25.12.10

adem

er staat een naam op het raam.
met daaronder een gezichtje.
ik weet niet of je nu naar binnen
of naar buiten kijkt
en wat je daar dan ziet.
je hebt het stiekem gedaan,
zoals het hoort met kattenkwaad.
want het hoorde niet
zo hadden we de kinderen verteld
ademen en dan gezichtjes op het raam
dat maakt plekken
en dan moet mama weer aan het poetsen gaan.
nu je er niet meer bent weet ik niet
of ik ooit nog met zeemvel en sop
aan dit raam zal staan.
ik laat mijn vinger langs je naam gaan
en kijk je nog een keer aan.
mijn besluit staat vast:
ik laat je nooit meer gaan.