4.8.11

vogel

binnenstebuiten, met niets dan naden om je heen.
wat aan je binnenkant is, staat te lezen. het is alvast
niet te overzien.
niet met de ogen die elk een helft
van de wereld voor hun rekening nemen. niet
met de vleugels die je hoog in de lucht. niet
met je stem om te bezingen
nu je buiten bent
hier vanbinnen
begint de liefde, begint je vlucht
het nemen van de volle teugen
het verdrinken het zat zijn en nooit dronken
tot daar aan toe jij het wel
en het jou nooit
maar dan ook nooit
volledig moe
aan jou is een vogel, gelukkig maar
aan ons is wat men heet een mens besteed
we doen het dan maar met elkaar
voor het leven
tot een van ons beter weet
en wat dan nog
als alles weer in haar plooien valt
en we weer één zijn als weleer
dan baat geen woord en ook geen weten
dan is alles aan het tegenovergestelde
omgekeerd.
wat moeten we dan, hier, in dat intussen
wat strelen aan de lucht
wat zacht de aarde voelen
en ons laven aan een zucht
we zijn te licht om te beseffen
dat wat we doen ook moet zoals het hoort
laten we luisteren en elkaar opheffen
en twijfel zaaien waar verstarring gloort.

17.7.11

klein beginnen

Klein beginnen zei mijn vader. En hij heeft gelijk. Al vergeet ik het voortdurend. In mijn hoofd is het altijd episch. Ruzies worden veldslagen, ideeën zijn wereldschokkend. Dit verhaaltje is al een boek, nee, twee boeken, nog voor het begonnen is.
De verleiding om het schrijven te laten voor het verder zetten van de droom is groot. Want indien een boek, wat moet er dan niet allemaal geschreven worden. Een werkplan moet zich bedwingen om zich niet te ontvouwen voor mijn ogen. De zinnen die geschreven staan, bekijk ik al met argusogen. Er is nog zo veel werk in het aanschijn van dat dubbele epos en die wereldroem.
Een narcist die het toneelstuk van zijn leven moet schrijven valt voortdurend uit zijn rol. Anders kan haast niet. Of je moet god zijn.
Klein beginnen. De wereld willen verbeteren begint niet bij het verbeteren van jezelf. Het begint nabij jezelf. De volgende stap is daar waar je gaan kan. Daar vrede mee nemen lijkt me in dit leven al een epos op zich.
De nacht is kort. Het is nu twee uur 's nachts. Om zes uur is dochterlief daar, stralender dan het ochtendgloren, even pijnlijk en verkwikkend. Dit stukje noopt zich tot een einde.
Ik hoor hoe de regen weigert synchroon te tikken met de klok in de keuken. Of is het omgekeerd? Waarschijnlijk wel, aangezien de klok bedacht is, de regen niet.
Het is des mensen om de rechte lijn en de regelmaat te eren, we zijn zo onhandig in het bedenken van de willekeurigheid.
Nog een geluk dat de mens zijn eigen evolutie niet bedacht heeft. Alles in deze wereld verloopt langs een kortste weg die in ons opzicht bestaat uit omwegen.
Klein beginnen. Voor wie een groot plan heeft, is het gemakkelijk verdwalen.
De slaap dringt zich op. Als ik mijn oor nabij te luister leg, hoor ik vermoeidheid, een beetje dorst misschien, maar vooral de zin om naast mijn geliefde in bed te liggen, om haar lichaam en de lakens te voelen, je omarmd te weten.
Het komt goed? Ik weet het niet. Als ik het goede wat er is al kan erkennen, dan zijn we al ver.
Klein beginnen. Noem eens één iets? Dat het kan. Wat dan? Dat, het benoemen.
En die twee waar ik zo veel van houd. Dat ook dan. Allebei klein begonnen.
Zie nu.

11.5.11

J&H: it runs in the family

Hoe moet dat nu
met al die mensen
die aan mij vooraf
gegaan zijn,

de moordenaars, de bedriegers, de jaloersen, de kinderverkrachters, de incestueuzen, de leugenaars, de psychopaten, de kwaadwilligen, de sadisten, de masochisten, de ambetanteriken, de dikke nekken, de machtswellustelingen, het uitschot, het vuilgebekte volk met schoon manieren, de beesten, de zwijnen, de drugsverslaafden, de drankverslaafden, de seksverslaafden, de medicijnverslaafden, de moederskindjes, de agressievelingen, de dieven, de fantasten, de paranoïden, de luiaards, de vraatzuchtigen, de roddelaars en kwaadsprekers, het krapuul, het arbeidersvolk dat zijn wortels verloochent, de mislukkelingen, de luchtverkopers, de prietpraters, de sjoemelaars, de eenzamen, de onvolwassenen, de haatdragenden, de bleiters, de foefelaars, de fundamentalisten, de racisten, de fascisten, de angsthazen, de broekschijters, de roekelozen en nihilisten, de leeglopers, de zelfverloochenaars,

de harde werkers, de zorgzamen, de milieubewusten en de duurzamen, de hulpvaardigen, de luisteraars, de toegewijden en bewonderaars, het warme nest, de ondersteuners, de creatieven en de lieven, de minzamen, de eerzamen, de bedachtzamen en de leerzamen, de open geesten, de inspirerenden, de pragmatici en de gezwinden, de durvers en de kwetsbaren, de meest menselijken, de meededogenden, de volgelingen van de gulden regel, de gelovigen, de vertrouwelingen, de loyalen en de eenvoudigen, de mensen die van zichzelf niets anders verwachten dan wat des mensen is, gewone gasten, de leiders, de coaches, de open armen, de warme handen die je verwarmen,

de moeders
de vaders
de dochters
de zonen
de broers
de zussen
de vrienden
de vriendinnen
de minnaars
de minnaressen
de neven en nichten
de buren
de geliefden

het bloed

dat kruipt waar het gaan kan?

Hoe moet dat nu
met al wat mens is
en vanbinnen,

met naastenliefde
die niet weet
wie zij in de ogen kijkt
wanneer zij zich bereid verklaart
tot levenslang beminnen?

7.4.11

eiland


voor bart

zou een eiland om je heen kunnen,
als een werkwoord om een onderwerp
en lijdend voorwerp die volstrekt
inwisselbaar en toch genaakbaar zijn?

is het een moment van tederheid
dat stille zwijgen van de oceaan
die met ingehouden adem
aan je grenzen krauwt,
een streling voor het oog
een langzame vorm van minzaam
en onderhuids
verdwijnen?

of hoe jij dan de verbeelding tart
het blauw het nakijken geeft
wanneer je hier verdwijnt om
daar weer op te duiken het is als
grijpen naar zand met handen van water
een dansen van veertjes in volle lucht
een vlucht van duizend kleine sterren
waaraan de hemel zich te
vergeefs probeert te laven
is dat zo’n beetje wat het is,

jij orpheus en jij eurydike
maar dan met open einde
en een happy wending nu en dan
te groot om te bevatten
te klein om waarachtig te zijn
en te ongrijpbaar en onbereikbaar
om ooit van hem of haar
aan deze of gene zijde te zijn?

"Beminde eilanden van Bart Stouten"
is te koop via Averbode.be

26.3.11

weet u dat u mij betaalt


weet u dat u mij betaalt
om weg te gaan

maar dan zo langzaam
en ongemerkt

dat u de indruk heeft
dat u diegene bent

die hier een einde
aan heeft gemaakt

opdat u opgehouden werd
met verder gaan?

18.3.11

En wat als ik nu

En wat als ik het nu
eens aan jou vroeg,
hoe het verder moest,
jou de touwtjes
in handen gaf
waar ik me geen blijf mee wist?

Zou het dan ophouden
met stoppen waar het door moet gaan
en doorgaan met stoppen
waar het moet?

Of zouden we geen van beiden
en dan meer van dat?

Of is verwarring gewoon
meer van het zelfde
dat ik al had?

5.3.11

Jakobs Himmliches Blut (Anselm Kiefer)



















wie zou hen moeten tellen
en na weloverwogen gevoel voor perspectief
een oordeel vellen
over wat gemist en aangegeven
dient te worden?

waar vertrekt dit van en waar
leidt dit toe
als het niet eenvoud is?

zou jij ook zo graag
zeggen: het is een beeld
een schilderij en verder niets?

en kijk jij ook de wereld aan
alsof er iets naar je toe komt?

(terwijl ik dit schrijf in het museum
komt een vrouw naar me toe
en vraagt voorzichtig:
"u bent niet toevallig
de kunstenaar?")

4.3.11

Lilith (Anselm Kiefer)














en wat
als wij slechts stenen zijn
waaruit door wind gehouwen
een ander te voorschijn dient te komen?

hoe zou het zijn, daar
in de diepte met haar
veel te hoge afgronden
en haar onstuitbare betonnen wortelgroei,
als wanhopige
vingers ten gronde geheven
op zoek naar hou vast?

wat als zij een ter aarde gestorte
spitfire is die doorgaat
tot ze haar doel bereikt heeft?

kun je in godsnaam
ook een land bevluchten?

3.3.11

Am Anfang (Anselm Kiefer)















wie houdt de ladder vast
als de tijd plots beslist
dat het moment gekomen is
om verder te gaan?

en is er een moment
dat we ten hemel zullen vallen
wanneer de aarde ondraaglijk
licht wordt om te bestaan?

waar houden de wolken op
en begint de zee, is de lucht
te diep en het water te hoog
om op te houden en on
voorwaardelijk te zijn?