17.7.11

klein beginnen

Klein beginnen zei mijn vader. En hij heeft gelijk. Al vergeet ik het voortdurend. In mijn hoofd is het altijd episch. Ruzies worden veldslagen, ideeën zijn wereldschokkend. Dit verhaaltje is al een boek, nee, twee boeken, nog voor het begonnen is.
De verleiding om het schrijven te laten voor het verder zetten van de droom is groot. Want indien een boek, wat moet er dan niet allemaal geschreven worden. Een werkplan moet zich bedwingen om zich niet te ontvouwen voor mijn ogen. De zinnen die geschreven staan, bekijk ik al met argusogen. Er is nog zo veel werk in het aanschijn van dat dubbele epos en die wereldroem.
Een narcist die het toneelstuk van zijn leven moet schrijven valt voortdurend uit zijn rol. Anders kan haast niet. Of je moet god zijn.
Klein beginnen. De wereld willen verbeteren begint niet bij het verbeteren van jezelf. Het begint nabij jezelf. De volgende stap is daar waar je gaan kan. Daar vrede mee nemen lijkt me in dit leven al een epos op zich.
De nacht is kort. Het is nu twee uur 's nachts. Om zes uur is dochterlief daar, stralender dan het ochtendgloren, even pijnlijk en verkwikkend. Dit stukje noopt zich tot een einde.
Ik hoor hoe de regen weigert synchroon te tikken met de klok in de keuken. Of is het omgekeerd? Waarschijnlijk wel, aangezien de klok bedacht is, de regen niet.
Het is des mensen om de rechte lijn en de regelmaat te eren, we zijn zo onhandig in het bedenken van de willekeurigheid.
Nog een geluk dat de mens zijn eigen evolutie niet bedacht heeft. Alles in deze wereld verloopt langs een kortste weg die in ons opzicht bestaat uit omwegen.
Klein beginnen. Voor wie een groot plan heeft, is het gemakkelijk verdwalen.
De slaap dringt zich op. Als ik mijn oor nabij te luister leg, hoor ik vermoeidheid, een beetje dorst misschien, maar vooral de zin om naast mijn geliefde in bed te liggen, om haar lichaam en de lakens te voelen, je omarmd te weten.
Het komt goed? Ik weet het niet. Als ik het goede wat er is al kan erkennen, dan zijn we al ver.
Klein beginnen. Noem eens één iets? Dat het kan. Wat dan? Dat, het benoemen.
En die twee waar ik zo veel van houd. Dat ook dan. Allebei klein begonnen.
Zie nu.