31.10.06

Van Dale-reis 2

  • angejiddeld (Jiddische woorden (goed) gebruiken)
  • botryt (druivensteen)
  • comtoise (hangklok, slingerklok uit de Franche-Comté)
  • daalvlucht (vlucht waarbij de hoogte boven een bep. niveau afneemt <=> stijgvlucht)
  • extaticus (persoon die zich (herhaaldelijk) in een toestand van extase bevindt)
  • fabulant (iemand die fabels verzint of sprookjes vertelt / babbelaar)
  • gadood (plotselinge dood)
  • gadoop (het dopen in geval van sterfgevaar, door een niet-geestelijke, cf. nooddoop)
  • hellmanngetal (getal waarin de strengheid van winters wordt uitgedrukt, verkregen door van alle dagen in de periode november-maart met een gemiddelde temperatuur onder nul die temperaturen op te tellen en de min weg te laten)
  • iaën (balken van ezels, balken als een ezel)
  • jeile (jeiles/jeiling) (heibel, drukte, opstootje)
  • kokage (kooksel, spijs)
  • logonomie (de mate waarin een rechter zich laat leiden door de wet)
  • muisdicht (zo dicht dat er geen muis door kan)
  • nieteling (mens als een nietig wezen, onbeduidend mens)
  • operabel (geopereerd kunnen worden / (m.i. familie van het bommelding)
  • pestratel (door pestlijders gebruikte ratel)
  • quadratrix (kromme lijn gevonden door de sofist Hippias van Elis (vijfde eeuw v.Chr.) en door hem toegepast bij de trisectie van de hoek en de kwadratuur van de cirkel (ik begrijp het volkomen, en u?))
  • raskolniken (of roskolniken, naam die de Russische kerk geeft aan de leden van alle sekten die zich van de kerk hebben afgescheiden, scheurmakers, ketters)
  • semiologie (symptomatologie / semiotiek / leer van de interpretatie van het oudste notenschrift)
  • towelette (in eau de cologne gedrenkt tissuetje)
  • uitbuien (ten einde buien (niet in de 1e of 2e persoon) / het weer of het had eindelijk uitgebuid / de buien hielden ten slotte op / (figuurlijk) de rust keerde eindelijk weer)
  • vaanstaart (langharige staart / (jachtterm) hond met een vaanstaart)
  • wielmuis (computermuis met een wieltje aan de bovenzijde waaraan men kan draaien om te scrollen e.d.)
  • xystus ((bij de Grieken) lange gang, waarin de atleten zich oefenden / (bij de Romeinen) schaduwrijke laan voor de zuilengang van een landhuis / (in de middeleeuwen) lang kruisgewelf van kloosters)
  • yamashita (sprong aan het paard, met overslag uit de handstand)
  • zaagmolm (fijn zaagsel)

(afbeeldingen: quadratrix)

30.10.06

Lijkenpikken (naar Wachten in Wupperthal)

Op De Contrabas is Neerlandicus Yves T'Sjoen begonnen aan een merkwaardig tweeslachtig literair reisverslag. Daarbij hanteert T'Sjoen twee diametraal tegenovergestelde blikken. Hij kijkt, tuurt, staart naar poëzie die hem aangrijpt om vervolgens zijn blik naar binnen te richten en te bestuderen wat die teksten met hem doen. Al bij zijn eerste essay (over de Auschwitz-gedichten van Pernath) voel je een aanstekelijk, nauwelijks te bedwingen enthousiasme.

Het stuk zelf houdt het midden tussen een dagboek, een reisverhaal en een impressionistisch schilderij. Bent u een beetje "puzzled"? Ik was het alvast ook. Meer nog, ik was geïrriteerd en geïntrigeerd tegelijkertijd. Niet in het minst door de verzen van Pernath. De literaire lijkenpikker die ik ben, heb ik twee verzen uit het essay gesneden. Ik heb ze gekauwd, geproefd (gesmaakt!) en ingeslikt.

Wat u hier vindt, is een verslag van het verteringsproces.

"Verwaarloosd kwam ik tot leven
In deze velden van de onnoemelijke dood"

Hugues C. Pernath - Auschwitzgedichten (nr 2)

Het verlangen om de menselijk noblesse oblige waar te maken, is meteen ook de kern van de ironie van diens bestaan. Want verwaarloosd betekent achtergelaten, overbodig of – om het Frans nog even vast te houden – quantité néglibable. Het oordeel is al geveld voor het besef komt. Valt hier nog iets goed te maken?

De uitroep van Pernath gaat gepaard met een schuldvraag, een bijna exhibitionistische zelfdissectie van een docent die langzaam zichzelf ontleedt voor het oog van zijn studenten. Wie is hiervoor verantwoordelijk, wie heeft aan mij verzaakt? Hoe meer het vel opengetrokken wordt, hoe groter de hoop ingewanden op de operatietafel, hoe harder deze vragen klinken.

Door zichzelf te ontleden impliceert de dichter dat hij vermoedt dat hij zelf de meeste verantwoordelijkheid draagt voor zijn onvolkomenheden. Het devies van Alexander Pope indachtig (“know then thyself, presume not god to scan, the proper study of mankind is man”) houdt hij god zo lang mogelijk buiten, probeert hij zijn eigenwaarde te vergroten door te bewijzen dat hij zichzelf ten gronde kan analyseren.

Tegelijk herleidt de dichter hier in één vers de geboorte tot metafoor van de verwerping. Ontstaan is afgescheiden worden, is gelost en verstoten worden. De geboorte confronteert de dichter met zijn identiteit, zijn egoconcentrische eenheid die slechts eenmaal zal zijn. Er spreekt een verlangen uit om in diezelfde eenheid deel uit te maken van een groter geheel, van datgene wat hem voortgebracht heeft.

Maar veel sterker nog dan het heimat-verlangen weerklinkt de kille galm van angst. Pernath heeft schrik, hij vreest het moment waarop hij diasporisch zal verdwijnen, waarop hij letterlijk uiteenvalt in stof, talloze naamloze partikels die nooit meer tot hem te herleiden zijn. Niet onnoembaar, maar onnaambaar, niet meer in één naam te nemen.

Het zou een dichter tot rust moeten brengen, hem troost bieden dat zijn naam uitwaaiert. Maar hij kan niet ontkomen aan de morbide keerzijde van die bevrijding, aan de absoluut verpletterende onverschilligheid waarmee zijn werk zich presenteert wanneer de identiteit van de dichter al lang vervlogen zal zijn. De bergen tanden, brilletjes, haren van Auschwitz-slachtoffers vertellen net hetzelfde.

29.10.06

wat doe je met je laatste? 2.0

strakgetrokken stembanden
wapperende trommelvliezen
wat meegaand neushaar
dat aarzelend, schuldig haast
terugplooit uit het voetlicht

na de laatste noot

gedwongen sluit je de oren
ook aan je blik is met geen touw
nog iets vast te knopen

niemand om te merken
hoe een kraai tegen het raam opvliegt
een vergissing van het moment
’s ochtends had je het nog openstaan

en bij het ontbijt gezien
hoe de melk zich tussen de ontbijtgranen
een weg zocht, naar de melk, naar boven
toe

naar de rand van de blauwe kom

één druppel net over de rand
baant zich een weg
vrijglijdend
naar één van de vele nerven in de tafel
en verdwijnt in het hout

ontbindend tot.

- hij had je kunnen afleiden -

er is een hele keuken
om hem toe te juichen
maar alles heeft zich al
afgewend. iedere hap

kraakt het in je hoofd
wij blijven op het punt staan

tot.

het is een edele vorm
van pesten

26.10.06

wat doe je met je laatste?

strakgetrokken stembanden, wapperende trommelvliezen,
wat meegaand neushaar dat aarzelend, schuldig haast, naar je terugkeert
na de laatste noot

je sluit noodgedwongen de oren
en ook aan je blik is met geen touw
nog iets vast te knopen

er is niemand om te merken hoe een kraai
tegen het raam opvliegt, een vergissing van het moment
’s ochtends had je het raam nog openstaan

en bij het ontbijt gezien hoe de melk zich tussen de ontbijtgranen
een weg zocht, naar de melk, naar boven toe,
naar de rand van de blauwe kom

hoe één druppel aan de rand zich een weg baant
vrijglijdend naar één van de vele nerven in de tafel
en verdwijnt in het hout

ontbindend tot.

- hij had je kunnen afleiden -

er is een hele keuken om hem toe te juichen
maar alles heeft zich al afgewend. iedere hap

kraakt het in je hoofd
wij blijven op het punt staan

tot.

het is een edele vorm
van pesten

24.10.06

Hij komt van een Van Dale reis terug

"Eerst was er het woord"

Tss, het zal wel.

Maar terwijl ik door de Van Dale struin, krijg ik - ondanks m'n eigen scepsis - toch een gelijkaardige indruk. Achter ieder woord verschijnt er een object, een handeling, een situatie, een wereld.

Lukraak kies ik per letter één of meerdere woorden die ik niet ken, waarvan ik niet weet wat ze precies betekenen of waarvan ik gewoon vind dat ze mooi klinken.

W.F. Hermans beschreef de post-moderne levensconditie als een vorm van strandjutten. Het had iets zieligs, het drukte een zeker onmacht uit, dat bijeenscharrelen van de dingen. Maar dit is helemaal anders. Van Dale-reizen is heerlijk. Wat een verborgen schatten, wat een wereld vind je hier.

Je voelt de letterlijkjes in beweging komen, je ziet je taal opnieuw gebeuren. Telkens opnieuw wordt er iets geschapen in je hoofd. Je ziet dingen in je dichtgecementeerde kop die je vaak nog nooit in het echt hebt gezien, maar waarvan het woord alleen al je al vertelt, je al laat voelen, zien, horen en ruiken dat ze er zijn.

Het is bezigheidstherapie met een vleugje exotisme. Alsof je voor het eerst te voet door een stad loopt die je wel min of meer kent, maar waarvan je nu pas gaandeweg ontdekt hoe de straten met elkaar verbonden zijn. Columbus die Amerika ontdekt in een woordenboek.


  • aficiado (fan, bewonderaar)
  • binnenbeensspelen (geslachtsgemeenschap hebben)
  • caballero (heer, ridder, ruiter)
  • dijkzool (grondslag waarop een dijk gebouwd is)
  • dijktalud (weg bovenop de dijk)
  • exsiccator (toestel voor chemische droging)
  • facoscoop (apparaat om de ooglens te onderzoeken)
  • gaapschelp (geslacht van schelpdieren waarvan de schelp aan één zijde of aan beide zijden sterk gaapt)
  • hoofdbrandwacht
  • honingverf (verf met honing als bindmiddel)
  • ideomotorisch (van bewegingen) onwillekeurig gemaakt wanneer men ze zich levendig voorstelt)
  • ideografie (schrift waarin geen klank-, maar begriptekens worden gebruikt (zoals in het Chinees en in het hiërogliefenschrift / uitdrukking van een idee)
  • ideoplastisch (waarbij organische stof zich vervormt onder invloed van psychische krachten, bv. de stigmatisatie)
  • jutten (stranddieverij)
  • juut (scheldnaam voor politieagent, vermoedelijk naar het vroegere fluitje)
  • kaag (meestal omdijkt stuk buitendijks land, o.a. in plaatsnamen als ‘de Kaag’, smal laag dijkje om een gors / platboomd, binnenlands vaartuig met zwaarden, een enkele schuine mast en een halve boegspriet; het voerde een sprietzeil en één of twee fokken, en diende o.a. als lichter)
  • laarzenbeen (hout dat in een laars past en waarop men het fatsoen eraan geeft / been in laars)
  • microtrauma (erg kleine kwetsuur)
  • nijverheidsonderneming
  • nyala (zekere, vrij zeldzame soort van antilope in Zuid- en Midden-Afrika / koedoe)
  • nyctalopie (dagblindheid) (<=> hemeralopie (nachtblindheid))
  • oblatie (toewijding aan een orde zonder geloften, als oblaat / offerande + bijbehorende gebeden)
  • paardenwik (of paardenboon: een landbouwras van de peulvrucht van de vlinderbloemenfamilie, waartoe ook de tuinboon behoort / paardenvijg)
  • queenie (damesschoen met puntneus, slanke leest en lage, dunne hak)
  • riemer (arbeider die turf of kurken riemt)
  • riemen (over de scheerriem halen / met een riem vastbinden / in riemen of stroken snijden)
  • strabisme (scheelzien)
  • strabant (lastig, brutaal / hevig, krachtig)
  • treerad (rad met sporten of schoepen, in beweging gebracht door erop te treden)
  • uitmoeren (moer of veen graven uit / uitkafferen, uitfoeteren)
  • vaaggrond (weinig door bodemvorming veranderde grond)
  • waterwederik (moeraswederik of moeraswolfsklauw)
  • xeniën (geschenken die door gastheren aan hun gasten werden uitgereikt / hekelende puntdichten)
  • yuppieziekte (verschijnsel dat jonge ambitieuze mensen lijden aan een chronische vermoeidheid (myalgische encefalomyelitis))
  • zydeco (volksmuziek van Franstalige Amerikanen langs de Mississippi, sterk geïnspireerd door de Amerikaanse blues en de Franse musettemuziek)

Van Dale rules!

16.10.06

Dove-reclame is postmodern. Stranden in het zicht van de werkelijkheid.

(via: branddna)

Perceptie. Enkele jaren geleden was het nog hét politieke stopwoordje. Vandaag is het alweer vervangen door, tja, u zegt het maar.

Die perceptie-hype had iets postmoderns, maar postmodern was ze niet. Het ging eerder om een doorgeschoten symptoom van het postmoderne idee dat je naast de history evengoed een herstory had en dat beiden evenwaardig naast elkaar konden bestaan, met elk hun eigen waarheden.

Dat alles perceptie is, kun je moeilijk een postmoderne gedachte te noemen. Het postmodernisme gebruikte het idee van de evenwaardige percepties om aan te tonen dat de grote verhalen niet het alleenrecht hadden op "de waarheid" of "de werkelijkheid". Zaken als chaos en hypercomplexiteit moesten opnieuw een intellectueel bestaansrecht krijgen, zonder in nihilisme te vervallen welteverstaan. Want, was het met dat onoverzichtelijke geheel aan gelijkwaardige mogelijkheden niet zo dat nu plotseling alles te rechtvaardigen viel? Had het nog zin om een mening te hebben? Kon je nog een mening hebben?

Niet iedere mening is waardeloos. Wat ik van het postmodernisme (en vooral haar literatuur) onthouden heb, is dat je je eigen waarneming nog kritischer gaat bevragen dan voorheen, dat zaken als "nooit" en "altijd" even sterfelijk zijn als de mensen die ze gebruiken. Wanneer je een padstelling tegenkomt, is er altijd nog de hoop dat je eruit kunt geraken door een ander te raadplegen. Het postmodernisme als sociale ideologie? Het zou kunnen.

Maar die bevrijdende, hoopgevende kracht van "perceptie" kan evengoed gebruikt worden om je het zwijgen op te leggen.

Alle meningen mogen dan wel gelijk zijn, maar "ik ben ouder", "wij zijn met meer", "ik ben een specialist", "wij hebben meer ervaring", en dus heb ik gelijk. Of nog: "je hoeft er niet zo zwaar aan te tillen" en "het lijkt erger dan het is". En de ergste dooddoener: "het is een kwestie van perceptie, we denken eigenlijk hetzelfde". All opinions are equal, but some...

In een wereld van absolute vrijheid, speelt de macht van het getal vaak een grotere rol dan we willen toegeven. Hij/zij met de meeste volgelingen, de meeste stemmen, de grootste oplage, het sterkste verkoopscijfer, krijgt het gelijk aan zijn of haar kant. Het zou "per definitie" democratisch kunnen zijn, maar of het intellectueel eerlijk is, is een andere vraag.

"Perceptie" is een voordehandliggende excuustruus om meningen te herleiden tot sociaal gebabbel, geroezemoes. Gericht luisteren is daarmee in één klap overbodig gemaakt. Chaos is niets meer dan een berg rommel en hypercomplexiteit is een vorm van overbodige wildgroei.

In plaats van de wereld te tonen zoals ze is, zijnde een plaats van onneindig veel mogelijkheden, wordt ze gereduceerd tot het doembeeld van een plek die overwoekerd zal worden door onkruid, vernietigd zal worden door termieten of kapotgegroeid door kanker. Tenzij... tenzij er naar die "ene" stem geluisterd wordt die de chaos en de wildgroei onder controle kan krijgen. Pure retoriek. Het is spelen met percepties, het is hetzelfde maar dan anders.

Dove dan. Het cosmeticamerk maakte vorig jaar al komaf met het klassieke schoonheidsideaal in de reclamewereld. Schoonheid op maat van mensen, dat was de toekomst. Echt helemaal "web 2.0". De consument moet je product naar believen kunnen "pimpen", kunnen aanpassen naar zijn of haar smaak, naar zijn of haar levensstijl. Het product moet een verlengstuk zijn van de identiteit van de gebruiker. Schoonheid op maat van de gebruiker? Dove laat anderen je eigen schoonheid zien, niet de onbereikbare schoonheid van één of ander fotomodel. Geniaal, het kan niet persoonlijker. En tegelijkertijd toch zo banaal. Just do it. Idem en ook wereldklasse.

Wat is schoonheid dan? Schoonheid is geen vorm van perfectie, maar het vooruitzicht van perfectie dat strandt in het zicht van de werkelijkheid.

Perceptie.

Maar dan één die de wereld maakbaarder maakt, draaglijker ook. Het doet je hopen op beter. Het doet je ogen en oren telkens opnieuw opengaan.

Geloof me vrij, "je weet echt niet wat je ziet"

12.10.06

randgevallen

“Hij vreesde de zomer op het land, alleen in het kleine huis met de dienstbode die het eten voor hem kookte, en de huisknecht die het opdiende; vreesde de vertrouwde aanblik van de bergtoppen en – wanden die zijn ontevreden traagheid weer zouden omringen.”

De dood in Venetië, Thomas Mann.


Iedere ochtend kruip je halfslaperig onder de lakens uit. Je laat je onderbenen van het bed zakken, schrikt van de eerste aanraking met de koude vloer. Er zit eelt op je voetzolen. Dat maakt het leven draaglijker.

Half voorovergebogen zit je op de rand van het bed, je zoekt het juiste ritme van je adem, laat je longen alvast op de feiten vooruitlopen. Terwijl buiten de aanwezigheid door alsmaar groter wordende scheuren, kieren en barsten naar binnen lekt blijft het hier nog even leeg.

Hoofd op de ellebogen. Je staart naar de rode betonvloer tussen je voeten en je tenen. Er komt een dag dat alles vloeibaar wordt, weet je.

Je besluit op te staan.

Met een kordate beweging schuif je het gordijn opzij. Misnoegd over zoveel onwrikbaarheid verraad je nog liever je schuilplaats dan te wachten tot alles implodeert en je vanzelf naar buiten gestuwd wordt. Het licht laat de gelegenheid niet onbenut om zich meester te maken van je kamer. Het overzicht is genadeloos. Ieder beetje houvast maakt je kwetsbaar. Er komt bloed uit de wijsvinger van je rechterhand. Opengehaald aan de muur. Kutgordijn.

“Op een dag is alles anders.”

De letters op het raam verdwijnen even snel als ze gekomen zijn. Vanmiddag zullen het enkel nog vieze vlekken zijn.

Aan de overkant van de straat zie je hoe iemand snel een gordijn dichttrekt. Een vroege fietser werpt je een boze blik toe voor hij verder fietst. Koud. Het glas duwt zachtjes tegen je penis. Je geniet. Je denkt: hou van me. Laat iets me toch omhelzen.

Ze denken dat je gek bent. Je buurvrouw met haar brede heupen en haar onverantwoord geile kont. Ze heeft cystes op haar eierstokken en kan geen kinderen krijgen. Je ouders, van wie je weet dat je moet houden, maar waarvan je beseft dat je het niet kan. Het jonge koppel dat de andere kant woont – hij accountant bij een groot bedrijf, zij huisvrouw (ze doet het met de postbode) – houdt angstvallig hun kinderen binnen als ze weten dat ik thuis ben.

Je weet niet wat je mist.

Iemand heeft een kauw doen landen op de vensterbank. Of het dier je aankijkt? Valt moeilijk te zeggen. De glazige oogjes spiegelen je blik. Dit is de ultieme blik voor iedere psycholoog. Dring daar maar eens in door.

Waarom kijken naar elkaar? Hier is geen eten. Jij hebt geen honger. Kauw staart naar naakte man achter raam op novemberochtend. Het is overbodig. Iemand weet beter.

De vogel heeft het begrepen, wipt tot aan de rand van de vensterbalk, draait zijn kop nog een laatste keer en laat zich vallen. Je sluit je ogen.

Het is pas op de richel, net voor je valt dat je weet wat evenwicht is.

Het begint zachtjes te regenen.

11.10.06

De hemelse hel van het Andere

Kunst en cultuur zijn altijd een kwestie van dankzij en ondanks. Zonder subsidies zou er nog steeds kunst gemaakt worden. Maar van een deel van de kunstwerken die we nu hebben kun je rustig zeggen dat ze zonder subsidies nooit gerealiseerd zouden zijn.

Wat moet je met zo’n vaststelling?

Gelukkig zijn, denk ik.

Die cultuursubsidies bevestigen dat onze samenleving en haar beleidsmensen grosso modo inzien dat we nood hebben aan kunst en cultuur en dat hun bestaansrecht gevrijwaard moet worden.

We geloven blijkbaar dat we met structurele financiële steun aan culturele instellingen en kunstenaars (denk maar aan projectsubsidies en schrijfbeurzen) ‘betere’ en ‘professionelere’ kunst kunnen realiseren, iets wat de gemeenschap op de één of andere manier ooit wel eens ten goede zal komen.

Dat ‘ooit’ is noodzakelijk. Het legt de evaluatie van de resultaatsverbintenis ergens op oneindig, ergens in de toekomst. Dat ‘ooit’ is wat kunst onlosmakelijk verbindt met ‘hoop’.

Jammer genoeg maakt geld vooral ongeduldig en worden die hoop en dat ‘ooit’ gereduceerd tot resultaatsverbintenissen die veel sneller geëvalueerd worden, zeg maar om de vier jaar, om de twee jaar of zelfs dagelijks (door critici, politici, toeschouwers,…).

Wie van kunstenaars verwacht dat ze met hun werk maatschappelijke problemen ‘nu’ oplossen, ontzegt de kunst eveneens haar hoopgevende karakter. Kunst is niet, maar wordt, ondanks de vorm en de tijdelijkheid van de kunstwerken zelf. Het lijkt me geen toeval dat KBC, één van onze grootste banken, enkele jaren geleden de imperatiefvorm ‘word’ als slogan koos voor één van haar campagnes.

Kan kunst een oplossing bieden voor de huidige maatschappelijke problemen? ‘De grootste uitdaging voor een filosoof is om het probleem zo te omschrijven dat die omschrijving een oplossing toelaat.’ Het zijn niet mijn woorden, maar die van de Britse filosoof Bertrand Russell. Kun je, Russell indachtig, een maatschappelijk probleem zo omschrijven dat je een kunstwerk vindt dat jouw probleem ‘oplost’? En als je dat niet vindt, schort er dan niet iets aan de omschrijving van je probleem? Kun je überhaupt problemen verzinnen waar kunstwerken een oplossing voor zijn?

In plaats van problemen op te lossen voegt kunst er iets aan toe. Het opent nieuwe perspectieven, houdt de verbeelding en de werkelijkheid levendig in plaats van hen te laten vastlopen in allerlei patstellingen. Kunstenaars gunnen mensen en hun problemen weer de tijd en de ruimte om te veranderen.

Eén van de meest verstikkende patstellingen van onze samenleving is de overtuiging dat er voor ieder probleem een definitieve oplossing bestaat, een oplossing die hier en nu kan toegepast worden. Wordt ze niet toegepast, dan kan je het maatschappelijke probleem in kwestie niet oplossen.

Iedereen acht zich tegenwoordig verstandig genoeg om ‘assessments’ te maken, om problemen te kunnen vaststellen en die te beschrijven. Ik ben nog bereid om dat te geloven. Het is absoluut niet moeilijk om te zien dat niet alles loopt zoals het zou moeten lopen. Evenveel mensen geloven ook dat, wanneer ze een probleem kunnen vaststellen en analyseren, ze meteen een kant en klare oplossing hebben én dat die oplossing de enige werkbare is. Waarom? Omdat het logische oplossingen lijken.

Logische oplossingen hebben één nadeel, namelijk dat ze te statisch zijn. Spijtig genoeg zijn maatschappelijke problemen geen statische dingen zoals optelsommen waarvan je weet dat a+b altijd c zal zijn, ook wanneer je morgen die som opnieuw wil oplossen.

Wie maatschappelijke (/menselijke) problemen wil aanpakken, moet rekening houden met aspect ‘tijd’. Op het ogenblik dat je namelijk een probleem hebt vastgesteld waar mensen bij betrokken zijn, is dat probleem in de werkelijkheid alweer veranderd. Je maatschappij is voortdurend in beweging. En omdat je beginsituatie meteen veranderd is, is je afgelijnde oplossing die gebaseerd is op je analyse even snel weer achterhaald.

Logische oplossingen kunnen enkel een richting aangeven, het kan enkel een aanzet zijn om een samenleving en haar mensen te stimuleren om een bepaalde weg af te leggen, om op weg te gaan naar een betere samenleving. Die weg gaat nooit in vogelvlucht van punt a naar b, maar kent vele omwegen. Er komen nieuwe mensen bij, er ontstaan nieuwe wegen, er komen nieuwe einddoelen, mensen gaan ondanks alles hun eigen weg.

Mensen hebben het nog altijd moeilijk om dat te aanvaarden, met alle gevolgen vandien. Kijk naar hoe mensen die van de vooropgestelde paden afweken tijdens de Tweede Wereldoorlog en later onder Stalin op de trein zijn gezet naar vernietigingskampen. Vluchtelingen worden vandaag verscheept in vliegtuigen naar het thuisland dat ze ontvlucht zijn. Andersdenkenden worden uit de openbaarheid verjaagd met een fatwah. Weer anderen worden met een oorlog op het ‘rechte’ pad gezet naar de democratie. Elders lopen mensen strak in de pas op een nauwkeurig uitgestippeld parcours wanneer ze langs hun grote leider defileren. Ze spreken met afgemeten woorden, een taal die gaat van a naar b.

En toch. Toch zie je dat er altijd opnieuw mensen zijn die ondanks alles de moed en de creativiteit hebben om een andere weg kiezen. Toch zie je dat mensen er keer op keer in slagen om ‘van het pad afwijken’, ondanks alle gruwelijke pogingen uit het verleden om maatschappelijke problemen linea recta en ‘nu’ op te lossen.

En laat het nu net kunst en cultuur zijn die mensen in beweging houden, die mensen een uitweg bieden. Kunst en cultuur gunnen ons ‘de tijd’ en ‘de ruimte’ om onze eigen weg te zoeken, om ondanks alles toch een andere – onze eigen? - richting uit te gaan.

Het zijn de kunst en cultuur die je helpen om te verdwalen, die je troost bieden en hoop en die je doen beseffen dat dit een wereld is waar bijlange na nog niet alles gekend is, wat Google, Wikipedia of CNN je ook mogen doen geloven.

L’enfer, c’est les autres. En het is er heerlijk vertoeven. Gelukkig maar.

Arne S.

‘If everyone is thinking alike, then somebody isn't thinking.’
George S. Patton

Een andere versie van deze tekst verscheen op Ramblasblog, als reactie op een column van Chris Van Camp.

6.10.06

Viral die anti-viral is omdat viral niet langer viral is

http://viralcartoon.blogspot.com/

Ik voel aan het gekriebel van mijn enige witte neushaar in mijn linkerneusgat dat er in deze viral een mooie politieke metafoor verborgen zit.

Plug-and-play zou ik zeggen. En nog iets met "eenvoud is..." maar ook dat laat ik aan jullie verbeelding over.

Gevonden bij Room 116

4.10.06

Couleur local met Titus De Voogdt alias Benny




Gentse Couleur Local met Titus De Voogdt

alias
Benny Vaneertbrugghen
Viral kiescampagne van sp.a-schepen Karin Temmerman

Vrie wais!

Geestig werk van de gasten van

Marc groet 's morgens zijn ONdingen. Over OVER-draagzaam zijn

Bad_tist merkte gisteren terecht op dat de 0110-organisatoren hun evenement niet hadden moeten organiseren op een week voor de verkiezingen als ze het geheel wilden vrijwaren van politieke connotatie. Tist heeft een punt, maar helemaal correct is die redenering niet.

Je kunt moeilijk ontkennen dat de manifestatie zich door de timing duidelijk tot de politiek richt en tot de mensen die de lokale politiek volgende week zaterdag grondig kunnen beïnvloeden (lees ook dit bericht). Ik heb hier al eerder iets over geschreven. Maar ik denk niet dat het evenement een andere connotatie had gekregen wanneer het op een ander moment had plaatsgehad. De tegenstelling verdraagzaam-onverdraagzaam is de afgelopen jaren zelf politiek geconnoteerd geraakt.

Een Janus-probleem

Wie daar de schuld voor draagt valt moeilijk uit te maken. Het Vlaams Blok en opvolger Vlaams Belang hebben duidelijk discriminerende en onverdraagzame taal gesproken waardoor het evident lijkt om te zeggen dat alles wat naar blanke xenofobie neigt Vlaams Belang-gedrag is. Niet echt correct, me dunkt.

De andere partijen hebben de bovengenoemde tegenstelling net zogoed gepolitiseerd en alle vormen van onverdraagzaamheid gestigmatiseerd tot Vlaams Belang-manieren. Minister van buitenlandse zaken Karel De Gucht (VLD) had er enkele maanden geleden niet beter op gevonden dan alle Vlaams Belangkiezers moreel verantwoordelijk te houden voor de moorden van Hans Van Temsche.

Door dat soort onzin is alles wat over verdraagzaamheid en onverdraagzaamheid gaat meteen gepolitiseerd en gesimplifieerd. Die situatie maakt de zaken paradoxaal genoeg niet eenvoudiger.

Die stigmatisering waar zowel het cordon als het fanatisme van de democratische partijen (kan je dit wel zeggen van fanatieke partijen?) en het Belang toe heeft bijgedragen, heeft ervoor gezorgd dat andere, subtielere vormen van onverdraagzaamheid onbesproken blijven.

Een schrale taal betekent een schrale wereld

Door de paniekerige retoriek waarmee het cordon sanitaire destijds is opgetrokken en de harde, sloganeske taal die alle betrokken partijen gehanteerd hebben tegenover elkaar is de taal die nauwkeuriger overeenstemt met de maatschappelijke werkelijkheid gevangen gezet. Of beter, ze is in ballingschap moeten gaan. Sinds het cordon kun je een aantal zaken gewoon niet meer zeggen, ook al zijn ze terecht.

Die schrale taal is niets minder dan een dwangbuis, een keurslijf waar alle betrokkenen de werkelijkheid proberen in te wringen. Hun onwezenlijke taalgebruik doet de werkelijkheid geweld aan door de zaken anders voor te stellen dan ze zijn.

Een goddeloze, machinale taal

Ik moet hier altijd denken aan wat Adorno schreef over de instrumentele rede. Hij heeft haarscherp geanalyseerd hoe de rede bewust een aantal blinde vlekken negeert, veelal uit angst om de autoriteit van het eigen denken, het eigen normen- en waardensysteem én de waarheidsclaim niet in gevaar te brengen.

Je kunt die blinde vlekken gemakkelijk vergelijken met taboes. Eén van de belangrijkste taboes in ons denken is geweld. De rationele, democratische samenleving talmt nog altijd om het geweld dat inherent is aan haar organisatie en haar denken recht in de ogen te kijken en eerlijk te onderzoeken.

Volgens Adorno redeneren we dat geweld dan instrumenteel weg. Kijk naar wat de Amerikanen aanvangen met het krediet van de zogezegd sterkste democratie ter wereld. Als we die taboes onvoldoende kennen bestaat het risico dat ze zulke sterke drijfveren worden dat we de gevolgen van hun instrumentalisering niet meer onder controle kunnen houden. Wie zomaar een oorlogsmachine in gang zet loopt het gevaar een kernreactie van geweld te veroorzaken (exponentieel ipv lineair). De Tweede Wereldoorlog is daar een pijnlijk voorbeeld van.

Het fundamentalisme van de democratie

Eerlijk gezegd geloof ik niet dat onze samenleving haar taboes al in de ogen gekeken heeft. Want wie van onze politici durft uit te leggen dat een samenleving onverdraagzaam moet zijn om te kunnen overleven. Dit klinkt cru, maar een samenleving moet bestand zijn tegen bepaalde vormen van verandering om aan alle betrokkenen de nodige levensruimte te kunnen blijven garanderen. Een democratie mag/moet/kan daar zeer fundamentalistisch in zijn. Hoezeer is zij zich hiervan bewust?

En alvorens zowel links, rechts, boven, onder, voor als achter moord en brand schreeuwt: dat is altijd zo geweest. De utopische democratische samenleving is altijd het meest nabij geweest voor een kleine minderheid omdat haar grenzen elders werden bevochten door een despoot, een leger, een muur, een grote hoeveelheid geld.

De termen verdraagzaam en onverdraagzaam zijn door de gebeurtenissen van de afgelopen vijftien jaar de woestijn in gestuurd. En het zal nog enkele jaren duren voor ze van hun pelgrimstocht terugkeren. Een terugkeer zal pas mogelijk zijn wanneer we op een gezonde manier kunnen verklaren dat zowel verdraagzaamheid als onverdraagzaamheid thuishoort in het democratische gedachtegoed.

Altijd maar praten? Altijd maar praten!

Communicatie blijft voor mij de enige uitweg, de enige mogelijke oplossing, ook al krijg ik emmers stront over me heen, ook al word ik scheef bekeken voor wat ik zeg, ik blijf spreken én luisteren. Mensen moeten zich broodnodig echt laten kennen.

Want zeg eens eerlijk, ken jij jezelf? En herken jij jezelf in wat politici zeggen of wat er in de pers geschreven wordt? Durf jij met je eigen woorden zeggen wat je denkt? Heb je het al eens geprobeerd zonder een ander klakkeloos na te praten?

En ken jij je buren nog? Ik weet een beetje wie mijn Bulgaarse overburen zijn, maar weten zij wie ik ben? Weten de Turkse of Marokkaanse jongeren bij ons in de buurt waar wij mee bezig zijn? Weten wij waar zij mee bezig zijn? "Wat we doen interesseert hen niet", hoorde ik onlangs nog van iemand die bij ons buurtwerk verricht. Waarom?(*)


Wat Anciaux en co ook mogen beweren, er wordt niet genoeg gecommuniceerd in onze samenleving. Er wordt teveel gebabbeld, teveel nagepraat. Er wordt geen kennis gemaakt. Er wordt geen sociale weerbaarheid opgebouwd. We kruipen terug in allerlei burchten, achter allerlei vooroordelen en met "we" bedoel ik IEDEREEN die aan deze samenleving deelneemt dus ook iedereen die denkt dat die samenleving niet verder reikt dan het volkse dorpscafé op de hoek of de beelden die via de schotelantenne of internetverbinding andere werelden bedrieglijk dichtbij brengen.

Ja, jouw wereld is groter dan je dorpsgrens en ja, je wereld begint tegelijkertijd met wat er voor je voordeur gebeurt.

Het lijkt me beter als we wat meer OVERDRAAGZAAM zouden zijn (en dan bedoel ik NIET in de zin van: laten we met z'n allen gaan "klikken").

Arne.

Terug omhoog

In de Gentse Sleepstraat kon je afgelopen zondag deelnemen een intercultureel feestmaal. Het feest werd georganiseerd door Resul Tapmaz en Getiat (de Gentse Organisatie van Turkse Ondernemingen). In een interview met de krant De Gentenaar zegt Tapmaz:

"Langs beide kanten zouden er heel veel problemen kunnen vermeden worden als men zich voldoende openstelt voor elkaar. Met dit initiatief willen we aan de niet-moslims zeggen: 'Jullie zijn ook welkom op onze feesten.'"

"Toegegeven, de 0110-concerten lokten misschien niet zoveel allochtonen. Ikzelf was er wel, maar ik denk dat we een positieve kritiek naar de integratieverenigingen moeten uitzenden door te stellen dat ze meer naar de allochtonen moeten toestappen en daadwerkelijk ook met hen praten.''

Tapmaz heeft gelijk, maar het zijn niet enkel de integratieverenigingen die naar de allochtonen moeten toestappen. Het is ook aan de allochtone gemeenschap om naar de autochtonen te stappen en om zich te informeren over of zelfs deel te nemen de alle activiteiten die andere gemeenschappen organiseren, om de voelsprieten wat meer uit te steken en te proeven van wat er om hen heen gebeurt.

Kleinere groepen, wijken, straten, buurten, buren, mensen persoonlijk uitnodigen om eens "langs te komen", om elkaar op straten en pleinen te ontmoeten en samen iets in elkaar te steken of om naar elkaars werk te komen kijken, daar begint dat OVERdraagzaam zijn, daar liggen de wortels voor het echte samenleven.

Binnenkort hoop ik op deze blog enkele reacties te kunnen plaatsen van mensen uit de buurt (buurtwerkers, buurtbewoners, jongeren, ouderen, ...).

2.10.06

Eén randopmerking nog...

Het verveelt me om het te zeggen, maar ik had gehoopt dat er in Gent wat meer jongeren van de allochtone gemeenschappen gemobiliseerd zouden zijn geweest of zich geroepen hadden gevoeld om aan het 0110-evenement deel te nemen.

Klopt deze opmerking?

Als iemand andere, volledigere informatie heeft hieromtrent, laat horen!

Blijde intrede op 0110 wordt politieke uitschuiver

De organisatoren van 0110 hadden vooraf uitdrukkelijk gevraagd aan politici om tijdens 0110 geen politieke propaganda te verspreiden. Dat was echter buiten Guy Verhofstadt en Freya Vandenbossche gerekend die op het festival in Gent een wel heel opvallende intrede maakten.

Dat de artiesten tijdens 0110 hun mening zouden geven gisteren was te voorzien. Zij hadden een podium gekregen. En wie naar de evenementen kwam afzakken of wie naar de live-uitzending keek, stemde ermee in dat zangers, zangeressen en andere muzikanten hen tot hun toehoorders mochten rekenen, zowel voor hun muziek als voor hun bindteksten. Geen van de artiesten heeft overigens – mede op vraag van de organisatoren – een echte politieke preek gehouden.

Letterlijk

Omdat 0110 in de eerste plaats een muziekfeest moest worden, was aan de politici gevraagd om zich niet nadrukkelijke te profileren tijdens de concerten bv. door het uitdelen van verkiezingsdrukwerk. Op de website van 0110 stond het zo:

“Omdat het evenement op 1 oktober plaatsvindt, een week voor de verkiezingen, willen we iedereen oproepen om géén verkiezingpropaganda te verspreiden in Brussel, Gent, Antwerpen of Charleroi tijdens de concerten. De organisatie hoopt dat de verdraagzame politici dit zullen respecteren. Er wordt niet gespeecht, niet betutteld, niet veroordeeld, iedereen is welkom! Zo vieren we de complexiteit van het leven met een simpel feest.” (http://www.0110.be/Nieuws/ > Nieuws > 14/09) Een duidelijke boodschap, maar niet voor iedereen, zo bleek.

Glijpartij

In Gent steeg er tijdens het concert van ’t Hof van Commerce plotseling gejoel op toen premier Verhofstadt himself door de middengang tussen het publiek naar het podium werd geëscorteerd met in zijn kielzog minister van begroting Freya Vandenbossche. Gretig zoomden de cameramensen in op wat in een fractie van een seconde omgeturnd werd in een slechte persiflage van een bezoek van de koning. U weet wel, met vlaggetjes en drummende oudjes en kinderen die allemaal een handje willen schudden met de vorst of een praatje willen maken.

Verhofstadt liep min of meer stoïcijns verder, maar Freya Vandenbossche liet zich de aandacht schaapachtig welgevallen en nam de uitgestoken handjes gretig in ontvangst.

Het was fijn om te zien dat het publiek in de buurt van de doorgang het allemaal zo licht opnam, maar wat Verhofstadt en Vandenbossche deden, kan niet door de beugel. Ook al waren ze enkel op weg naar de viptenten om de artiesten een hart onder de riem te steken, ze hadden dat minder opvallend kunnen doen, op een ander tijdsstip misschien. Nu hebben ze op zijn minst de indruk gewekt dat ze politieke munt wilden slaan uit het gebeuren.

De organisatoren van 0110 in Gent gaan overigens ook niet vrijuit. Zij hadden zich bewust moeten zijn van de mogelijke repercussies van de publiekelijke doortocht van Verhofstadt en Vandenbossche.

Het volk overstemmen

Politici zijn ook maar mensen. Je kunt er gif op innemen dat dit het antwoord zal zijn van de betrokkenen. Politici zijn inderdaad mensen en indien Verhofstadt en Vandenbossche zich hadden willen profileren "als al de andere mensen" , dan waren ze rustig tussen de massa gaan staan, hadden ze zich een beetje verdekt opgesteld. Het klinkt cru, maar als er bekende Vlaams Belangers tussen het publiek stonden, dan hebben die weer een argument om te zeggen dat zij zich weer niet boven het volk hebben geplaatst. Je kunt hen moeilijk ongelijk geven.

Ik ben de eerste om te zeggen dat je jezelf niet moet censureren voor het Belang, net zomin als je opera’s moet verbieden louter en alleen omdat Allah of Mohammed erin voorkomen. De boodschap van 0110 was op zich sterk genoeg. 0110 zou een evenement worden waar kunstenaars konden laten zien dat maatschappelijke verantwoordelijkheid niet alleen een zaak is van politici. De artistieke stem heeft een politiek gewicht, net zoals al die andere stemmen uit onze maatschappij. Dat wilde 0110 laten horen. Het was nu eens niet aan de politici om zich als voortrekkers te profileren. Het was aan de massa, het publiek, het (stem)volk om zich te tonen.

Dat Verhofstadt en Van den Bossche daar zonodig weer hun politici-snater tussen moesten slaan, is jammer. Het bewijst dat beiden niet begrepen hebben waar het hier om draait: niet om politici die tonen hoe ze dagelijks de held uithangen of artiesten die de show stelen en zich als dusdanig zouden profileren als de redders des vaderlands. 0110 draait om iedereen die het project mee op poten heeft gezet, om de artiesten en om het publiek, om mensen zoals u en ik die samen deze samenleving tot een samen-leving maken, dag in dag uit.

Ondanks die ene valse noot, blijft 0110 een schitterende lofzang op de intentie om te leven voor en met elkaar.

Arne S.

1.10.06

0110011001100110011001100110011001100110