op het binnenhalen van pyrrussuccesjes en gericht op het behalen van persoonlijke eer. Vetevechters.

U bent zelf een huisvader. Beeldt u zich eens in dat u en uw vrouw zouden handelen zoals uw regering nu handelt voor dit land. Wat zouden uw kinderen daarvan vinden? Het zou niet lang duren of u zou zich beiden mogen verantwoorden voor kindermishandeling.

Het gaat niet op om "eerlijkheid, normen en waarden" voorop te stellen, ze te prediken en om ze dan met de voeten te treden. Hoe wilt u dat wij gelijkwaardig en respectvol met elkaar omgaan, begripvol en sociaal als de politiek meer fungeert als een allesvermalende machine, als de administraties alsmaar onpersoonlijker worden (niet door de mensen zelf, maar door de regeltjes) en als het zelfbeschikkingsrecht van een democratisch verkozen regering en parlement nog altijd geheel op z'n 19de eeuws aan banden is gelegd door wie economisch de grootste macht heeft?

Legt u mij dat eens uit?

6.5.08

pantiro

hoe kun je tegen elkaar strijden voor elkaar als de nacht dient om het licht van de dag te vergeten terwijl de sterren en de maan net het omgekeerde beweren? wat herinnert er nog aan het strelen wanneer we in onze schaafwonden blazen? zijn het misschien kussen om de pijn te sussen? een zwijg-stil-toe-laat-me-niet-boos zijn? als je struikelt onderweg, is de hele weg ernaartoe dan ook tevergeefs geweest?

het zal zijn of het zal niet zijn. als je stilstaat. de haren die de wind streelt zullen straks gegeseld worden door de hagel, het is dezelfde wolk die lief en leed met je deelt. eerst nog gleed je zacht wiegend met het hoge gras in de weiden links en rechts van je door de velden over het zacht meanderende paadje, het grind ging met een verliefd zuchtje weer achter je liggen. kijk je nu eens gaan. je trapt en trapt en trapt en trapt, het pad klampt zich aan de bermen vast om niet onder je gebeuk te bezwijken terwijl de lucht kolkt alsof de hemel en de aarde tegelijk zullen opensplijten en je regelrecht de afgrond in stort. je was een ruiter op een galopperend paard, je bent een mug in de hals van een dolgedraaide merrie. hetzelfde paard, hetzelfde pad, dezelfde ruiter.

wanneer de inkt verbleekt, dooft het licht uit in de pagina. het blad is amper nog goed voor een bootje, gefrommel met veel te weinig hoekjes en kantjes, beheersing uit respect, zeg maar. zeg maar niets. dat is al meer dan genoeg. maar als de letters verdampt zijn en het boek uitgesproken is, zal de wereld dan zonder verhalen zijn? het is niet omdat een punt je zin stokt, dat de rest moet zwijgen.

laat ik je eens liefhebben. laat ik je loslaten. laat ik niet molenwiekkend achter je aanhollen, graaiend naar je stuur, een tikje hier, een tikje daar, op zoek naar evenwicht, laat ik maar voor je zorgen door je de wereld te laten. geen kussen meer najagen, als een kind de vlinders in een zomerstorm. de handen laten zakken. zakken. even tot jezelf komen, je sleutels vinden. ermee rommelen, wat geld, een beetje goed geluk, wat dromen van een glas bier op een terras dat nu nog aan de andere kant van de wereld ligt, maar straks alweer een halfuurtje van hier.

ik zie je vechten. laat het een dans zijn, probeer ik. laat het de vrije loop zijn, op goed geluk. laat het de beklimming van de mont ventoux zijn aan het einde van een superspannende tour de france en ik de enige toeschouwer. laat het maar zijn wat het is. het is zo al gek genoeg. wat is genoeg? wat is gek genoeg? ik zie hoe de prikkeldraad naar je enkels graait. ben ik de enige die dit ziet? ik zie hoe de populieren op knappen staan om je één voor één te vermorzelen.

in het diepst van mijn gedachten. daar kom je enkel jezelf tegen. geen jan zonder vrees. geen held. geen spieren geen vernuft geen slavenvolk om je sterk te maken en je te verstoppen in een burcht. noch troje. noch paard. noch helena. al heb je haar schoonheid wel. en het gevoel dat je enkel de mijne werd als ik je mocht schaken. laat ik van je houden, maar dan zonder n met open einde je weet wel niet hoe dat gaat.

je neemt een bocht. een hoekje om. aan de einder (waar zeg je) slaat de bliksem in, ik weet het zeker, hij miste je op een haar. een uur later kom ik naast je staan. je fiets staat heelhuids tegen de muur geparkeerd. een slot als teken van bewaring. waar was je toen ik je nodig had? je nipt aan een fruitsap. je mond en ogen - een beetje zon in tegenlicht - in echo. hier. toen daar.

praatjesmaker.

festijn

Dit is het lichaam.
Neem en eet hiervan gij Allen.
Tot verzadiging van de zonden.

Om je los te laten
zal ik mijn beide handen moeten openwrikken
met die van jou
en dat zonder het je te vragen

Mijn ogen zullen hol staan
maar dan in afwachting van je medelijden
dat niet komen zal

Mijn poriën zullen hun adem inhouden
zodat er alvast daar ruimte is
voor je warme adem en troostende woorden
bij monde van kussen
op mijn huid

Mijn voeten?
Die staan als schoenen
klaar aan de deurmat
- eelt omdat de tijd me geleerd heeft
mijn voeten te vegen
voor het buitengaan -
om jouw richting uit te gaan

Van beweging is nog geen sprake
maar dat komt wel
als je meegaat

Mijn lippen de vensterbanken
in de herfst, lege bloempotten
waarin ooit geraniums
het mooie weer maakten
daar kun je nu verpozen
op gedachten komen
voor je aan mijn mond
je oor te luister legt
wees op je hoede als je je verdiept
in wat ik zeg, mijn tong
is gulzig, en lustig
in de onderwereld
huist het temperament

Mijn tanden zijn er
om zich in je vast te bijten
je op te eten
met huid en haar

Mijn oren heb ik dichtgenaaid
wees gerust het deed geen pijn
ik deed het om mezelf te beschermen
tegen tegenspraak

een kwestie van volledig
de jouwe te kunnen zijn.

Smakelijk.