29.6.06

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ben ik: Instabiliteitspact

Anonymous said...

Waarom sta ik bij poëziekritiek ? Jij hoopte dat ik een criticus was. Waarom denk je dat dit een psychologische oefening is? Jij bent het die jouw antwoorden deze wending gaf.

Jij zoekt erkenning en vriendschap. En nu jij in mijn vriendschapsboek je lievelingseten en favoriete platen hebt geschreven vraag je naar mijn favoriete films en grootste droom. Laat ons niet vervallen in een Joepie-interview, de doelgroep is anders.

Ben er zeker van dat bovenstaande je ook gigantisch pissed maakt… Waarom kan of mag ik niet gewoon interesse hebben in wie jij bent? Ik hou inderdaad van taal, en ook van poëzie, maar ik vind weinig poëzie dat mij aanstaat. Sommige gedichten van jou vind ik echter prachtig. That’s it. Daarom dat ik in een opwelling bij een van je betere schreef: wie ben jij? Zo impulsief ben ik. I’m always craving for new experiences.

En in die “wie ben je” heeft nooit “wie ben ik” geschreven gestaan, dit is jouw binariteit.

Misschien wilde ik dat je prachtig gedicht voor mij schreef en misschien blijft het nu wel stil. Een oefening in hoe instabiel op vier poten te staan.

11:26 PM

Het ware hoffelijk geweest als je jezelf eerst had voorgesteld.

iemand
heeft gezegd
het beeld klopt
maar dan anders

je hoort dat soort dingen
te weten

nergens

in vergeten
ben je geboren
een lichtvlek

je hoofd
blijft buiten

beschouwing

de wereld in het uitstalraam

tuut-tuut-tuut-tuut-tuut-...

(Het laatste commentaar op deze post van Anonymous plus een antwoord lees je volgende week.)


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/29/2006 12:41:26 AM

24.6.06

[Poëzie - Het begin van de snedetocht] *

iemand
heeft gezegd
het beeld klopt
maar dan anders

je hoort dat soort dingen
te weten

nergens

in vergeten
ben je geboren
een lichtvlek

je hoofd
blijft buiten

beschouwing

de wereld in het uitstalraam

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het begin van de snedetocht at 6/23/2006 10:16:32 PM

23.6.06

[Poëzie - Losse Gedichten] The Miranda Warning bis

You have the
right to remain silent.
Anything you say or won't say

can and will be used against you
in a court of law.

You have the right to speak to anyone
and everything

and to have an attorney present
during any questioning.

If you cannot
afford an answer
one will be provided for you
at government expense

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ben ik: Arne S.

Anonymous said...

“Ik probeer me uit je weg te schrijven en te zien wat er overblijft. Waar schrijf ik wat ik wil zien?” Arne! Je neemt mijn volgende vraag weg!

Dat had ik wel kunnen denken, maar heb ik niet gedaan. Mijn vraag zou zijn: en wat zegt deze beschrijving over jou? Waarom antwoord je eigenlijk telkens weer zo open?

Misschien ben ik wel een op hol geslagen stalkster en werk jij mijn waanzin in de hand. Misschien ben ik een poëziecriticus die je aan het bestuderen ben voor een artikel of misschien ben je gewoon het speeltje van een toevallige surfer geworden (maar in dat geval ben ik ook jouwe nieuwe verzetje of zelfs headline). En als ik geen van dit alles ben, wat doet het er dan toe? Wat is er tussenin? Waarom gaat het ook over mij? Ik vroeg toch wie jij bent?

Ik heb trouwens gelachen, maar ben niet bang. Google is te orakelend (in jouw betekenis). Tenzij ik een pseudoniem geef.

Waarom ben (moet) ik een vrouw zijn?

6:37 PM

Je hebt niet goed gelezen. Gesloten antwoorden betekent een gesprek beëindigen. Jij bent niet degene aan wie ik mijn laatste woord gun. Daar ben ik - hoop ik toch - nog iets te jong voor.

Ben je een stalkster? Dan heb je meteen een bekentenis op papier gezet. Aangezien deze berichten niet zo ontraceerbaar zijn als ze lijken, zal ik dat maar uitsluiten.

Poëziecriticus? Kan, maar waarom zo'n spelletjes spelen, testjes doen. 't Heeft iets van een initiatie op een scoutskamp en een psychologiestudent die zijn kennis nu eens uitprobeert.

Poëziecriticus? Dan vraag je wel bijzonder weinig over mijn poëzie. En als dit de manier is om me te peilen dan daag ik je uit voor een echt gesprek. Face to face. Al zal het hele gesprek vooral draaien om de vraag waarom je dan in 's hemelsnaam dit als opmaatje moest hebben. Welk voordeel je eruit gehaald hebt. Welke conclusies je hebt kunnen trekken.

Dit gaat alleen maar over jou. De eerste keer dat je vroeg wie ik was was er al de vraag wie jij was en waarom jij dit deed. Deze weblog ging al over mij, over wat ik deed en dacht. Over wat ik ontdek, en waarover ik schrijf. Nee. Dit gaat niet over mij. Ik neem deel aan deze briefwisseling.

Je schrijft dat je minder materialistisch bent dan ik. Ik antwoordde dat je jezelf kende. Tweemaal mis. Je bent een stuk materialistischer dan mij. Jij zoekt eigenschappen van mij, zaken van me die ik weet niet wie op ik weet niet wat moeten wijzen. Mij moeten ze alleszins niet op iets wijzen. Je houdt de vragen aan in één richting, je hebt liever geen vragen in de andere richting. Weet je wat een tafel antwoordt als ik hem iets vraag?

ding

en verder vraagt-ie niets.

Je bent wie je bent.

Daar heb ik niets aan toe te voegen.

Arne S.


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/23/2006 10:07:42 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: wie jij bent

Anonymous,

Je bent een volhouder, pittig ook, zoveel is duidelijk.

Je bent wijs ook, je weet jezelf in toom te houden als het moet. En toch is er altijd die speelsheid. Subtiel. Je ziet het niet of nauwelijks. Net zoals je het stof pas ziet dansen als het licht op de juiste manier door de ramen valt.

Als ik je woorden herhaal, als ik ze hardop lees, klinken ze helder. Je houdt van taal. Je proeft je woorden voor je ze uitspreekt.

Geen podiumbeest. Al die aandacht hoeft voor jou niet. Maar je hebt zeker en vast wat te vertellen. Dat weet je ook. En als je iets te zeggen hebt, dan ga je er ook voor. Een doorzetter.

Je bent oprecht. Iets naïever ook dan je zelf wil toegeven.

"Je bent niets speciaals," schrijf je, "of toch, wie weet." Een klein beetje hengelend naar bevestiging en tegelijkertijd me duidelijk makend dat je het zelf wel zal uitmaken.

Ik probeer me uit je weg te schrijven en te zien wat er overblijft. Waar schrijf ik wat ik wil zien? Een vrouw, waarschijnlijk.

Het is moeilijk je zo te omschrijven zonder iemand voor ogen te hebben. Voor jou ligt dat enigszins anders. Je kent me. Je weet net iets te veel om me niet te kennen. Even die grens over, niets speciaals, of toch, wie weet.

Ergens ben je bang. En nu ik het schrijf, lach je. Dat ik ontgoocheld zou zijn? Je zou beter moeten weten. Aangenaam verrast, dat zeker.

Het is moeilijk te zeggen of ik nu verwoord hoe ik denk dat je bent, hoe ik droom dat je bent of hoe ik verlang dat je bent. Waar is de slaap, waar is de rede, waar is het licht en is het duister geen duister maar blindheid omdat ik in de zon staar?

Er ontbreekt iets aan dit gesprek. En dat is de echte ontmoeting. Alle communicatie vindt plaats tussen mensen, niet in die mensen. En op wat tussen ons in is, hebben we weinig vat. Toch?

Waarom heb je me al die vragen gesteld?

En waarom aarzel je nog om me je te vertellen wie je bent?

Wat staat er op het spel?

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/23/2006 08:37:00 AM

21.6.06

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ben ik: nachtrust

Anonymous said...

Je bent gulzig, geen wonder dat je smekt. Hoe hoop je dat ik ben, en wat verwacht je hieruit te leren? Hoe denk je dat ik ben? Misschien stelt een antwoord je wel teleur. Ik ben niets speciaal, of toch, wie weet. Als ik de zwarte achtergrond ben, kan je mij ook een profiel geven...

10:10 PM

Morgen, m'n beste, morgen.

Eerst laat ik de nacht vertellen wat de dag me niet kon zeggen.

Goya's slaap zal me goed doen.

Gegroet,

Arne S.

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 01:48:00 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: PS Leraren Nederlands

de leerkrachten Nederlands waren:

Marleen Tembuyser
Marc (?) Staelens
Liesbeth Jacobs
Daniel Vanrysselberghe
Els Colle
Jan Demedts

may the force be with you...

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 09:01:00 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: (4) Après et avant-la-lettre

Après et avant-la-lettre

Anna zou heel wat van mijn stukken van het afgelopen jaar zwaar bekritiseerd hebben. Niet alleen zou ze kritiek gehad hebben op het ideeëngoed, maar ook op de vorm. De teksten waren slecht. Ik heb lang gedacht dat dit kwam omdat ik te weinig schreef. Vrienden van me die professioneel criticus zijn, schrijven veel vaker en veel beheerster ook. Ik trainde te weinig.

Op een grijze woensdag heb ik dan maar besloten dat ik geen criticus ben, maar een kunstenaar die kritisch over de wereld – en dus ook de kunst – nadenkt. Jeroen Laureyns, naar mijn onbescheiden mening één van Vlaanderens beste kunstcritici, heeft me, zonder het misschien zelf te willen, tot die uitspraak gebracht. Ik was met Jeroen aan het praten over een stuk dat ik net geschreven had voor het tijdschrift rekto.verso. Het stuk was geweigerd om allerlei redenen die me verschrikkelijk voor de borst stuitten, maar die eigenlijk wel terecht waren. In de discussie die we hierover hadden, voelde ik al snel aan dat ik mezelf niet moest willen bewijzen als criticus en dat ik al mijn energie beter in de dingen zou steken die er al zo lang om vroegen. Eén van die dingen was mijn poëzie. Sinds ik die beslissing voor mezelf genomen heb, voel ik me bevrijd. En de grap is nu dat ik veel scherper ben gaan schrijven, ook in mijn kritische stukken.

Ik train nu veel meer. Iedere dag zelfs.

Filosofie is voor mij een vast deel van mijn leven. Ik weet ondertussen wel al dat ik er geen diploma voor nodig heb. Het is misschien makkelijker om je met een diploma en de juiste namen toegang te verschaffen tot gesprekken, bronnen of kringen waar ik nog veel meer uit zou kunnen leren en veel sneller dan ik nu al doe. Maar dat is altijd de helft van het verhaal. Voor de andere helft – het leven – heb ik geen diploma. Kan ook niet. Het enige wat ik wil is dat leven leren kennen en daarvoor moet ik het aandachtig blijven bestuderen, niet per se op een universiteit, maar in dat leven zelf, vanwaar ik sta en waar ik ga.

Uiteindelijk heb ik met mijn Germaanse filologie toch de juiste studierichting gekozen. Want ik ben idd iemand die houdt van de wetmatigheden van taal en communicatie, van hoe de taal zich ontwikkelt, samen met of door onze gedachten. Of hoe de taal onze gedachten ontwikkelt.

De wereld van Sofie is me soms een beetje te après. Ik wil ook wel eens proeven van het leven avant-la-lettre.

Lieve groet,

Arne S.

PS: hoe heet jij?
arne – punt – schoenvuur – at – gmail – punt – com

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 07:34:15 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: (3) zwemmertje zwem

Zwemmertje zwem

Maar ik dwaal af. Eigen aan b-engelen. Leraren Nederlands dus. Eén lerares heeft me aangespoord om mijn talen niet te laten vallen. Op dat ogenblik heb ik gedacht: goed, misschien moet ik echt eens kiezen voor datgene waar ik altijd goed in geweest ben. En gelukkig maar dat ik dat gedaan heb.

Uiteindelijk ben ik Germaanse Filologie gaan studeren. Vrije keuze? Nou ja. Alle andere infodagen (burgerlijk ingenieur, bio-ingenieur, handelsingenieur, politieke wetenschappen, communicatiewetenschappen) hadden me niet bepaald weten te overtuigen. En voor theater of kunstwetenschappen voelde ik me niet in de wieg gelegd. En filosofie? Dat kon ik later wel leren. Wat moet je daar ook mee, dacht ik toen. Ik liep een laatstejaarsstudent tegen het lijf die me vertelde welke keuzevakken hij had in zijn laatste jaar en ik was verkocht. Dat wilde ik doen: taal leren, boeken lezen, wat cultuur opdoen en me gaandeweg een eigen weg zoeken. Twee jaar later mochten we maar half zoveel keuzevakken meer kiezen. Sneu.

Uiteindelijk ging het bijzonder vlotjes allemaal. Een jaartje Nederland was mooi meegenomen en die scriptie was ook een fijne onderneming. Een hele fijne zelfs. Want het is pas door die scriptie dat ik mijn eigen visie over kunst begon vorm te geven. De gesprekken met mijn promotor Yves T’Sjoen zijn bijzonder waardevol geweest. Ik had iemand die me het gevoel gaf dat we aan het praten waren over kunst en over literatuur in plaats van dat hij of iemand anders me aan het doceren was.

Ik voelde me goed met die kunst in de buurt. Ik voelde me nog beter wanneer ik erover kon nadenken en spreken. Na mijn studie heb ik even getwijfeld of ik behoudsmedewerker actuele kunst of journalistiek wilde doen. Voor dat eerste moest je veeleer uit de richtingen archeologie komen of kunstwetenschappen, maar ik had op mijn sollicitatiegesprek aangevoerd dat kritiek het belangrijkste en nog steeds meest onderschatte bewaringsinstrument was. Uiteindelijk heb ik nogal pragmatisch de knoop doorgehakt en ben ik een jaartje journalistiek gaan doen.

Daar bleek al snel dat ik voor de kleine stukken niet in de weggelegd was. Ik ben ook niet feitelijk genoeg, niet nuchter genoeg, te veel eigengereidheid die ik niet in toom kan houden. Toch niet voor een beginnend journalist. En – niet onbelangrijk – mijn stijl was nog niet je-dattum. Allemaal dingen waar aan gewerkt kon worden, maar ik koos, alweer vrij impulsief, een stageplaats op de radio. Daar reed ik me al snel vast, want ik had geen stemattest. Desondanks ben ik er ruim een jaar blijven werken en heb ik er bijzonder veel geleerd.

Maar niet genoeg. In die periode heb ik twee keer kunnen deelnemen aan een workshop kunst- en cultuurkritiek en voor het eerst voelde ik me thuis. Acht jongeren die over kunst discussiëren en een bevallige oudere dame die ons subtiel laat kennismaken met onze eigen tekortkomingen én ons erover heen helpt. Anna Tilroe is en blijft een godsgeschenk. Voor mij toch.

Dankzij haar masterclass en onze gesprekken heb ik me dikwijls erg confronterende vragen gesteld, maar ze heeft me zoveel levenswijsheid leren kennen én de kracht van de autodidact. Bevestiging. Alweer. Altijd. Anna Tilroe heeft geen kunstopleiding genoten, maar ze is toch maar mooi geworden wie ze is: een prachtig mens.


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 07:34:15 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: (2) een b-engel

De begoochelende filosofie

Waarom geen filosofie studeren? Wat heeft me tegengehouden? Niets. Kijk, toen ik een jaar of zestien was wilde ik me in de wiskunde en de wetenschappen storten. Ik was verlekkerd op vraagstukken en logica, op knutselen met bestaande mechaniekjes die zich - gezien mijn resultaten voor wiskunde - niet zomaar lieten ontwrichten.

Uiteindelijk ben ik ook een van de vele germanisten met "het leraar Nederlands-verhaal". Want ondanks de liefde voor de wiskunde, had ik een grote liefde voor literatuur en taal. Filosofie dat was toen geen vak en daar heb ik in het middelbaar nauwelijks van geproefd. Tenzij thuis, voor mezelf, naarstig denkoefeningetjes uitproberend.

Gedachte-experimenten, om mijn gevoelswereld in kaart te brengen, maar ook om de problemen thuis te ontvluchten, of beter, te beheersen. Dat zoeken van bevestiging heeft lang gelijk gestaan aan het hebben van een eigen identiteit.

Details ga ik hierover niet geven. Je moet er ook niet naar vragen. Maar ik weet hoe het voelt om met je hele wezen zo op de rand te balanceren. Vroeger dacht ik altijd dat je op een bepaalde dag “volwassen” werd en dat je dat dan aan allerlei dingen merkte, net zoals je schaamhaar kreeg wanneer je lichamelijk een man / vrouw werd. Mijn vader vertelde me in een van onze zeldzame echt openhartige gesprekken dat er geen volwassen worden bestond. Kinderen ja, dat waren we, en de één al zorgzamer dan de ander.

Hij had ongelijk. Op de dag dat die verlossende bevestiging kwam en het respect voor het feit dat ik zonder enige hulp van buitenaf zo’n heldere analyse had gemaakt van de verstikkende gezinssituatie bij ons thuis, dan ben ik volwassen geworden. Dan is eigenlijk ook de noodzaak weggevallen om mijn leven te beargumenteren met voetnoten.

In de filosofie vind ik die bevestiging terug. Het geeft me vreugde. Maar ik vind die bevestiging net zo goed in wat er om me heen gebeurt, gaande van reclame, over het journaal en films, tot gesprekken en literatuur. Joie de vivre.

Ik ben verlekkerd op de ironie van de evidentie. En ik hou van engelen, van de door onze hypocrisie verstoten symbolen van menselijke hoogmoed. En ik hou van de figuur van Socrates, of beter, ik hou van het verhaaltje van Socrates dat me altijd verteld is door mijn vader en waarover ik 8 jaar geleden enkele Latijnse teksten heb mogen lezen. De wijze man met de glimlach, niet venijnig, maar bijna naïef, vragend. Laat de historici nu maar zeggen dat dát Socrates niet was. Het is míjn Socrates. Het is wie ik hoop te worden.

Een B-engel.

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 07:33:01 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: (1) een dansende krijger

Dansende krijger

Iemand schreef ooit: "Je bent een dansende krijger. Hou de rug recht en het hoofd koel."
Beter had ik het niet kunnen zeggen.

Je hebt het voor het grootste deel bij het rechte eind. Ere wie ere toekomt. Scherpe blik, goed oor en vooral geduld.

Het schrijven over schrijvers uit onzekerheid? Vast wel. M'n scriptie was zwaar gelardeerd met voetnoten en m'n eerste recensies / essays lardeerde ik met citaten. Vorig jaar heb ik, onder redactie van enkele vrienden, een recensie geschreven over de theaterbewerking van Bezonken Rood (in een regie van Guy Cassiers). Het essay had een drietal citaten / externe verwijzingen als uitgangspunt. Eén ervan (die naar Susan Sontag) is er uiteindelijk uitgeschreven, een ander (naar Hercules) is gereduceerd. Alleen Kurosawa is overeind gebleven. In het zoeken naar de juiste vorm van dat stuk, heb ik mijn eigen stem gevonden.

Als je de commentaren leest - je volgt het blijkbaar al een tijdje - zal je zien dat de namen stelselmatig verminderen, dat letterlijke citaten geparafraseerd worden, dat ik er stilaan in slaag om me die ideeën toe te eigenen. Het heeft zeker en vast te maken met onzekerheid, maar evengoed met respect. Wat Badiou formuleert, wat Foucault formuleert, wat Adorno schrijft, dat kan ik niet in één twee drie navertellen.

Een voorbeeldje: ik heb het boek The history of Madness van Foucault een jaar geleden gelezen ter voorbereiding op een lessenreeks in februari en maart. Tijdens de voorbereiding van de lessen en tijdens de lessen zelf begon ik pas echt een idee te krijgen waar het bij Foucault om te doen was. Ondertussen had ik de tekst (het slothoofdstuk uit het boek) al verschillende keren gelezen en verteld/vertaald voor de studenten.

Tijdens het mondelinge examen heb ik zo'n 30 parafrases gehoord van de tekst. Niet allemaal even sterk, meer wel waardevol. En pas nu heb ik het gevoel dat ik datgene waar Foucault over schrijft in mijn eigen woorden kan becommentariëren.

Het gevoel van respect tegenover de genoemde auteurs is groot, omdat ze een onverwachte en intrigerende stem zijn in de dialoog in mijn hoofd, de dialoog waar Samuel Vriezen het op De Contrabas over heeft gehad. Ja die, wanneer twee teksten die je na elkaar gelezen hebt met elkaar aan het kletsen slaan.

Ik heb me dikwijls afgevraagd of al dat citeren geen onvermijdelijke noodzaak was. Of je nog teksten kon schrijven zonder postmodern aan het verwijzen en citeren te slaan. Samen met Foucault heb ik me afgevraagd of de auteur nog bestond.

Het zijn altijd maar vragen...

Tijdens een discussie enkele jaren geleden heb ik ooit geopperd dat mensen (toen: critici) niets anders te doen stond dan te proberen iets te begrijpen en dat het ultieme begrijpen ergens op oneindig lag. Ons hele leven is als twee evenwijdige rechten die snijden op dat ene punt, ons hele leven bestaat uit het afleggen van een traject naar oneindig. Niet omwille van dat punt, maar omwille van het traject. Ik hou van dat traject, van dat naïeve proberen.


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 07:31:25 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ben ik: jij zegt het

Anonymous said...


Met orakelen bedoelde ik « raadselachtig en geheimzinnig spreken » (Van
Dale), niet voorspellen, omdat je zei dat ik zo merkwaardig stil bleef.
Maar er is geen ingehouden woede, echt niet. Ook vreemd dat je dat denkt.

Wie je bent.
Jong,
haast kinderlijk naïef. Niet denkend aan (ooit te) trouwen,
samenwonend. De kunst van het samenwonen nog steeds aan het leren/
ontdekken. Hopeloos verliefd, maar waarop precies? Pas gerenoveerd.
Denkend aan een nageslacht.
Niet zo narcistisch als je zelf denkt.
Argwanend.
Wispelturig.
Onzeker.
Daarom ook een beetje agressief.
Maar toch zachtaardig over het algemeen.

Zoekend
naar confirmatie, daarom ook dat je zoveel refereert naar andere
schrijvers. Het is niet zozeer je bewondering voor hen die je wil
tonen, en evenmin is het je dankbaarheid tegenover hen, dan wel een
onzeker zijn om zelf gewoon te zeggen, schrijven of doen.

Dus in ontwikkeling.

En dan is er de begoochelende filosofie. Maar toch niet gestudeerd. Waarom? Wat heeft je tegengehouden?

En de kosmologie, bezig met de grote vragen en toch zie je er de humor en absurditeit van in.
Désenchanté? En er blij om?

Zoekend.

Op weg.

Ronduit interessant.

Intelligent.

Goed gevoel voor humor.

Warm.

2:27 PM



--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 05:44:38 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: "jij" / jij mag het zeggen

Anonymous said...

Hoe ik ben?
Anders dan jij. Minder materialistisch.
Ik verwachtte geen “administratieve identiteit” zoals je het zelf noemt toen ik je vroeg naar wie je bent.
En
ik ben ook niet jouw zwarte, retorisch orakelende weergalm. Ik
analyseer enkel jouw antwoord waar inderdaad wat en wie -zelfs
expliciet- samengaan. Ik vind het wat vreemd dat dit het geval is.
Daarom dat ik vroeg naar nog een tweede poging.

Maar het is wel consistent met hoe je schrijft, denk ik.

Hoeveel van jou denk jij dat er op je site staat?



Zal ik je zeggen wie je bent?

Trouwens, waarom ben ik gecategoriseerd bij poëziekritiek?)

1:56 PM

Zeg jij me eens wie ik ben.

En leg misschien ook eens uit waar die ingehouden woede vandaan komt.

Vanwaar ook de vraag "hoeveel van jou denk jij dat er op je site staat?"?

"Jij" bent overigens niet ondergebracht bij Poëziekritiek, maar de teksten wel.

En de "jij" waar ik tegen schrijf, is dat zwarte wel. Dat hoef jij niet te zijn. Ik ken je niet, dus wat zou het.

Die leegte is allesbehalve orakelend. Ze voorspelt met niets. Ze spelt me niets. Ze laat me vallen. Ze laat me verdwalen.




--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 05:03:34 AM

[Poëzie - Het einde van de dadelijkheid] Het einde van de dadelijkheid: de aardetekenaar

smeed de bodem
dicht, doof de aarde en schitter
in het aanschijn van de zon
is de glans van de mensheid

je lucifer breekt
je probeert het nog een keer

onbenul
gek

hoe een lullig woord groots kan zijn

het begrip
mens

heeft iets calvinistisch en de rest
dat is cultuur

behaaglijkheid om te vergeten

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het einde van de dadelijkheid at 6/21/2006 04:22:21 AM

[Poëzie - Het einde van de dadelijkheid] Het einde van de dadelijkheid: het is, beslist

vlees
dat wiskundig
en –keurig
van a naar b

en het was diezelfde wiskunde
die de toevalligheid van dobbelstenen
in kaart heeft gebracht

beslist
wie een gok waagt
verliest vandaag
met zekerheid

zonder ons is er geen angst
en wie menslievend is, weet
hiervan te houden


wij, die geen vezel rond ons hart kennen, voelen

als stollend ijzer dat alsmaar minder
diepe voren krast in beton er is haast bij
het gaat regenen

hopelijk

wordt het daarna nog eens kosmisch heet
onder onze voeten

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het einde van de dadelijkheid at 6/21/2006 04:18:29 AM

[Poëzie - Het einde van de dadelijkheid] Het einde van de dadelijkheid II: Het hoofd

stel
een ballon zuigt zichzelf
vol
tot alles
wat rond hem in hem
in zich opneemt

en alles wordt er niets meer is

dan iets of iemand – onbeduidend
een algemeenheid - loslaat
en met een oorverdovend gefluit
er is geen geluid want ook geen buitenlucht

stel je voor:
er zijn geen oren
herinner je

de wetten van de fysica moeten nog geboren

er moet nog niets

alles naar buiten wordt geperst
god
mijn beste
is een punt

in termen van tijd uitgedrukt
keerbaar zwart gat onthecht tegendeel

er is ons geen woord gegund om
hieraan te ontsnappen

een stelletje
geordende neuronen
E-L-E-K-T-R-I-C-I-T-E-I-T
biologica

zelfs de grootste fout is nu
te verklaren

ik wil naar je kut staren
en me in ’s hemelsnaam dom houden.
vingers in het stopcontact

DEFORMATEREN en FRAGMENTEREN
MOETNETISCH in plaats van MAGNETISCH zijn

met een onbehoefte om uitvoeglijk te doen

nana jeejee

e oe e oe

plankte de wezel

ik ben een uil
geen gedachte diep genoeg omdat te bewijzen
er is poëzie er wordt verondersteld

dat is
voldoende


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het einde van de dadelijkheid at 6/21/2006 04:03:52 AM

[Poëzie - Het einde van de dadelijkheid] Het einde van de dadelijkheid I: En-sof

tot de keel vol
zat het moment van keren
en alzwart

eindelijk toen
bewezen dat licht een gewicht heeft

geen mens
om het te zien
de voorgeboorte van de fysica

altijd
tout le temps
always
and forever

dat wat voor onmogelijk gehouden werd
is niet aan ons besteed
hier is niets
aan ons besteed
wij zijn louter
besteed aan elkaar

ik dwaal af


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het einde van de dadelijkheid at 6/21/2006 03:56:47 AM

[Poëzie - Het einde van de dadelijkheid] Het einde van de dadelijkheid: opmaat

‘Dat wil zeggen: wij dachten wel, dat er vrij wat gebeuren zou, maar 't is slechts eene kleinigheid, en zal tot geene dadelijkheden overslaan. Onder de vuurwerken is een balletje van nat gemaakt kruid, dat wegbrandt, zonder een slag te geven, maar slechts een sissend geluid maakt, en daarom sisser genoemd, zeker wel het allergeringste’
(Harrebomée II, 270 a); vgl. Sewel.

bron

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Het einde van de dadelijkheid at 6/21/2006 03:35:34 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: gelijk oversteken?

Anonymous said...

Nu weet ik wat je bent ("met name" een dichter die de nadruk legt op wat dingen en subjecten zijn), maar niet wie je bent.

Probeer het nog eens.

12:06 PM

Hier ben ik geneigd om te schrijven: gelijk oversteken.

Je zegt nu enigszins te weten wat ik ben maar niet wie, een opmerking die ik impliciet zelf al geformuleerd had in m'n antwoord.

Wat je me vraagt is een uitdrukking. Die uitdrukking is zowel fysiek (hoe zie ik eruit ?) als niet-fysiek (wat doe ik? wat zeg ik? wat voel ik?).

Je kunt me naar mijn administratieve identiteit vragen. Die heb je al, dus dat is blijkbaar niet voldoende.

"L'homme doit créer sa propre essence", schreef Sartre en iedereen klampte zich weer vast aan de grote betekenisgevers van weleer. Wat dat betreft zijn we minder fortuinlijke doe-het-zelvers. Dat ze daar eens een reality-programma over maken.

Mijn identiteit is mijn betekenis. Mijn identiteit is mijn bekentenis. Wie ik ben is wat ik doe. Het is mijn schikken van de dingen rondom mij, het is de reactie op hoe de zaken rondom mij mezelf herschikken.

Het antwoord op jouw vraag kan niet anders dan een stamelen zijn. Het blijft merkwaardig stil aan de andere kant van de lijn. Je bent als het zwart van mijn weblog, de achtergrond waartegen ik schrijf. Je bent de retorische stilte waar de echo van mijn vragen in verstomt.

Laten we eerlijk zijn. Ik ben niemand zonder iemand anders. Zoals de "A" zonder "B" geen "A" is. En toch. Toch is het dat wat we als mensen doen, ons in een kosmische leegte bezig houden. Alfred Schaffer had het in Geen hand voor ogen over iemand die een ruimte afbakent, twee passen bij twee. En het doet er niet toe.

Wie ik ben? Ik ben een passenzetter in de leegte. Ik ben de zwemmer van Paul Snoek, de Lillith van Lucebert, ik ben Neil Armstrong, en naar het schijnt ook een beetje God. Ik ben leegte, maar geen vacuüm. Ik ben een handvol zandkorrels, ik ben de ruimte tussen de zandkorrels vlak voor de laatste korrels weggegleden zijn.

Alles wat ik doe, is mezelf strelen. Met woorden, met prenten, met indrukken. Een Narcist, dat ben ik.

Ik ben de helft van een ontmoeting.

Ik ben tot daar aan de grens van wat jou aanraakt. Ik ben de aanleiding tot de grens. Wij zijn de grens. Wij zijn grenzen.

Wij zijn.

Ik ben.

Hoe ben jij?


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 03:31:25 AM

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ben ik: de eigenaardigheid van een eigennaam

Anonymous said...


wie ben jij?

5:37 PM

Arne S. said...

Arne Schoenvuur. En jij?

6:06 PM

Anonymous said...

misschien je tegenovergestelde, misschien ook niet. Wil ik je wel vertellen, maar niet voor gans cyberspace.

6:29 PM

Anonymous said...

maar wie ben jij? (en deze keer niet zo flauw)

Wie ben ik? Niet, wat ben ik? Of is wat ik ben ook wie ik ben?

Weledele anonieme bezoeker, je maakt het me niet makkelijk. En dat hoeft ook niet.

Arne Schoenvuur - per abuis ook wel eens aangekondigd als Arne Schoenmaker - is dichter. Niet voltijds, maar altijds.

Als je me eens door de Google-zeef haalt, kom je er al snel achter dat ik per ouderlijke definitie (en door de nauwgezetheid van een of andere gemeentelijke ambtenaar van de dienst bevolking) Hannes Couvreur heet. Bij deze heb ik je enig opzoekingswerk bespaard.

Over dat synoniem ga ik niet mysterieus doen. Het is een anagram van mijn naam, te voorschrijn getoverd tijdens een behoorlijk saaie les historische taalkunde, nu alweer 4 jaar geleden.

Waarom ik die naam gekozen heb? Voor het plezier. Omdat ik wil voelen hoe het is om je een andere naam aan te meten. Misschien ook om afstand te creëren.

Wat is er zo eigen aan eigennamen?
Eigennamen zijn rare dingen. Enkele dagen geleden zat ik buiten op de stoep voor ons appartementsgebouw mijn fiets schoon te maken. Terwijl ik daarmee bezig was, zette onze Bulgaarse overbuurman zijn stoeltje naast me neer en ging gezellig zitten kijken hoe ik mijn spaken trachtte schoon te wrijven.

"Ik haat dat echt, die fietsen." zei hij plotseling. Ik wist even niet goed wat te zeggen. We hadden tot dan toe enkel naar elkaar geknikt op straat. Ik voelde me betrapt en stamelde wat terug. Dat ik het ook niet zo fijn vond, maar dat het eenmaal moest gebeuren. Niet veel later hadden we het verplichtte weerpraatje en net voor de eerste pijnlijke stilte viel, liep zijn jongste dochtertje hard tegen de deur aan, waarna hij scheldend opveerde om zijn schoonmoeder de mantel uit te vegen. Zij had de deur opengezwaaid en het kind onderuit gedonderd.

Pas veel later die dag drong het tot me door dat we ons niet aan elkaar hadden voorgesteld. Het zou nochtans een eenvoudige handeling geweest zijn: "Hallo ik ben Hannes" "Hallo ik ben ...". Maar geen van ons had eraan gedacht de oversteek te wagen. Want daar ging het om, om afstand. Wij bewaarden onbewust de afstand. Waarom?

Hannes groet 's avonds de dingen
Het is niet de eerste keer dat ik me verbaas over de werking van eigennamen. Maar nu was het wel heel erg confronterend. Ik zette me die avond aan tafel. "Dag Tafel", zei ik. Mijn vriendin was al naar bed, maar had ze me toen bezig gehoord, dan was ze vast en zeker in lachen uitgebarsten.

"Dag kast", "dag lamp", "dag stoel", "dag...", vrolijk mijmerde ik erop los en begroette - net zoals Marc - de dingen. Alleen, van zodra je de dingen bij hun naam noemt, en hen hardop begroet, zijn het geen dingen meer. Het zijn subjecten geworden. Van Ostaijen is een geniaal dichter, maar pas die avond is het tot me doorgedrongen waarom "Marc groet 's morgens de dingen" zoveel meer is dan een naïef singer-swingend kinderrijmpje.

tekstdialoog
Ik denk dat het Samuel Vriezen was die onlangs op De Contrabas schreef dat boeken die je lukraak na elkaar leest steevast in je hoofd met elkaar in dialoog gaan. Op dit ogenblik ben ik na jaren opnieuw aan het grasduinen in de essays van wijlen Herman De Coninck.

In het openingsessay van De Flaptekstlezer doet De Coninck uit de doeken hoe je vooral moet leren observeren wil je poëzie kunnen schrijven. Niet door schichtig rond te kijken, maar door het teveel aan indrukken filteren. Je moet je weer op de dingen leren concentreren, je vergrootglas bovenhalen, ze één voor één op je netvlies laten branden, zonder dat je voortdurend zit te denken dat het zonde is dat je maar naar een enkel iets zit te kijken want je mist zoveel. Terwijl het net omgekeerd is. Je mist veel meer als je alles slechts vluchtig bekijkt. Leven is massaconsumptie. Poëzie is verslaving.

het recht van de dingen is hun naam
De dingen hun volste recht geven. Daar komt het op aan. En dat doe je door ze te benoemen. In poëzie zijn de gebruikelijke namen niet voldoende. Ze vallen door de mand. Je kunt wel tafel schrijven, maar daarmee heb je nog niet de tafel die je nodig hebt waar dat glas op omgestoten wordt na die zoveelste ruzie over hoe hij smekt en hoe zij vit over dingen die toch zo onbelangrijk zijn.

Buiten de poëzie is het wel even anders. Daar spreken we de dingen niet aan. Dat hoort niet. We spreken zelfs nauwelijks nog mensen aan. Omdat ze dingen zouden blijven? Hoe denigrerend. Het enige wat ik had moeten doen om de naam van mijn overbuurman te kennen, was mezelf voorstellen en eventueel ook naar 's mans naam vragen. Poëzie is zo de werkelijkheid bevragen dat zelfs de dingen je weer gaan aanspreken. Om dan voorzichtig naar hun naam te vragen. Nee, poëzie is zacht en heel fijngevoelig met namen langs de dingen heen strijken en zien hoe ze zich al dan niet laten beroeren. Het is vragen om aandacht, zonder te schreeuwen, het is verleiden zonder vulgair te worden. Het is woorden ademen die de dingen uitademen. Het is hopeloos. Het is mooi.

Blijft de vraag: what's in a name?

mijn naam

Voor wat het ertoe doet:
- Hannes Couvreur aka Arne Schoenvuur
- Geboren te Gent op 24 augustus 1981
- Studeerde Germaanse Filologie in Gent en een jaartje journalistiek in Brussel
- Liet zich een jaar uitzuigen op Klara. En zoog er zich tegelijkertijd vol met fijne muziek, fijne vriendschappen en heel veel nieuwe, culturele ontdekkingen.
- Spuit teksten op commando als copywriter en probeert zijn collega's duidelijk te maken dat een copywriter geen tekstpoepend automaat is.
- Heeft dankzij Anna Tilroe het vak van de kunstkritiek leren kennen
- Heeft dankzij Anna Tilroe ook begrepen dat geduld een mooie gave is
- Heeft dankzij Anna Tilroe ingezien dat hij niet helemaal klaar is voor kunstkritiek
- En weet ondertussen dat hij gewoon zijn eigen ding moet doen
- en dat is verder doen.
- Ik heb een hekel aan mensen die zeggen – "Lees eerst eens dit of dat en dan gaan we nog een spreken." – als je hen een vraag hebt gesteld.
- Ik heb een hekel aan mensen die een hekel hebben aan mensen die vragen stellen.
- Ik hou van mensen die je de juiste vragen stellen.
- Ik wil niet antwoorden alsof ik het laatste woord wil hebben.
- Ik wil spreken tot ik bij een vraag uitkom.
- Wat ik lekker vind: Macaroni met kaassaus, hesp en champignons.
- Lievelingsdier: jachtluipaard
- Favoriete auteurs: Schaffer, Faverey, Wallace Stevens, Allen Ginsberg, Michel Foucault, Alain Badiou, Anna Tilroe, Herman De Coninck, Lucebert, Jan Lauwereyns, Mike Mignola,…
- Absolute tegenvaller: Gods ingewanden van Amélie Nothomb
- Muziek: Tenacious D (Concert in Phoenix), Reef, Lamb, Apocalyptica, Nick Cave, Cannonball Adderley (en dan vooral de plaat "Somethin' Else"), en nog zo veel meer (en wat doe je met dat meer)
- lijstjes: welke lijstjes en waarom?



--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/20/2006 02:12:55 PM

20.6.06

RSS: Digitale voedselvergiftiging

Heb jij al gehoord van RSS-FEEDS?

Wat?
RSS oftewel Really Simple Syndication is volgens Wiki "een toepassing van de internetmetataal XML".

Waarom?
Anders gezegd: wat ik op mijn Blog spui, wordt in een soort permanente stroom aangeboden aan een breed publiek in de vorm van een soort telex.

Je kunt met andere woorden - neen, niet met andere woorden, met DEZELFDE woorden - live mijn exploten volgen in het internauticum.

Hoe weet ik of een site RSS-heeft?
Als je in je adresbalk (bij Firefox) of elders op de site dit

of dit




ziet staan.

Hoe lezen?
Om RSS-feeds te lezen heb je een RSS-lezer nodig. Ikzelf gebruik SAGE, maar gewoon eens grasduinen in Google en je ziet meteen dat je keuze zat hebt.







(Sage)

Firefox en de nieuwe Internet Explorer hebben al ingebouwde RSS-lezers. Meer info vind je op de sites van beide browsers.







(Firefox)









(Internet Explorer 7)

Wat is het voordeel van RSS?

Je hoeft je niet meer te abonneren op tal van nieuwsbrieven om te weten wat er gaande is op verschillende sites. Ook moet je niet meer naar je favoriete sites surfen om alles in de gaten te houden.

Met RSS-readers als Sage maak je een soort digitale krant waarin je snel kunt zien op welke sites er nieuwe berichten gepost werden. Je krijgt dan een overzicht van kopjes plus een kort stukje tekst (soms ook het volledige artikel).

Kan het eenvoudiger?

Jawel. Maar wel via de aloude nieuwsbriefweg. Gewoon je e-mailadres invullen rechts bovenaan (onder mijn profiel) en dat is het.

Mooie toepassingen van Feed-pagina's?

http://poeziepamflet.nl/index.html

18.6.06

[Poëzie - Losse Gedichten] patria filii est

waar ik ook
door het land breek

ik geraak je hoe
genaamd niet kwijt

een rivier
in een wereld die bestaat uit oever

mijn enige hoop
is gevestigd op de zon -

ik zal je bron omvloeien
voelen hoe je in me opwelt

- verdampen en jaren later
neervallen

als om jou te voeden
voor ik uitmond

in een nageslacht


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:37:13 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] de omschrijving

trekkerig pentatonisch

alsof inkt er zich mee kan bemoeien
minimale massaverplaatsing
bladeren ritselen

basso continuo, enkel hoorbaar voor olifanten

een laatste trek
over de snarenboog
trilt hier nog na

het is zo uitgesproken
we zijn stemhebbend

zie daar,
alles wat is

voor even


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:27:56 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] brugse poort

enkel doodlopende straten
zonder einde en net daarom
en aan iedere muur een huis
blind

houden niet op met staren
twee mannen
verzetten bergen
hun taal brengt thuis

wat mij verloren was?
weet ik veel

rare tongval vreemde waggel
rook vult lettergrepen die
geen vat krijgen op de juiste gedachte
ik wil weten wat

hier ben je een land
sta op, ga de straat op
en je verovert

er is een wereld
van nooit weggeweest

begrijpen
is zomaar wat rond je as draaien

rennend rond de zon
word je duizelig van

je kan enkel vallen
denk je

als je weet
wat je wil

je bent een broekschijter.


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:24:21 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] parabel

er was eens een koning
die zijn stadswallen alsmaar verder bouwde
tot hij aan de andere kant van de wereld kwam
zijn muren opgehoopt tot een reusachtige toren
onneembaar bastion hij tot de vaststelling kwam

dat hij zichzelf ingemetseld had.



--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:19:09 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] geheelonthouding

het is alsof

ze lopen elkaar voorbij

water dat aan oevers
geen van beide

weet er raad mee
in vertwijfeling blijven ze staan

tot daar de rivier
tot daar de oevers

iemand
vindt het werkwoord worden uit
vanaf dan moest het gebeuren
en wat geboort wordt gestorven

wat grenst
is nagenoeg

onbestaande



--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:14:50 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] geheelonthouding

als er iets is
om van te houden
maar er is niets

wippende takken
dan krakende merels

zolang het niet is

er licht waait wind schijnt
spiegellucht en oplosbaar glas

misschien nog iets om van te houden
waar dichters groots in kunnen zijn

dan komt onverbiddelijk (niet zo
goddeloos) de kritiek
het moeten van begrijpen – een kramp
och gottekes toch
dat strelend verleiden

als taal zonder lezen kon zijn
ik zou ervan kunnen houden
zij
is als Eurydice
een godgeklaagd geschenk

u, lieve lezer, bevestigt mijn verdriet

hij die zich van de kunst losmaakt
is de grootste

verlaten zonder omkijken
de ultieme vorm van eren


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:08:28 PM

[Poëzie - Losse Gedichten] ontbijtend zuur 2

ze zwijgt lacht stil
haar handen

bloot

het tafelblad een afgemeten hakblok
oneindig veel mogelijkheden, scherp
tot op het bot

een vorm
van levenskunst en keukenlicht
vlijm

valt zwaar te verduren.
de nacht stapelt zich op
tegen de ramen op

- dat het kraakt -

(het kraakt niet)

iemand drukt op een knop
even nog uitblazen
en dan

imploderen.

ondertussen valt ergens een dode.
niets om je druk over te maken
het gaat gewoon nooit meer
over.

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Losse Gedichten at 6/18/2006 11:03:50 PM