31.1.08

pas des deux

schoon genoeg heb ik ervan,
dit etalageverhaal waar alsmaar meer
brokken van komen

het gebrek
aan geweld is stuitend het vechten
is dansen, aan elkaar geklonken
jij, die me altijd vakkundig weet
te ontwijken

we horen hier niet thuis toch is ons lot
verbonden het gebrek aan bewegingszin
is van de weerom, stuitend, de strijd
gestreden moet nog bevrijd uit beeld
gehouwen uit voegen gebarsten uit huid
gescheurd uit wondmond bloeden

het gruis zal zich zo hoog opstapelen
wij zullen met stof de wereld verdrinken
in droge lucht misschien moet de waarheid
niet zo werelds zijn kan ik beter
tevreden zijn met de afdruk van mijn blik
in jouw raam

die drie seconden het wegkwijnende verlangen
ik ben lucht voor jou en water
en vieze vlekken die anderen het zicht
op hun droombeeld belemmeren.

ik
ben er helaas
teveel aan.

Op Parlando vind je m'n bijdrage aan het ding-gedichtenproject. Lies Van Gasse en ik hebben een gedicht geschreven bij een schaakbord van Christophe Vekeman. De Parlando-redactie heeft er, net als vorig jaar overigens, weer iets heel moois van gemaakt.

26.1.08

Veroordeling van Abou Jahjah en Ahmed Azzuz zet democratie buiten spel

Waar zijn we in godsnaam mee bezig? Als Abou Jahjah en Ahmed Azzuz van de Arabisch Europese Liga door een Antwerpse rechtbank veroordeeld worden omdat ze hun 'morele gezag' niet aangewend hebben om rellen te stoppen, wat blijft er dan nog overeind van onze democratie?

De bewuste rellen waren in november 2002 uitgebroken nadat een bejaarde man islamleerkracht Mohamed Achrak had doodgeschoten. Jahjah kwam pas na het uitbreken van de rellen ter plaatse en had, volgens de Antwerpse rechter, zijn morele aanzien bij de allochtone gemeenschap moeten aanwenden om de gemoederen te bedaren.

Maar wat is moreel gezag? Welke verantwoordelijkheid brengt dat met zich mee? En kan en moet een mens zich ten allen tijde bewust zijn van hoeveel mensen iemand kan beïnvloeden? Het zijn essentiële vragen waar de Antwerpse rechter in zijn uitspraak aan voorbij gegaan is. Want alleen met een antwoord op die vragen had de rechter in eer en geweten een oordeel kunnen vellen over Jahjah en Azzuz.

Nu heeft de rechter van het begrip 'moreel gezag' een vrijbrief gemaakt om mensen een verantwoordelijkheid aan te wrijven die ze niet kunnen waarmaken. Want hoe zeer kun je het gedrag van een groep mensen sturen? Hangt dat af van 'moreel gezag'? Hangt dat ook niet af van de omstandigheden en de persoonlijkheid van alle mensen die die massa uitmaken die jij zogezegd in bedwang moet houden?

Wie denkt dat de uitspraak van de Antwerpse rechter enkel gericht is tegen Jahjah en Azzuz en met hen de hele moslimgemeenschap, die heeft het mis. Het is een niet mis te verstane waarschuwing aan de hele samenleving. Wie de openbare orde uitdaagt, haalt zich meteen een verpletterende verantwoordelijkheid op de hals.

Laten we dan meteen de redacties van de Vlaamse en Franstalige kranten een jaar naar de gevangenis sturen. Want waar was hun 'moreel gezag' toen ze de afgelopen zeven maanden de Belgische bevolking opgejut en misleid hebben met hun berichtgeving over het communautaire debat. Dat de Vlamingen bewust tegen de Walen gekozen hebben en dat de Walen bewust de Vlamingen willen fnuiken is onjuist gebleken. Maar pers en politici hebben dat verhaal tot een realiteit gemaakt. Misschien hebben we de straten van Brussel nog niet opgebroken, maar de verhoudingen tussen de twee taalgemeenschappen zijn er niet op verbeterd. Als het opstootje in Borgerhout als staatsgevaarlijk wordt gezien, hoe moet je dan nog het gedrag van pers en politici van de afgelopen maanden beoordelen?

Als copywriter probeer ik, samen met een team van Art Directors en strategen communicatie te maken die mensen in beweging zet. Vroeger uit commerciële overwegingen, nu uit maatschappelijk engagement en respect voor mens, milieu en maatschappij. Als dichter stel ik datzelfde weer in vraag.

Persuasief communiceren zoals dat dan heet, is zowat het moeilijkste wat er is. Nu ja, het moeilijkste. Als je niet in populisme wilt vervallen of in holle retoriek, dan is het niet evident. Politici, spin-doctors, priesters, sekteleiders, acteurs, journalisten, mediafiguren, brandgoeroes en woordvoerders, ze bezondigen zich er allemaal aan. Zij krijgen met trucs - noem het techniek als je wil - heel wat mensen in beweging om hun idee te bejubelen, hun visie te realiseren of hun product kopen.

Als je ziet hoe politici tegenwoordig campagne voeren, dan moeten ze behoorlijk schrik krijgen van die Antwerpse rechter. Want zij misleiden schaamteloos de massa. Geef toe, als je alle uitspraken, kiesdrukwerk en partijprogramma's van de afgelopen jaren onder de loep zou nemen, dan is de kloof met de werkelijkheid behoorlijk groot. Is dat dan geen misbruik maken van je 'morele gezag'?

Neen, in dat geval ligt de verantwoordelijkheid bij het individu. Dat kiest bewust voor een politicus, voor een godsdienst, voor een product, voor een mening ook. Kozen die mensen die in 2002 in Borgerhout er dan ook niet zelf voor om op straat te komen? Iedereen had de keuze kunnen maken om niet te komen. De mensen die op straat kwamen kozen ervoor om hun ongenoegen te uiten. Niet zoals ik dat zou doen, maar goed. Daarvoor hebben we een democratie. De grenzen van uitingsvormen kunnen getest worden.

Terug naar de kern van de zaak. Hoe kun je Jahjah en Azzuz aanwrijven dat ze hun 'morele verantwoordelijkheid' niet aangewend hebben om al die individuen op andere gedachten te brengen? Eigenlijk zegt de rechter dat beide mannen die door het establishment - wat een lelijk woord niet? - als duivels versleten werden, hadden moeten optreden als een soort verlichte figuren voor 'hun' gemeenschap. Van een paradox gesproken. Het is nog maar de vraag of de jongeren die op straat kwamen het allemaal eens zijn met Jahjah en Azzuz. En of ze naar hen geluisterd hadden als de twee langs de neus weg hadden gezegd dat ze naar huis moesten terugkeren om daar tussen vier muren, in een moskee of vzw-theehuis hun woede te kanaliseren.

Het is bijzonder cynisch om te zien dat de uitspraak van de Antwerpse rechter gebaseerd is op artikel 66 van het strafwetboek, beter bekend als de 'opruiingswet' van 1886. De wet kwam er op vraag van de conservatieve politicus en industrieel Charles Woeste. Die wilde met de wet de strijd aanbinden met priester Daens en de arbeiders, mensen die toen opkwamen voor datgene waar ze recht op hadden: een beter leven en meer democratie.

Verschilt deze revolte dan zo veel van het protest van de moslimjongeren in Borgerhout? Het 19de eeuwse arbeidersprotest verliep ook niet zoals de elite dacht dat protest hoorde te verlopen: onderdanig, geciviliseerd en in het Frans. Een taal die de arbeiders allesbehalve machtig waren. Klein detail, maar kom. Daens zal zich omdraaien in zijn graf. Dat Woeste, zoveel jaren later, toch zijn gram haalt met zijn wet is een blaam voor onze democratische samenleving en vooral voor de instellingen die die democratie in opdracht van de burgers moeten bewaken.

Hebben we daar zelf schuld aan? Ja, omdat we ons eigen 'moreel gezag' verfoeid hebben. We hebben het steeds meer aan de overheid overgelaten om de samenleving te organiseren. Mensen wijzen op hun plichten en morele verantwoordelijkheid, dat is iets wat je misschien nog doet in een gezin, maar niet meer op straat. Je medeburger aanspreken op zijn of haar verantwoordelijkheid, daar begin je toch niet aan? Je hebt het recht niet, toch? Neen, we hebben dat recht inderdaad niet meer. We hebben het namelijk ten voordele van onze eigen gemoedsrust verpand aan de overheid, aan het gerechtelijk apparaat, aan de pers, aan academici en - godbetert - aan religieuze instanties en 'God'.

Met alle gevolgen van dien. We verliezen de speelruimte die een democratie nodig heeft. Want het oordeel van de rechter in Antwerpen, de uitspraak van een imam of de wil van een premier zijn 'wet'. Daar valt veel minder aan te tornen, daar valt ook veel minder mee te leven dan wat we onderling tegen elkaar zeggen. Dat is absoluut. Absolutie krijgen is een vorm van verlossing, zo geloven de Rooms-Katholieken. Een democratie is niet gebaat met dit soort absolutie. Het stopt het denkvermogen, het vergroot onze angst en het vermindert ons zelfvertrouwen.

We mogen ons niet vergissen: gemoedsrust is geen vrijheid. Onze samenleving heeft weer individuen nodig die hun verantwoordelijkheid opnemen, die publiekelijk het debat aangaan, die mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid, gewoon, op straat, zonder schrik om in elkaar getimmerd te worden en met de zekerheid dat ze van antwoord gediend zullen worden. Maar daar is niets mis mee. Alleen in een dictatuur moet je zwijgen.

Ik zal niet zwijgen. Nooit.

Sluit jij je hierbij aan? Laat van je horen. Stuur door. Maak lawaai.

Volgens Van Dale...

mo·reel1 (het)
1 veerkracht van een groep of individu in moeilijke omstandigheden
2 zedelijk peil
mo·reel2 (bijvoeglijk naamwoord)
1 volgens de moraal
2 betreffende de veerkracht in moeilijke omstandigheden

ge·zag (het)
1 door anderen aanvaarde macht
2 de overheid
3 geestelijk overwicht

16.1.08

“Hebt u behoefte aan cultuur? Of hebde gij soms goesting om ne keer naar de cinema te gaan?”

Hebt u behoefte aan cultuur? De vraag houdt meteen een drempel in. Kijk, het begrip cultuur is een abstract begrip dat de doorsnee cultuurgebruiker niet in de mond neemt. Het is alsof je een mens vraagt: nuttigt u soms voeding? Of neemt u soms alcoholisch vocht tot zich?

De drempel die je wilt blootleggen is geen drempel waar je je argeloze slachtoffer overheen wilt helpen. Het is de drempel waar je zelf van af wilt. Het is de impliciet verdoken hunker naar bevestiging dat datgene waar jij mee bezig bent, waar jij je tot aangetrokken voelt, dat dat normaal is. En dus vragen we het even aan Jan Modaal en Mieke Middelmaat. Wie dat ook mogen zijn. Of zij ons in ons geloof willen bevestigen.

Ik word zo langzamerhand moe van al die drempelkruistochten. Ofwel moet de cultuur gesloopt, ofwel krijg je een hele hoop mensen die pleiten voor de erkenning van de hoogcultuur en voor haar uitzonderingsstatus. Mijn god, waar zijn we mee bezig?


In plaats van zo hardnekkig te proberen om de drempels van allerhande – zogenaamd moeilijkere – cultuuruitingen te slopen, of beter, van iedereen over die drempels heen te hijsen of te lokken, zouden we beter onze energie steken in het waarderen van wat gemakshalve als populaire cultuur versleten wordt. En wat met de andere gemakshelft ook gezien wordt als drempelloze cultuur.

Want net die veronderstelling getuigt van een schrijnend gebrek aan kennis en openheid, een openheid en kennisrijkdom die we paradoxaal genoeg toeschrijven aan de door drempels omgeven culturele wereld waar we ons zo graag in wanen.

Van cultuur veronderstellen we graag dat het iets is waar je wat moeite voor moet doen. In sé gaat het zelfs zo ver dat we hier in Vlaanderen ten aanzien van cultuur een nogal sadomasochistische neiging ontwikkeld hebben. Cultuur, dat is leute maken én afzien tegelijkertijd. ’t Mag bijgod niet simpel zijn. Een mens moet ten slotte voelen dat hij leeft, nietwaar?

Wees gerust, op zowat alle uitingen van populaire, drempelloze cultuur, kun je als je wat moeite wilt doen ook behoorlijk je hoofd breken. Alleen veronderstellen we nogal makkelijk van niet omdat we dat eenvoudigweg niet doen. Een soap nodigt niet uit tot nadenken. Een geweldadig computerspel al evenmin. Verstand op nul. Onderuitzakken en spelen en kijken maar.

Het probleem met al dat drempelgedoe is dat je nogal gemakkelijk de wereld indeelt in wat drempels heeft en wat niet, in wie drempels overschrijdt en wie niet. Erg zinvol lijkt me die onderverdeling niet. Waarom? Omdat ze zelfkritiek in de weg staat.

Want wat als dat moeilijke stuk nu eens echt een kutstuk is? Of dat schilderij een aartslelijk en compleet idioot ding? Of wat als dat stompzinnige moordspel je nu eens leert om alternatieve oplossingen te bedenken? Of om met iets als chaos om te gaan? Zou je het allemaal nog kunnen overzien? Zou je daar nog eerlijk kunnen op antwoorden?

Die drempels bieden je een schijnzekerheid. Dat het daar, aan de overkant, op de dijken, beter vertoeven is. Fuck you. Geef mij dan maar een wereld die af en toe blank staat. En waar ik godverdomme moet leren zwemmen. Er is daarboven toch geen plaats voor ons allemaal. En het idee dat er enkelen onder ons gered moeten worden? Nee dank u.

Onze bekeringsdrift is te wijten aan een vreemdsoortig schuldgevoel. Dat wij dat mogen meemaken. Zoiets schoons, dat moeten we toch wereldkundig maken die ervaring, dat meer-mens-zijn? Zalig zijn de armen van geest. Alsof de wereld dreigt verzwolgen te worden in plebeïsche nutteloosheid en we zo veel mogelijk zieltjes op het droge moeten krijgen.

Tegelijkertijd willen we dat zo veel mogelijk mensen tot het inzicht komen dat het goed is wat er in die cultuurtempels gebeurt. Dat het goed is dat we die kunstwerken bewaren en adoreren. Dat we zulke ‘rare’ toestanden tollereren. (Wat als dat nu eens allemaal volstrekt onnozel en gevaarlijk blijkt te zijn?) Omdat we het zelf nooit met zekerheid kunnen zeggen – we doen een beroep op geschiedenis, op grootsprekers, op critici, op marktmechanismen, je zegt het maar – blijven we achter de grote massa jagen in de ijdele hoop dat ze de inspanning van onze queeste zou belonen met haar volmondige inzicht.

Waarom toch? Omdat we mensen zijn? Omdat het onze natuur is dat we, al is het maar voor even, toch ergens willen bijhoren? En dan liefst bij de grootste, de sterkste, de belangrijkste, de slimste, de beste groep?

Het bekeringsdenken dat onze cultuur zo eigen is, moet stilaan plaats maken voor een cultuur van inspiratie. Dat inspireren werkt in alle richtingen. En er is geen ‘moeten’ meer aan zoals we dat nu kennen. Vanaf nu wordt iedere beweging verrijking. En daar ligt de grootste drempel van eender welke cultuur. Dat ze beweging fnuikt. Dat ze niet in beweging komt, niet in beweging zet. Dat heeft niets te maken met hoge dijken, steile trappen of diepe kloven. Dat heeft te maken met de behaaglijkheid die je bestaande leefwereld je biedt. Een illusie? Wie zal het zeggen...

Inspireren is infiltreren. Is je nestelen in de omgeving van je tegenspelers en hen in echte guerrillastijl aan het schrikken brengen. Inspireren is zelfs het saaiste bloemetjesbehang plotseling tot bloei brengen in een wereld waar dat per definitie onmogelijk is. Cultuur is de ander ontdekken in de wereld die jou zo vertrouwd is. Heb je daar grote kunst en bezoeken aan kunsttempels voor nodig? Of kan Jean-Claude Van Damme net zo goed wat Jan Fabre doet? Misschien wel, wie weet.

Cultuur is betekenis. Cultuur is altijd de ander leren kennen. Cultuur is mensen de goesting geven om die ander te leren kennen. Of nog: cultuur is onder ogen zien wat het betekent om met een ander samen te leven. Kijk eens om je heen. En je zult het vanzelf wel merken. De rest van de wereld begint altijd buiten jezelf.

Dit stuk kwam er n.a.v. deze column van Chris Van Camp

11.1.08

in memoriam Ianus Fabris

voor chris

Tot voor kort had ik nog de moed
om bij iedere ontmoeting
je beelden de vrijspraak te gunnen

Maar twaalf gouden afgietsels van jezelf
en rijen badkuipen vol keverkorst
en recyclage van uilen en andere cleverkost later
kan ik je enkel nog een verdienstelijke etalagist noemen.

Ook je laatste performance was op zijn mildst
en zachtst gezegd
een installatie,

ik prees me godzijdank
- of is dat vloeken in de kerk? -
gelukkig

dat ik mezelf het recht kon voorbehouden
om na het rondwandelen de zaal te verlaten.
wat heet: van het rechte pad afwijken.
geen overbodige intellectuele luxe

als eufemisme
voor armzaligheid. dat,
liefste

was de laatste keer. ik wou Hilde zien.
nu slijt jij -
je bekrompen theater an sich
over het leven in ideeën -
niet meer aan mij.

8.1.08

Hit me baby one more time

Wat moeten wij met de ellende van Britney Spears? Maakt het zien van haar ongeluk ons gelukkiger? Moeten we echt zien dat ze ook maar een mens is? Of is er meer aan de hand?

Mijn schoonvader benadert het allemaal nogal nuchter. "In de Angelsaksische wereld heb je als publieke persoon geen rechten. Als je in die publieke wereld stapt, dan weet je dat. Je bent bezit van het volk. En dat 'volk' is het vreselijkste wat er is. Kijk maar naar de Romeinen en hun spelen."

Eigen schuld
Ze heeft het dus zelf gezocht. Het is een discussie die we hier ook gehad hebben toen Big Brother voor het eerst op televisie kwam. Mensen die aan reality-televisieprogramma's meedoen, weten die wel wat de impact is van de media? Professor Gust De Meyer, notoir socioloog en gespecialiseerd in populaire cultuur, vindt dat we mensen niet moeten betuttelen noch onderschatten. Mensen weten heus wel wat media doen.

Mensen weten het niet. Onlangs las ik een artikel van een Amerikaanse mediadocent die zijn studenten leert om op een zen-manier naar televisie te kijken. Met zen bedoelt hij vooral bewust. Het is verbijsterend hoe weinig mensen bewust naar televisie kijken. Eigenlijk kijkt niemand echt bewust naar televisie. Waarom? Omdat het gros van de televisieprogramma's niet zou werken als we dat zouden doen. En omdat het nagenoeg onmogelijk wordt om naar televisie te kijken.

Zen televisiekijken
Eén van de oefeningen die de studenten kregen was dat ze een half uur naar hun televisietoestel moesten kijken zonder dat het aan stond. Bedoeling van de oefening is aan te tonen hoe een kamer en in bredere zin ook een leven ruimtelijk georganiseerd wordt rond televisie.

Tweede oefening was een kwartiertje televisie kijken zonder geluid en een kwartiertje zonder beeld. Wie het al eens gedaan heeft, weet dat een beeld zonder geluid bijzonder kwetsbaar is. Neem de score van een blockbuster weg en de emoties die eerst van je scherm leken af te spatten zijn nu nergens te bespeuren.

Daarna kregen de studenten de opdracht om van één televisiefragment een volledige technische analyse te maken. Iedere kunstmatige beweging of ingreep moest geïnventariseerd worden. Camerabewegingen, belichting, montage, kledij, maquillage, noem maar op. Wie het zelf eens probeert zal zien dat je voor vijf minuten televisie al een behoorlijk lijstje bij elkaar kunt schrijven.

Om naar televisie te kunnen kijken, filteren we al die zaken spontaan weg. Televisie vertelt een verhaal. Hoe dat verhaal verteld wordt, mag niet zichtbaar zijn. Of we mogen het toch niet zo ervaren. Onlogisch is dat niet. Je kunt toch ook geen boek lezen en tegelijk moeten zien hoe iemand een plot in elkaar heeft gestoken, welke zinsbouw de auteur gehanteerd heeft, welke taal, welke grammatica-regels?

Het is maar een verhaaltje
Bij een tekst moet je iemand geloven op zijn woord. Het is en blijft maar een woord, een verhaal. Het postmodernisme heeft het verhaal veelvuldig en grondig ontmaskerd. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhaal over de werkelijkheid. Daar moet je mee leren leven. Zaken als 'de waarheid' of 'objectiviteit' bestaan niet meer. Het soortelijk gewicht van een tekst is tegenwoordig gereduceerd tot het gewicht van het papier waarop ze geschreven staat. In bits en bytes uitgedrukt is dat gewicht nog futieler geworden.

Bij een beeld hebben we helemaal niet het idee dat we ook hier te maken hebben met verhalen. En dat we dus iedere keer dat we bijvoorbeeld televisie kijken, iemand moeten geloven op zijn of haar woord. We zien het zelf dus kunnen we zelf uitmaken of het klopt of niet. Dat we eigenlijk moeten zeggen: we moeten iemand geloven op zijn caméra-voering, zijn montage, zijn voorbereiding, zijn scénario etc... lijkt niemand goed te beseffen.

De Amerikaanse mediadocent ging zo ver om te beweren dat mensen nu vinden dat de realiteit op het verhaal van de televisie-ervaring moet lijken, wil ze waar zijn. Anders gezegd: we kijken zo passief televisie, we zijn zo vertrouwd met het principe van the willing suspension of disbelief dat we de niet-televisionele werkelijkheid met ongeloof aankijken. Hij verwijst naar de illusie dat alles entertainment moet zijn. Van politiek tot consumptie, van ruzies tot relaties, het moet fun zijn, het moet ergens toe leiden en het moet snel gaan, flitsend en vooral eenduidig en begrijpelijk zijn. Dat leidt tot verveling en frustraties. Want de realiteit zit zo niet in elkaar. Net zoals mensen niet in elkaar zitten zoals televisie ze laat zien.

Spears, te mooi om waar te zijn
Ieder programma, hoe reality ook, is een verhaal dat verteld wordt om te boeien en te entertainen. Het volledige verhaal krijg je nooit te zien. Het zou nooit aantrekkelijk genoeg zijn. En hier komen we weer bij Britney Spears uit. Het verhaal van Spears voor haar relatie met Kevin Federline was een engelenverhaal. Het sexy dametje werd geportretteerd als een soort vrijgevochten Maria Magdalenaatje. Ze was te perfect om waar te zijn.

Dat laatste wist iedereen, van de grootste Britney-hater tot de meest verstokte Britney-fan. De marketingmachine rond haar was en is nog steeds gigantisch en weinig subtiel. Het heeft Britney Spears tot nu toe geen windeieren gelegd. Toch is er nergens in dat verhaal plaats geweest voor de mens Spears. De onzekerheden, het psychologische portret, de menselijke kant van het verhaal, het is allemaal ver te zoeken.

Freak-shows
En het blijft ver te zoeken. Want nu ze het noorden kwijt is, worden haar exploten bekeken als een freak-show. Wat we haar nu aandoen, is ronduit onmenselijk. De manier waarop we smullen van haar ellende, de manier waarop we genieten van haar neergang is gruwelijk.

De dubbele moraal die we hierbij hanteren is frappant. De 19de eeuwse freaks-shows waarbij mensen met een misvorming aan de kost kwamen als circusattractie vinden we verwerpelijk. Het verhaal dat Leopold II tijdens de wereldtentoonstelling pygmeeën tentoon stelde en liet omkomen van ontbering vinden we verwerpelijk. Maar dat een popster de pedalen kwijt is en dat iedereen daar maar vrolijk van zit te smullen moet kunnen. Zonder bezwaar. Want, ze heeft het zelf gezocht. Ze weet waar ze aan begonnen is. Ze had het maar niet moeten doen. Larie.

Geweten sussen
Het verhaal van Spears dient om ons geweten te sussen. Het is een 'zie je wel'-reactie van de zuiverste soort. Het engeltje Spears was natuurlijk geen engeltje. En daar moet ze nu voor boeten. Hoe stompzinnig is die logica. Hoe onderontwikkeld. En hoe typisch menselijk. Dat al die media die destijds zo kritisch voor haar waren en op haar imago focusten, dat al die paparazzi die haar nu het leven zuur maken achter de mensen aangaan die de machine rond haar imago gecreëerd hebben. Dat ze eens achter zichzelf aangaan. Of achter hun vele lezers en kijkers. Want de depressie van Spears is er één die net zo goed leeft bij honderdduizenden andere mensen.

Zeggen dat het bij Spears gaat om een exces, om een uitspatting is geen excuus. De essentie van haar miserie is een menselijke tragedie. Dat Spears nu geportretteerd wordt als een ellendig monster of als een miserabele freak, maakt het ons gemakkelijk om botweg te zeggen dat wij gelukkig zo erg niet zijn. Want zo gek doen wij immers niet, toch? We zijn bange wezels die ons blind laten leiden door ons zelfbehoud en onze sensatiezucht.

Beroemdheden zijn vieze, maar vooral andere mensen
Iedereen moet beeldjes schieten van bekende mensen. Om wat te laten zien? Smeuïge verhalen? Wat is daar nu zo smeuïg aan? Ik durf er mijn kop op te verwedden dat het gros van de mensen die naar die plaatjes en beelden kijkt, die de roddelrubriek leest, net hetzelfde zou doen als hij of zij in die situatie verzeild geraakte. Vanuit je kleinburgerlijke luie zeteltje heb je gemakkelijk oordelen. Maar hé, you've got the picture, dus je kunt je er wel iets bij voorstellen. Dat kun je niet. En het ergste is dat we dat niet meer beseffen.

Ons inlevingsvermogen en onze zelfkennis worden gereduceerd tot nul. Wat roddel- en sensatiepers vertellen, zegt alles over de bekende mensen en niets over ons. Niets zegt ons meer over onszelf dan een spiegel. Hoe kortzichtig. Het verhaal van Spears toont op een ontluisterende manier aan hoe slecht we beelden kunnen lezen. Hoe we ons met alle plezier in de luren laten leggen.

De onschuld van het beeld
Televisie en media die beelden gebruiken in het algemeen, hebben iets onschuldigs over zich. De objectiviteit die we zo uit de tekst verbannen hebben, is heer en meester in onze beeldcultuur. Het ergste is dat de voorbeelden van beeldmanipulatie veelvuldig voorhanden zijn. We beseffen dat we gemanipuleerd worden. Maar de complexiteit van beeldtaal - denk maar aan de lijstjes met technische ingrepen die de Amerikaanse studenten bij elkaar schreven - boezemt angst in. Ze lijkt onbeheersbaar. Wat kunnen we eraan doen?

De beelden van Spears, het opjagen van deze jonge vrouw, zijn een vorm van mishandeling. Het is een onmenselijk iets dat we moeten afkeuren en veroordelen. Het vermoorden, het martelen van een mens, is puur entertainment geworden. Mijn schoonvader heeft uiteindelijk toch gelijk. We zijn geen haar beter dan het Romeinse publiek dat naar de gladiatorengevechten zat te kijken.


1.1.08

het spel van poppen kijken. 2008.

Harlekijn

Verhef je, en zie de kleine wereld
Als bol die tussen bollen dwerelt,
En 't leven van de mensen als
Onze melancolieke wals.

Pierrot

Leven we dan op een planeet,
Die zwerven moet, die God vergeet?
En hebben wij de mensen aan te
Zien als wat dansende gedaanten?

Harlekijn

God heeft als leven ons bereid:
Dansen terwijl het stuk hart schreit -
Maar groot is, wie de rust bereikt,
En naar het spel van poppen kijkt.

uit: Pierrot aan de lantaarn. Een clowneske rapsodie. (Martinus Nijhoff)