11.9.08

kiezen of. I de stokken en de slangen

in iedere stok zie ik een slang. hoelang het al aan de gang is weet ik niet. ik denk dat ik het weet sinds ik weet. het klinkt wat verfromfaaid. het ritselt als een pagina die ik uit een roman scheur als ik er net iets levensbelangrijk op heb gevonden. het betekent alles. het zegt niks.

de stokken en de slangen, ze zijn giftig, ze liggen op de loer, ze weten niet dat ik er ben, tot ik er ben maar altijd net iets eerder. ik roep hen bij hun naam, doe verregaande studies, maak voortdurend vergelijkingen en leg hen meermaals op de operatietafel, bouw een deeltjesversneller in een berg om tot de essentie te komen.

met essentie valt niet te leven. wat zou het de wetenschap kunnen schelen? ik vraag het me af. de stokken en de slangen. ze kruisen mijn pad, hoe ik ook van route verander, hoezeer ik ook mijn dagelijkse trajecten angstvallig geheim houd, hoezeer ik ook gek doe. het doet er niet toe. de slangen en de stokken zullen er altijd zijn.

net zoals de paden, de weiden, de velden, de woestijnen, de sterren, de maan, de liefde en de lach, de honger, de dorst, alles wat moet, meer nog wat mag, waar ik heen wil is een weg waar ik ga, waar ik sta, waar ik adem en verstil, waar ik ben, als verschil. de stokken en de slangen, ze zullen er altijd zijn.

het zal me een zorg wezen. ik ben hier en de wereld zal het geweten hebben.