28.9.16

Rotjaar

Toeval? Natuurlijk is het geen toeval dat ik op dezelfde middag twee vrienden tegen het lijf loop. Allebei dertigers. En allebei vertellen ze me dat ze de boel gaan omgooien. En allebei vertellen ze me dat nadat ik hen de volgende samenvatting van het voorbije jaar heb gegeven:

"Rotjaar."

Mijn vader is plotseling zwaar ziek geworden. Nu gaat het gelukkig beter met hem. Zakelijk was het een kleine ramp. En dan heb ik zelf ook nog gesukkeld met mijn gezondheid. Ondertussen gaat het weer wat beter.

We werken ons kapot. En als we ons kapot gewerkt hebben, denken we om de één of de andere gekke reden dat we ons kapot moeten werken om weer te genezen. Daarvoor moet je goed ziek zijn, me dunkt. En misschien zijn we dat ook wel.

Toen ik nog een opleiding tot therapeut volgde, hadden we een docente die ons vertelde over onze bodyguard, letterlijk: de bewaker van ons lichaam. Als je opgebrand en uitgeput in elkaar zeeg, dan kon je dat ook zien als een teken dat je bodyguard goed voor je zorgt. Want had hij of zij het verder laten komen, dan zou je nog veel dieper in de problemen zitten. De kunst, zo zei ze, is dan om met je bodyguard te onderhandelen, om aan hem of haar aan te tonen dat je even effectief zorg kunt dragen voor je lichaam als je bodyguard. En dat die noodmaatregelen dus niet meer van kracht hoeven te zijn.

Ik vind het nog altijd een heel slimme oplossing: je symptomen hertalen tot aanwijzingen dat je lichaam zo goed mogelijk voor je probeert te zorgen. Of hoe een lastig lichaam plots een bondgenoot wordt, of toch probeert te zijn.

We laten ons lichaam alsmaar meer dingen doen waar het niet voor gemaakt is. Maar is het überhaupt wel ergens voor gemaakt? Ons lichaam is nergens voor gemaakt. Het is het product van de tijd die we doorgebracht hebben op deze aardbol. Het is daarvoor gemaakt. Zo bekeken kent ons lichaam het leven behoorlijk goed. En waarvoor dat lichaam in de toekomst nog kan dienen, daar hebben we het raden naar.

Vandaag lijkt het wel alsof we ons lichaam bewonen zoals yuppen vandaag een oude boerderij bewonen. Als een plek om plezier te maken, om te genieten, om dichtbij de natuur te zijn. Tot de winter komt en de honger toeslaat. En niemand nog weet wat je met die boerderij, met dit land, met dit leven aan moet vangen.

21.9.16

Buis

Tegenwoordig word je Belgische kampioen koffie zetten door een buis te gebruiken. Dat hoorde ik deze ochtend toen ik hier in de stad een kleine koffiebar binnen stapte. "Het geheim," zo vertelde de uitbater aan een klant "zit hem in een buis waar hij zijn gemalen koffie door jaagt. Die buis is statisch geladen waardoor die witte pelletjes (die zorgen voor een slechte smaak, zo verneem ik later) aan de wand van de buis blijven kleven. Zo verkrijgt hij dus pure koffie." De buisgebruiker in kwestie is er blijkbaar al tweemaal Belgisch kampioen mee geworden.

Je kunt als mens werkelijk van om het even wat zo veel houden dat je er kampioen in kunt worden. Mensen zijn meesters in het verheffen van obsessies tot kunst. Ik vraag me af of mijn redenering wel klopt. Hoe zou je bijvoorbeeld wereldkampioen kortverhalen schrijven kunnen worden? Ik zie het al voor me dat ik bij een volgend bezoek aan mijn favoriete boekhandel de verkoper tegen een andere klant hoor vertellen:

"Het geheim zit hem in een buis waar hij zijn inspiratie door jaagt. Die buis is statisch geladen waardoor overbodige details (die zorgen voor een slechte leeservaring, zo verneem ik later) aan de wand van de buis blijven kleven. Zo verkrijgt hij dus pure verhaalstof." En dat de man in kwestie daar al tweemaal wereldkampioen mee geworden is. Uiteraard.

2.5.15

Affordance

Dat je daar zo, in al je verschillen, nog steeds op mij lijkt
Maakt je bij voorbaat al verdacht.
"Homo. Pedofiel. Moordenaar. Klootzak. Strever. Snob."
Ongeacht de namen die ik je geef
Het blijft maar lijken op liefde.

Daarom mijn aanklacht:
Aan jou is geen ontkomen meer aan.

Ik heb alvast een volksjury samengesteld.
Want onder gelijkgestemden is het makkelijker
Zoeken naar wat ons van jou onderscheidt.
Verschillen van elkaar doe je beter niet alleen.

Om jou dan voor eens en voor altijd te veroordelen.

Hoe ongepast is het niet
Dat jij van mij toelaat in deze wereld
Wat ik niet gewenst vind? Wat ik
Niet wens te vinden en ik zodoende
Al jaren vakkundig zoek heb gelegd

Tussen de regels.
Hoort het wit te zijn.
Wij zijn duidelijk

Niet aan elkaar besteed
En toch, voor wat ons rest van altijd
In de echt verbonden
Elkaar op afstand houdend.

De hel zijn niet de anderen.
De hel zijn wij die wat ons tot anderen maakt
Niet langer de liefde gunnen
Die ons voor het leven gegeven is.

"Overheidsdienst tegen discriminatie pest eigen collega weg", De Morgen, 2/05/2015

Het verzenatelier

Een tafel, die - door wat er op ligt het midden houdt
tussen een werkbank en een aanrecht.

Iets wat doet denken aan
hamers, beitels, zaagsel, potten en pannen en restjes eten
En wat daarmee gedaan is
En wat je daarmee nog kunt doen.

De verzen.
Ze zijn niet dood, kunnen bij leven niet verteren.
Wat ik niet kan. Hen een leven wekken,
De jeugd die onontbeerlijk is voor wie de opgave heeft
om eeuwig te zijn.

Het heeft iets van een kunstwerk.
Het schuiven met stof en licht en inzicht.
En alles zo traag waar verandering geen kwestie is
van verschil noch van moeten.

Zolang ze maar, tijd en zij, aan de slag kunnen blijven.
Met elkaar. Of iets met hen beiden.
Het groeien van wat tussenin.

Niemand tot last.
Hoogstens wat rommel, voor de toevallige.
Hoe langer ze hier liggen, hoe beter.

Ik weet het. Zij zijn mijn verzen.
En ik hun dichter. Zo worden wij al jaren
Gedicht.


28.12.14

Taal

Ze is nogal op zichzelf.

Al is dat voor wie haar niet zo goed kent moeilijk
te geloven. Overal kom je haar tegen en telkens
lijkt het alsof ze nooit iets anders heeft gedaan.

Maar eenmaal thuis kan ze uren
zonder iets te zeggen
naast me voor de spiegel staan.