25.12.10

adem

er staat een naam op het raam.
met daaronder een gezichtje.
ik weet niet of je nu naar binnen
of naar buiten kijkt
en wat je daar dan ziet.
je hebt het stiekem gedaan,
zoals het hoort met kattenkwaad.
want het hoorde niet
zo hadden we de kinderen verteld
ademen en dan gezichtjes op het raam
dat maakt plekken
en dan moet mama weer aan het poetsen gaan.
nu je er niet meer bent weet ik niet
of ik ooit nog met zeemvel en sop
aan dit raam zal staan.
ik laat mijn vinger langs je naam gaan
en kijk je nog een keer aan.
mijn besluit staat vast:
ik laat je nooit meer gaan.

26.3.10

ix. meditatie op snot

aan de rand van de stad
staat een auto voor het rode licht
te wachten om
af te slaan
in afwachting van het vervolg
van hun verhaal
snuit hij zijn neus in een zakdoek
waarmee zij straks haar tranen zal drogen

19.3.10

viii. to do

ergens achterin een keukenkast
waar glazen staan
een glas op de achterste rij
een halve centimeter
naar rechts schuiven

12.3.10

vii. tot overmaat van ramp

wie ooit beboet is geweest
zal in het geval dat boetes worden afgeschaft
zich nog meer misdragen.
en dan vraagt een mens zich af
waarom godsdienstvrijheid tot ontsporing leidt.

5.3.10

vi. statement

het is algemeen geweten
dat mensen te weinig vragen stellen

26.2.10

v. zonder voorgaande

stel dat je iemand kent
die appelen met peren kan vergelijken
wie zou daar dan beter van worden
en vooral: waarom?

19.2.10

iv. nobelprijs voor 2,80 euro

geen fysicus
die ooit berekenen kan
hoe jij telkens weer
de wereld
in een kopje past

12.2.10

iii. logica

suiker houdt net zomin van klontjes
als nieuws van een krant
of muziek van noten.
soms vraag ik me om precies dezelfde reden af
of de mens niet opzettelijk per vergissing is uitgevonden.

5.2.10

ii. de anatomie van een zucht van verlichting

evolutie is wat ertoe leidt
dat een babykreet iets wordt
als "mama" of "multiplicatoreffect"of "Heil Hitler"
waarbij elkeen iets in beweging zet
om uiteindelijk tot hetzelfde resultaat te komen

30.1.10

i. niets is vrijblijvend

ik zag hoe een man achter een vrouw aan holde
om haar de handtas terug te geven
die zij had laten hangen aan een stoel
in de bar waar zij even voordien
een koffie gedronken had.

nu vraag ik u
maakt zij vanavond frites of kroketjes klaar?
en speelt ze piano
met roze pluchenpantoffelkonijntjes aan haar voeten?
en nu u hier toch bent: wat is uw naam
en hoeveel weegt u
nadat u hebt uitgeademd?

5.1.10

weerstand

Het zou wel eens de mooste daad van weerstand kunnen zijn: loslaten.
Het uit je handen laten glippen, terwijl.
En er op staan kijken, uiteraard
zonder ook maar iets te willen.

Je biedt niet aan, je houdt niet tegen.
Je bent hoogstens een bijverschijnsel.
Toevallig daar, nauwelijks van betekenis,
hoe men ook redeneert of zoekt
niet te ontkennen, in the picture.

Alsof je deel uitmaakt van een groter plan.
Je weet wel beter. Kriebels op papier
en dan een legende, een schaal, de drang
naar overzicht, ze kunnen je wat.

Hoe je met hun voeten speelt
schept bewondering