13.11.08

liefde is.

ik hou
van jou
wat jij
van mij
al hebt

6.11.08

Video: optreden Hommage Berckmans - Venijnig Gebroed



De collega's aan het werk.

27.10.08

Vanavond optreden in Brugge: hommage aan Berckmans

Dinsdag 28 oktober, treed ik op, samen met mijn companen van het Venijnig Gebroed.

Ik zou het fantastisch vinden als je erbij bent.

Locatie
: Café Biekorf, Naaldenstraat Brugge, 20:00 u


Ingang ADD: 8€

Promotie:
Bestel nu je kaarten voor maar 5€

Bestel je kaarten
via FACEbook of via de site van het Venijnig Gebroed

Met werk van:
albrecht b doemlicht, Frederik Lucien De Laere, Arne Schoenvuur, Ann Slabbinck, Denis S.M. Vercruysse en Jan Wijffels

Kristien De Proost leest voor uit het werk van Berckmans.

20.10.08

optreden: hommage berckmans 28 oktober brugge

- De grauwste mizerabiliteit kenbaar maken in de opperste hilariteit, niks anders moet je doen -


Op 28 oktober - niet toevallig de verjaardag van Antwerps cultschrijver J.M.H. Berckmans - organiseert het venijnig gebroed een spoken word avond rond de literaire wereld van Jean-Marie.

Muze Kristien De Proost selecteert teksten van Berckmans en leest ze voor, terwijl het venijnig gebroed en gasten laveren tussen barakstad en grauwzone, op zoek naar de schimmen van een marginaal, maar begenadigd auteur.

Het project in wording leverde al onverwachts materiaal op in de vorm van filmpjes en stemopnames, waarvan een selectie de avond zelf getoond zal worden.

——————————————-
Locatie: Café Biekorf, Naaldenstraat Brugge
Ingang ADD: 8€ vanaf 20h00
——————————————-

Kaarten zijn te reserveren aan een VVK tarief van 5€ via een reactie met naam op dit bericht of via inschrijving op de groep "Groeten uit de grauwzone" op Facebook.

N.B. Dit event is een eerste deel van een JMH Berckmans hommage. Het tweede deel zal een grootschaliger evenement te Antwerpen voorjaar 2009 worden, georganiseerd door de usual grauwzone supects.

4.10.08

wesp. muur. man.

als een wesp. een lijfje razernij met een hoofd vol splijtstof dat voortdurend op ontploffen staat. het is niet mijn kwestie om het evenwicht te bewaren. alles zint me tot bewijs van het tegendeel. laat iedere dag vredevol zijn. laat ik niemand tegenkomen die me dwarsboomt. wat is daar nu zo moeilijk aan? geen tijd voor rust. bij de eerste tegenslag beginnen neuronen tegen elkaar op te bieden en voor ik het weet werp ik mijn angel in de strijd. ik steek. de wereld vergaat. dit is het einde. van mijn verhaal.

als een muur. de impact is niet aan mij besteed. het water dat me afloopt laat me koud. de hagel slaat zich te pletter en het zonlicht dringt nauwelijks tot me door. wat zou het nu je hier staat te schoppen en te slaan. ik draag het huis, het dak van mijn gedachten. van wankelen kan geen sprake zijn. ik ben hier niet voor jou en zal hier nooit voor jou zijn. ik ben hier voor het dak en het huis.

als een man. voortdurend in beweging en toch tastbaar. die van geen wijken wil weten, aan je zijde blijft staan, die je stoten ontwijkt, ze afremt in hun vlucht en je even uit balans brengt door je over je steunvoet heen te duwen nu je valt heb ik je gevangen. geen paniek. geen nood. wij zijn er allebei. aan elkaar. gewaagd. en uit vrije wil.

11.9.08

kiezen of. I de stokken en de slangen

in iedere stok zie ik een slang. hoelang het al aan de gang is weet ik niet. ik denk dat ik het weet sinds ik weet. het klinkt wat verfromfaaid. het ritselt als een pagina die ik uit een roman scheur als ik er net iets levensbelangrijk op heb gevonden. het betekent alles. het zegt niks.

de stokken en de slangen, ze zijn giftig, ze liggen op de loer, ze weten niet dat ik er ben, tot ik er ben maar altijd net iets eerder. ik roep hen bij hun naam, doe verregaande studies, maak voortdurend vergelijkingen en leg hen meermaals op de operatietafel, bouw een deeltjesversneller in een berg om tot de essentie te komen.

met essentie valt niet te leven. wat zou het de wetenschap kunnen schelen? ik vraag het me af. de stokken en de slangen. ze kruisen mijn pad, hoe ik ook van route verander, hoezeer ik ook mijn dagelijkse trajecten angstvallig geheim houd, hoezeer ik ook gek doe. het doet er niet toe. de slangen en de stokken zullen er altijd zijn.

net zoals de paden, de weiden, de velden, de woestijnen, de sterren, de maan, de liefde en de lach, de honger, de dorst, alles wat moet, meer nog wat mag, waar ik heen wil is een weg waar ik ga, waar ik sta, waar ik adem en verstil, waar ik ben, als verschil. de stokken en de slangen, ze zullen er altijd zijn.

het zal me een zorg wezen. ik ben hier en de wereld zal het geweten hebben.

16.8.08

Hoogstens per vergissing. Liefhebben.

“Ik durf je amper te vertellen, kameraad
hoezeer en tijdens hoeveel van mijn dagen ik haar haat,
de poëzie, dat ik haar haat met hart en ziel.
En dat, als ik haar liefheb: hoogstens per vergissing.”
Luuk Gruwez, Aan een collega I

Hoe kun je iemand per vergissing liefhebben? Ik kan me hoegenaamd niet inbeelden dat ik of iemand anders over mijn liefde voor het dichten zegt: “Arne, dat had je nu eens niet moeten doen.” Hoewel, nu ik het zo zie staan moet ik toegeven dat het niet helemaal waar is. Poëzie schrijven doe je altijd tegen beter weten in. Gewoon, omdat je geen genoegen neemt met wat er is. Nou ja, gewoon. Omdat je je niet kunt neerleggen bij dat beter in beter weten.

Zijn dichters dan goedgelovige dwazen die geloven dat alles wat je niet weet beter is? Of is het dat we geloven dat er iets is dat beter is, maar dat we het nog niet weten? Beeld je eens in dat je dat als dichter vindt. Op een dag in een vers. Daar staat het dan. Opgeschreven. Netjes verwoord. Punt erachter (uiteraard) en klaar. Voor de rest van je leven.

Ik hoor het me enkele dagen na mijn ontdekking al zeggen. “Was dit het?” En nog voor ik het gepubliceerd heb, begin ik al aan een volgend gedicht. Want er moet toch meer zijn. God zijn in het diepst van je gedachten is verdomd vervelend. Niet omdat je het altijd beter kan weten, maar omdat je het nooit beter wil weten. Het is niet omdat je weet hoe je hart in elkaar steekt dat je kunt stoppen met ademen.

Waarom altijd meer? Wat is er mis met minder? Of wat met alles wat er is, al het moois het lelijks, daar raak je zelfs – of nee, zeker – als dichter van z’n leven niet over uitverteld. Wedden?

“Dichters wedden niet. Toch niet om futiliteiten”, mopper je. Nee, dat zal dan wel niet. Maar ze spelen evenmin op zeker. Hoogstens per vergissing liefhebben moet zowat de onhandigste manier zijn om dit te ontkennen. Komt net voor “als we van één ding zeker zijn, dan is het de onzekerheid”.

Aan cirkeltjes heeft een mens niets. Dat moet een dichter toch weten. Een mens wordt geboren en gaat dood. Linea. Over dat recta valt nog te discussiëren. Net die breuk maakt ons leven waardevol. Achter cirkelredeneringen kun je geen punt zetten. Het is de goedkoopste manier om de eindigheid een hak te zetten. Een schijnvertoning om een eeuwigheid mee te gaan.

Het is bijna een misdaad, valsheid in geschrifte. Een bewuste zonde, minstens per vergissing, of moet dat hoogstens zijn?

Dichters hebben er een hekel aan als hun woorden verdraaid worden. Alles wat je zegt kan tegen je gebruikt worden. Niet voor een dichter. De dichterlijke vrijheid kent geen grenzen. Ze verkent ze. Een wereld van verschil. Dat uitzonderlijke recht krijg je niet om mensen te bedotten, om ze aan het lijntje te houden en in rondjes te laten lopen.

Toch bewonder ik de moed van deze dichter. Hij ontkent staalhard om uiteindelijk toch ontmaskerd te worden. Maar zelfs met zijn bekentenis kun je geen kant op. Hoogstens per vergissing liefhebben. Is het belachelijke pathetiek? Of ongekende nederigheid? Wie zal aan deze schertsvertoning een einde maken? Wie trekt er aan het kortste eind?

Juist ja. En uiteraard, hoogstens per vergissing. Of wat had je gedacht.

Mocht ik niet beter weten, ik zou zeggen dat die verzen pure magie zijn. Mocht ik niet beter weten natuurlijk.

15.7.08

wakker worden in een ander land. hoe doe je dat?

Een goeie politicus kent het onderscheid tussen wat belangrijk is voor zijn verkiezingsscore en wat belangrijk is voor zijn kiezers. En wat belangrijk is voor het ene is niet noodzakelijk belangrijk voor het andere. Dat heeft de mislukking van Leterme I duidelijk aangetoond.

Wat dit land nodig heeft, zijn politici die de moed hebben om tegen de heersende opinie van hun kiezers in te gaan in het belang van diezelfde kiezers. Dat geldt niet enkel voor het FN of de NV-A. Dat geldt voor alle betrokken politieke partijen.


Lees verder op http://ledeberg.wordpress.com

30.6.08

snapshots van het avondland: tegel.

hoe luider je roept, hoe kleiner je wordt. het lijkt een opschriftje, passend als de tien bij tien van een tegeltje met bijbehorend het moedertje-vadertje doen samen dingen in zijaanzicht. diepzinnigheid zonder dieptezicht. de vervlakking van lawaai. het heeft iets van muziek en merelgekwetter, maar dan zonder bijbehorende bedoelingen die de bedoeling zijn. te moeilijk voor een gedicht die toelichting. te simpel voor een dichter. die spreuk welteverstaan.

een keuken netjes houden is een opdracht voor het leven. het verliezen van het overzicht, de woekering van vetvlekken en de geur van schimmel in het spagettiteiltje, je zweert bij hoog en laag dat het nooit meer gebeuren zal, tekent aanvalsplannen uit, maar het enige wat je doet is je bekwamen in de aftocht. in andere, veel nettere keukens, de gesprekken kruiden met een pallet aan uitwijkmogelijkheden, regeltjes, gekweekt in de vruchtbare grond van ergernis bemest met gebrek aan zelfkennis. de grootste lul zijn is niet hetzelfde als de grootste hebben. ik zeg maar wat.

van praten word ik schor. ik schreeuw m’n kop achterna. zet woorden kracht bij alsof ze met weeën ter wereld komen. er zit geen buik aan het verhaal, geen benen aan de grond en het hoofd is te zwaarmoedig om van wolken te dromen. behalve mist is hier geen waterdamp te bespeuren. ik verlang naar het tegeltje dat ik samen met de gemoedelijke glimlach van mijn grootmoeder en haar rimpels vol relativiteit verbannen heb. wegens niet trendy. en o zo verkeerd.

Self-confidence is knowing that we have the capacity to do something good
and firmly decide not to give up. (Dalai Lama)

pantiro op de brakke verslog


Beetje zelfstoef. Pantiro staat vanaf vandaag op de Brakke Log / Verslog, het poëtische luik van de Brakke Hond-weblog. Veel leesplezier.

Arne.

22.6.08

dier 2.0

dier. met je poten in het water, zo rank dat je nauwelijks je spiegelbeeld kunt zien. er ligt een diepte die je met geen meter kunt bevatten. wat verder steekt een man een peilstok in de rivier. aan wetenschap gaat een wereld stuk.

water is twijfel. je weet niet waar je thuis hoort. een waterrijder schaatst voorbij, belandt even later op een lelieblad en wordt opgegeten door een groene kikker. het zal je maar gebeuren.

één stap verder en aan de oever geen steun meer. weet je meteen weer hoe het voelt om op je eigen benen te staan, trappelend en proestend, vechtend tegen de wortels en planten die je weer met beide benen op de grond willen zetten. je houdt ternauwernood het hoofd boven water. je vliegt, voorwaar.

tevergeefs. traag stort je neer. je zal over enkele seconden een zachte buiklanding maken. uit wat luchtbellen ontsnapt je laatste kreet. geen oor zo verfijnd om het samen te puzzelen.

daar lig je dan. foetus. morgen word je geboren. de wereld wacht op jou, fluisteren vissen en rivierkreeftjes je in het oor.

bij het ochtendgloren komt je ter wereld. een kraai kan een kreet van blijdschap niet onderdrukken. maar verder blijft het stil. geen dokter te bespeuren om het kind op de billen te slaan.

18.6.08

dier

dier. met je poten in het water, zo rank dat je nauwelijks je spiegelbeeld kunt zien. er ligt een diepte in het watervlak die je met geen meter kunt bevatten. wat verder steekt een man een meetstok in het water. aan wetenschap gaat een wereld stuk. water is twijfel. je weet niet waar je thuis hoort. een waterrijder schaatst voorbij, belandt even later op een lelieblad en wordt opgegeten door een groene kikker. het zal je maar gebeuren. één stap verder en aan de oever geen steun meer. weet je meteen hoe het voelt om weer op je eigen benen te staan, trappelend en proestend, vechtend tegen de wortels en planten die je weer met beide benen op de grond willen zetten. je houdt ternauwernood het hoofd boven water. je vliegt, voorwaar. tevergeefs. traag stort je neer. je zal over enkele seconden een zachte buiklanding maken. uit wat luchtbellen ontsnapt je laatste kreet. geen oor zo verfijnd om het samen te puzzelen. daar lig je dan. foetus. morgen word je geboren. de wereld wacht op jou, fluisteren vissen en rivierkreeftjes je in het oor. bij het ochtendgloren komt je ter wereld. een kraai kan een kreet van blijdschap niet onderdrukken. maar het blijft stil. geen dokter om het kind op de billen te slaan.

12.6.08

ik had je willen vragen

ik had je willen vragen hoe het komt de bocht in de rivier
waar de zon zich rekt om ook het verste sprietje gras te raken
voor ze weer achter de einder verdwijnt
de zachte meandering in je oksel waar ik thuishoor
de rivier zijn bedding getrouw ik
ben zo minzaam langs je heen.
liefde is de wrijving tot het uiterste beperken
erosie
is iets van jaren en af en toe ook bruut geweld, maar vooral
liefde is waar anderen op voorbij varen
en waarlangs een kind
zich van geen kwaad bewust
de scheepjes telt

11.6.08

dus je wil weten waar ik was?


dus je wil weten waar ik was? terwijl je het vraagt neem je een kopje bij het oortje en slaat het stuk op het schoteltje. je wijst in mijn richting, het oortje nog rond je vinger. een huwelijk is gauw gesloten. een ongeluk al even snel gebeurd. zwarte tranen verzamelen zich rond de voet van het verminkte aardewerk. andersvalide, kop met beperking. wat zou het? alles heeft betekenis.

ik wacht niet op je antwoord om je tegen te spreken, begin de openingsdans alvast op mijn eentje met een mars in vier, struikel pardoes over een wals – in drie, uiteraard – en val trappelend in een duizelingwekkende tweetellen harteklop hals over kop tegen de tafel op. waar was je gisteren tussen vijf voor en twaalf?

schrijf je vraag nou even op, raad ik haar aan. toe maar, pen hem neer in een dagboek dat je binnen twintig jaar terugvindt op de zolder waar je de kleren bewaart waarmee je je heldendaden staaft tegenover het zesjarige meisje met haar vlashaarvlechtjes en bloemetjesjurk – alles aan haar is lente – dat je vraagt: “mama waarom leven wij”? terwijl ze eigenlijk bedoelt: “waar zijn nu die kleren die oma voor jouw pop had gemaakt?” je hebt ze net gevonden. maar van het stiksel blijft niets meer over.

lieve schat. er is niets dat ik kan zeggen om het kopje te herstellen. niets dat de koffie voor de kilte en het afvoergaatje behoedt. je huilt en zegt zie je wel ik wist het ik wist het ik wist het. je adem ruikt nog naar sigaretten van gisteren. ik mis de rook die het tasten draaglijk maakt, het strompelgeluk en de dronkemansgebaren een choreografie, troost voor onbeholpen meerwaardezoekers.

ontsnappen is al sinds jaar en dag niet meer mogelijk. ik verzin dan maar een uitweg. ter plekke. het is tien voor. er zit een scheur in het behang, net onder een bloemknop die al vijftig jaar niet van verwelken weet. de spits van de bezoekende ploeg vindt een opening in de verdediging en scoort. een kantelmoment in een belangrijke wedstrijd. de stem van de commentator slaat over. varkensblaas die over krijtlijn rolt. tweeënveertigduizend mensen in extase. onze waterschildpad haalt voor de tienduizendste keer adem. en ik denk aan de laatste ademhaling van de passagiers van het tweede vliegtuig net voor het zich in de tweelingtoren boort.

dan, fluister ik in haar oor, ben ik zoek geraakt. bel me als je me gevonden hebt.

10.6.08

geen bijwoorden vandaag


geen bijwoorden vandaag. geen toegevoegde waarde of koopkrachtverhoging. betogen tegen het recht op zelfbeschikking als een mooie misdaad tegen de menselijkheid. je moet puber worden om het te begrijpen. een australiër fluistert in zijn wc-pot: de wereld staat op zijn kop en ik word er niet beter van. opportunisme is van alle tijden en markten thuis.

gekheid aan een stokje, ijslollieleugentjes om bestwil waar je je suf aan likt, roze-geel-en-blauwtong zonder gevaar voor de volksgezondheid. het houtje gaat zonder poeha en pardon de vuilbak in of de straat op. nu niets nog van betekenis is, is alles van belang. als ik kon, ik zou er een grafschrift van maken, maar wat baten woord en spel als je enzovoort weet je weet je wel.

geen priester preekt nog zonder woorden die op bijstand rekenen, geen liefde gaat zo hard tekeer zonder aangekoekt gelul. zelfstandige naamwoorden zijn de naam niet eens meer waardig. we zijn zo uitgesproken jij en ik. zo tot op de dag van vandaag nauwkeurig geworden. hoeft het nog gezegd.

je hebt je handen in je zakken, je voeten in je schoenen, benen in je broek, je kut in je slipje, borsten in bh en bovenlijf en armen in een slobbertrui, je oren en bij uitbreiding je hoofd in een muts. de hele wereld staat op aanraken. het mag niet waar zijn. laten we daarmee beginnen wanneer ik je iedere avond opnieuw uitkleed.

taal als afstandsbediening, geen metafoor meer om volwassen te worden maar stukje technologisch plastic verpakt in piepschuimblokjes en huisje van karton, voetnoten hebben het gehaald ga maar na, bij bloggers staan ze steevast van boven. uitleggen en peetjes tekenen. vlaams voor beginners.

maar ondanks alles. één ding blijft zeker. het mag gewoon niet.
het mag gewoon niet. waar zijn.

9.6.08

voorsmaakje: duras


Het volledige gedicht vind je in het volgende nummer van het literaire tijdschrift Dighter. De tekst is een antwoord op een mini-essay van Herlinda Vekemans over Duras en haar ideeën over het schrijverschap.

verbind met ander netwerk

ze heeft zonder het te weten een valstrik gelegd. maar wat zou het? vandaag is alles zo www als het maar zijn kan. kan het zijn? kan het maar zijn? vraag je je af, terwijl je god weet welke gedachten even probeert te bannen, je je blik ten slotte toch vol verwachting ten hemel richt, eeuwig blauw scherm, zelfs daar geen foutmelding te bespeuren.

een kraai pixelt je gedachten. je knippert met je ogen. als een mens alle milliseconden knippering optelt, hoeveel dagen van zijn leven is hij dan blind? je sluit je ogen, voorgoed, maar dan in 5 minuten, probeert rebels zijn op de tast even uit, zo traag dat de wereld haast vanzelf in beweging komt.

(wordt vervolgd in Dighter)

27.5.08

Legt u mij dat eens uit?



"De wens om deze samenleving een beetje menselijker, warmer te maken, om eerlijkheid, normen en waarden voorop te stellen, die deel ik met U. Dat is wat mij in de politiek bracht en wat mij drijft.

Laten wij er samen aan werken."

Dat schreef u in november vorig jaar nog op mijn blog: http://arneschoenvuur.blogspot.com/search/label/yves%20leterme.

Ik werk alvast aan dat voornemen. Als ik zie hoe uw regering de CREG terugfluit en u toestaat hoe Electrabel/Suez ons twee keer naait, dan heb ik mijn twijfels over uw bijdrage.


Maakt dat dat u helemaal niets doet? Nee. Ik geloof graag dat u zich behoorlijk hard inzet. U kunt het per slot van rekening niet alleen. Maar als hoofd van de regering draagt u wel de verantwoordelijkheid.

800 000 Vlamingen hebben u gekozen om zich beschermd te voelen. Bescherming, niet opportunisme, is de gemeenschappelijke drijfveer van de kiezers. Maar eerlijk gezegd voel ik me sinds de laatste verkiezingen vogelvrij verklaard.

Als burger moet ik vandaag zelf opboksen tegen de Suezzen van deze wereld. Moet ik zelf maar zien hoe ik zelf overeind blijf in dat kluwen van belastingen. Zelfs die zogenaamde roemruchte sociale zekerheid biedt nog lang niet genoeg bescherming aan wie het nodig heeft. Ik moet er zelf maar mijn weg in zien te vinden. En ook daarbij moet je je door heel wat administratie en willekeur worstelen. En dan is er nog het duurzaamheidsvraagstuk. Krijgen we daar veel hulp?

Voedselprijzen stijgen, energie wordt stilaan onbetaalbaar, de onderlinge onverdraagzaamheid neemt toe, net zoals de sociale onrust en de armoede.

Het is een strijd waarin het individu gedoemd is om te verliezen. Maar in plaats van ons te verenigen om samen met u een antwoord te vinden op de uitdagingen van morgen zien we een regering die allesbehalve een voorbeeld is van samenhorigheid. Het is een regering - en een politieke kaste - die alle normen en principes verloochent waarvan ze verwacht dat de burgers ze zelf wel respecteren. En altijd is er wel een reden te verzinnen waarom er uitzonderingen op de regels mogen zijn. Behalve voor ons.

We hebben u ons land en onze beleidsinstrumenten toevertrouwd. We hebben u de macht gegeven om 'voor ons huis' te werken en te strijden wanneer dat nodig zou zijn. De enige vechtlust die uw regering tot nu toe al aan de dag gelegd heeft is er één die gericht is op het neersabelen van de coalitiepartners, gericht op het binnenhalen van pyrrussuccesjes en gericht op het behalen van persoonlijke eer. Vetevechters.

U bent zelf een huisvader. Beeldt u zich eens in dat u en uw vrouw zouden handelen zoals uw regering nu handelt voor dit land. Wat zouden uw kinderen daarvan vinden? Het zou niet lang duren of u zou zich beiden mogen verantwoorden voor kindermishandeling.

Het gaat niet op om "eerlijkheid, normen en waarden" voorop te stellen, ze te prediken en om ze dan met de voeten te treden. Hoe wilt u dat wij gelijkwaardig en respectvol met elkaar omgaan, begripvol en sociaal als de politiek meer fungeert als een allesvermalende machine, als de administraties alsmaar onpersoonlijker worden (niet door de mensen zelf, maar door de regeltjes) en als het zelfbeschikkingsrecht van een democratisch verkozen regering en parlement nog altijd geheel op z'n 19de eeuws aan banden is gelegd door wie economisch de grootste macht heeft?

Legt u mij dat eens uit?

6.5.08

pantiro

hoe kun je tegen elkaar strijden voor elkaar als de nacht dient om het licht van de dag te vergeten terwijl de sterren en de maan net het omgekeerde beweren? wat herinnert er nog aan het strelen wanneer we in onze schaafwonden blazen? zijn het misschien kussen om de pijn te sussen? een zwijg-stil-toe-laat-me-niet-boos zijn? als je struikelt onderweg, is de hele weg ernaartoe dan ook tevergeefs geweest?

het zal zijn of het zal niet zijn. als je stilstaat. de haren die de wind streelt zullen straks gegeseld worden door de hagel, het is dezelfde wolk die lief en leed met je deelt. eerst nog gleed je zacht wiegend met het hoge gras in de weiden links en rechts van je door de velden over het zacht meanderende paadje, het grind ging met een verliefd zuchtje weer achter je liggen. kijk je nu eens gaan. je trapt en trapt en trapt en trapt, het pad klampt zich aan de bermen vast om niet onder je gebeuk te bezwijken terwijl de lucht kolkt alsof de hemel en de aarde tegelijk zullen opensplijten en je regelrecht de afgrond in stort. je was een ruiter op een galopperend paard, je bent een mug in de hals van een dolgedraaide merrie. hetzelfde paard, hetzelfde pad, dezelfde ruiter.

wanneer de inkt verbleekt, dooft het licht uit in de pagina. het blad is amper nog goed voor een bootje, gefrommel met veel te weinig hoekjes en kantjes, beheersing uit respect, zeg maar. zeg maar niets. dat is al meer dan genoeg. maar als de letters verdampt zijn en het boek uitgesproken is, zal de wereld dan zonder verhalen zijn? het is niet omdat een punt je zin stokt, dat de rest moet zwijgen.

laat ik je eens liefhebben. laat ik je loslaten. laat ik niet molenwiekkend achter je aanhollen, graaiend naar je stuur, een tikje hier, een tikje daar, op zoek naar evenwicht, laat ik maar voor je zorgen door je de wereld te laten. geen kussen meer najagen, als een kind de vlinders in een zomerstorm. de handen laten zakken. zakken. even tot jezelf komen, je sleutels vinden. ermee rommelen, wat geld, een beetje goed geluk, wat dromen van een glas bier op een terras dat nu nog aan de andere kant van de wereld ligt, maar straks alweer een halfuurtje van hier.

ik zie je vechten. laat het een dans zijn, probeer ik. laat het de vrije loop zijn, op goed geluk. laat het de beklimming van de mont ventoux zijn aan het einde van een superspannende tour de france en ik de enige toeschouwer. laat het maar zijn wat het is. het is zo al gek genoeg. wat is genoeg? wat is gek genoeg? ik zie hoe de prikkeldraad naar je enkels graait. ben ik de enige die dit ziet? ik zie hoe de populieren op knappen staan om je één voor één te vermorzelen.

in het diepst van mijn gedachten. daar kom je enkel jezelf tegen. geen jan zonder vrees. geen held. geen spieren geen vernuft geen slavenvolk om je sterk te maken en je te verstoppen in een burcht. noch troje. noch paard. noch helena. al heb je haar schoonheid wel. en het gevoel dat je enkel de mijne werd als ik je mocht schaken. laat ik van je houden, maar dan zonder n met open einde je weet wel niet hoe dat gaat.

je neemt een bocht. een hoekje om. aan de einder (waar zeg je) slaat de bliksem in, ik weet het zeker, hij miste je op een haar. een uur later kom ik naast je staan. je fiets staat heelhuids tegen de muur geparkeerd. een slot als teken van bewaring. waar was je toen ik je nodig had? je nipt aan een fruitsap. je mond en ogen - een beetje zon in tegenlicht - in echo. hier. toen daar.

praatjesmaker.

festijn

Dit is het lichaam.
Neem en eet hiervan gij Allen.
Tot verzadiging van de zonden.

Om je los te laten
zal ik mijn beide handen moeten openwrikken
met die van jou
en dat zonder het je te vragen

Mijn ogen zullen hol staan
maar dan in afwachting van je medelijden
dat niet komen zal

Mijn poriën zullen hun adem inhouden
zodat er alvast daar ruimte is
voor je warme adem en troostende woorden
bij monde van kussen
op mijn huid

Mijn voeten?
Die staan als schoenen
klaar aan de deurmat
- eelt omdat de tijd me geleerd heeft
mijn voeten te vegen
voor het buitengaan -
om jouw richting uit te gaan

Van beweging is nog geen sprake
maar dat komt wel
als je meegaat

Mijn lippen de vensterbanken
in de herfst, lege bloempotten
waarin ooit geraniums
het mooie weer maakten
daar kun je nu verpozen
op gedachten komen
voor je aan mijn mond
je oor te luister legt
wees op je hoede als je je verdiept
in wat ik zeg, mijn tong
is gulzig, en lustig
in de onderwereld
huist het temperament

Mijn tanden zijn er
om zich in je vast te bijten
je op te eten
met huid en haar

Mijn oren heb ik dichtgenaaid
wees gerust het deed geen pijn
ik deed het om mezelf te beschermen
tegen tegenspraak

een kwestie van volledig
de jouwe te kunnen zijn.

Smakelijk.

31.3.08

The cold sweat of Temptation / het koude zweet van de verleiding



english version

here you are now, immobilised, for now
you look around, you come to the conclusion
that you have absolutely no idea about what you're looking for, so
you keep your eyes fixed on her face
hoping to start a conversation with her
but she's not the girl to be swept off her feet easily
you wonder
where is she hiding the beginning, where is she hiding the end
in between which this uncomfortable silence becomes meaningful again?
you crave for a cigarette, and you, yes, you over there
you long for your cell to go off, a short talk which starts with
hello how are you? I'm looking at a sculpture, reading a poem, pretty?
kind of, not bad no, as a matter of fact, it's about us, yes, funny ey?
ok, I will, see you soon, byyyyyyyeeee. where were we? oh yes,
a beginning and an end.
is it that late already? yee. you've got to go
but before you leave:
when you'll walk away in a moment from now
suddenly turn around
because for all you know
she might be standing right behind you
put a hand upon your shoulder
and smile


nederlandse versie (origin.)

hier sta je dan, aan de grond genageld
je kijkt wat om je heen, komt tot de vaststelling
dat je niet weet wat je zoekt en houdt je ogen
dan maar strak op haar gezicht gericht
in de hoop een gesprek met haar aan te knopen
maar ze laat zich zoals je merkt
niet zo gemakkelijk van haar stuk brengen
waar verbergt ze toch het begin, het einde
waar tussenin de ongemakkelijke stilte weer zin krijgt?
je snakt naar een sigaret, en jij, ja jij daar, je verlangt naar je gsm
een kort gesprek dat begint met hallo, hoe gaat het met je
ik sta naar een beeld te kijken, gedichtje te lezen, mooi?
moi, niet onaardig, wel interessant,
nu je 't zegt, 't gaat over ons, ja, grappig hé? ok, zal ik doen,
tot binnenkort, groetjes, daaaaag. waar waren we
gebleven? ach ja, een begin en een einde.
is het al zo laat? je moet er vandoor
maar voor je weg gaat nog even dit
wanneer je -zometeen - wegwandelt
kijk dan plotseling achterom
je weet maar nooit
dat ze dan bij je staat
een hand op je schouders legt
en glimlacht

20.3.08

the place to be


“Maybe I am not very human - what I wanted to do was to paint sunlight on the side of a house.” (Edward Hopper, afbeelding detail van 'Morning Sun')

jij
in de kleinste kamer met het grootste soortelijke gewicht
tegen de muren, zwaartekracht
net voldoende om je niet te vermorzelen

komen de muren op je af of is het omgekeerd
drukt je binnenste zich steeds massiever
tegen je huid aan is het je vleesgeworden angst
schreeuw gal dat langzaam stolt
in het geheugen van je cellen
grote opengesperde monden
waarmee het leven geen weg
meer weet?

wat heb je gewonnen
aan de wetenschap dat twee bij twee
weer vier meet en dat alles zich hier
aan dient te houden
of je bent zoek
als je weet dat in de ruimte
en dat is nog niet eens zo heel ver
hier vandaan diezelfde twee
bij twee net zo goed
honderd of een lach
kunnen zijn

er van tegenspraak geen sprake is
laat staan van cellen
woorden en logica
wel te verstaan?

5.3.08

clayborne

Hoe harder ik je kneed
hoe lelijker je wordt
hoe minder ik het groeien voel
als groeien hoe meer het
krijsen wordt in mijn hoofd
het galmen niet meer ophoudt
en alle vormen van de wereld
aanneemt alsof jij het bent
die me tegenwerkt.

31.1.08

pas des deux

schoon genoeg heb ik ervan,
dit etalageverhaal waar alsmaar meer
brokken van komen

het gebrek
aan geweld is stuitend het vechten
is dansen, aan elkaar geklonken
jij, die me altijd vakkundig weet
te ontwijken

we horen hier niet thuis toch is ons lot
verbonden het gebrek aan bewegingszin
is van de weerom, stuitend, de strijd
gestreden moet nog bevrijd uit beeld
gehouwen uit voegen gebarsten uit huid
gescheurd uit wondmond bloeden

het gruis zal zich zo hoog opstapelen
wij zullen met stof de wereld verdrinken
in droge lucht misschien moet de waarheid
niet zo werelds zijn kan ik beter
tevreden zijn met de afdruk van mijn blik
in jouw raam

die drie seconden het wegkwijnende verlangen
ik ben lucht voor jou en water
en vieze vlekken die anderen het zicht
op hun droombeeld belemmeren.

ik
ben er helaas
teveel aan.

Op Parlando vind je m'n bijdrage aan het ding-gedichtenproject. Lies Van Gasse en ik hebben een gedicht geschreven bij een schaakbord van Christophe Vekeman. De Parlando-redactie heeft er, net als vorig jaar overigens, weer iets heel moois van gemaakt.

26.1.08

Veroordeling van Abou Jahjah en Ahmed Azzuz zet democratie buiten spel

Waar zijn we in godsnaam mee bezig? Als Abou Jahjah en Ahmed Azzuz van de Arabisch Europese Liga door een Antwerpse rechtbank veroordeeld worden omdat ze hun 'morele gezag' niet aangewend hebben om rellen te stoppen, wat blijft er dan nog overeind van onze democratie?

De bewuste rellen waren in november 2002 uitgebroken nadat een bejaarde man islamleerkracht Mohamed Achrak had doodgeschoten. Jahjah kwam pas na het uitbreken van de rellen ter plaatse en had, volgens de Antwerpse rechter, zijn morele aanzien bij de allochtone gemeenschap moeten aanwenden om de gemoederen te bedaren.

Maar wat is moreel gezag? Welke verantwoordelijkheid brengt dat met zich mee? En kan en moet een mens zich ten allen tijde bewust zijn van hoeveel mensen iemand kan beïnvloeden? Het zijn essentiële vragen waar de Antwerpse rechter in zijn uitspraak aan voorbij gegaan is. Want alleen met een antwoord op die vragen had de rechter in eer en geweten een oordeel kunnen vellen over Jahjah en Azzuz.

Nu heeft de rechter van het begrip 'moreel gezag' een vrijbrief gemaakt om mensen een verantwoordelijkheid aan te wrijven die ze niet kunnen waarmaken. Want hoe zeer kun je het gedrag van een groep mensen sturen? Hangt dat af van 'moreel gezag'? Hangt dat ook niet af van de omstandigheden en de persoonlijkheid van alle mensen die die massa uitmaken die jij zogezegd in bedwang moet houden?

Wie denkt dat de uitspraak van de Antwerpse rechter enkel gericht is tegen Jahjah en Azzuz en met hen de hele moslimgemeenschap, die heeft het mis. Het is een niet mis te verstane waarschuwing aan de hele samenleving. Wie de openbare orde uitdaagt, haalt zich meteen een verpletterende verantwoordelijkheid op de hals.

Laten we dan meteen de redacties van de Vlaamse en Franstalige kranten een jaar naar de gevangenis sturen. Want waar was hun 'moreel gezag' toen ze de afgelopen zeven maanden de Belgische bevolking opgejut en misleid hebben met hun berichtgeving over het communautaire debat. Dat de Vlamingen bewust tegen de Walen gekozen hebben en dat de Walen bewust de Vlamingen willen fnuiken is onjuist gebleken. Maar pers en politici hebben dat verhaal tot een realiteit gemaakt. Misschien hebben we de straten van Brussel nog niet opgebroken, maar de verhoudingen tussen de twee taalgemeenschappen zijn er niet op verbeterd. Als het opstootje in Borgerhout als staatsgevaarlijk wordt gezien, hoe moet je dan nog het gedrag van pers en politici van de afgelopen maanden beoordelen?

Als copywriter probeer ik, samen met een team van Art Directors en strategen communicatie te maken die mensen in beweging zet. Vroeger uit commerciële overwegingen, nu uit maatschappelijk engagement en respect voor mens, milieu en maatschappij. Als dichter stel ik datzelfde weer in vraag.

Persuasief communiceren zoals dat dan heet, is zowat het moeilijkste wat er is. Nu ja, het moeilijkste. Als je niet in populisme wilt vervallen of in holle retoriek, dan is het niet evident. Politici, spin-doctors, priesters, sekteleiders, acteurs, journalisten, mediafiguren, brandgoeroes en woordvoerders, ze bezondigen zich er allemaal aan. Zij krijgen met trucs - noem het techniek als je wil - heel wat mensen in beweging om hun idee te bejubelen, hun visie te realiseren of hun product kopen.

Als je ziet hoe politici tegenwoordig campagne voeren, dan moeten ze behoorlijk schrik krijgen van die Antwerpse rechter. Want zij misleiden schaamteloos de massa. Geef toe, als je alle uitspraken, kiesdrukwerk en partijprogramma's van de afgelopen jaren onder de loep zou nemen, dan is de kloof met de werkelijkheid behoorlijk groot. Is dat dan geen misbruik maken van je 'morele gezag'?

Neen, in dat geval ligt de verantwoordelijkheid bij het individu. Dat kiest bewust voor een politicus, voor een godsdienst, voor een product, voor een mening ook. Kozen die mensen die in 2002 in Borgerhout er dan ook niet zelf voor om op straat te komen? Iedereen had de keuze kunnen maken om niet te komen. De mensen die op straat kwamen kozen ervoor om hun ongenoegen te uiten. Niet zoals ik dat zou doen, maar goed. Daarvoor hebben we een democratie. De grenzen van uitingsvormen kunnen getest worden.

Terug naar de kern van de zaak. Hoe kun je Jahjah en Azzuz aanwrijven dat ze hun 'morele verantwoordelijkheid' niet aangewend hebben om al die individuen op andere gedachten te brengen? Eigenlijk zegt de rechter dat beide mannen die door het establishment - wat een lelijk woord niet? - als duivels versleten werden, hadden moeten optreden als een soort verlichte figuren voor 'hun' gemeenschap. Van een paradox gesproken. Het is nog maar de vraag of de jongeren die op straat kwamen het allemaal eens zijn met Jahjah en Azzuz. En of ze naar hen geluisterd hadden als de twee langs de neus weg hadden gezegd dat ze naar huis moesten terugkeren om daar tussen vier muren, in een moskee of vzw-theehuis hun woede te kanaliseren.

Het is bijzonder cynisch om te zien dat de uitspraak van de Antwerpse rechter gebaseerd is op artikel 66 van het strafwetboek, beter bekend als de 'opruiingswet' van 1886. De wet kwam er op vraag van de conservatieve politicus en industrieel Charles Woeste. Die wilde met de wet de strijd aanbinden met priester Daens en de arbeiders, mensen die toen opkwamen voor datgene waar ze recht op hadden: een beter leven en meer democratie.

Verschilt deze revolte dan zo veel van het protest van de moslimjongeren in Borgerhout? Het 19de eeuwse arbeidersprotest verliep ook niet zoals de elite dacht dat protest hoorde te verlopen: onderdanig, geciviliseerd en in het Frans. Een taal die de arbeiders allesbehalve machtig waren. Klein detail, maar kom. Daens zal zich omdraaien in zijn graf. Dat Woeste, zoveel jaren later, toch zijn gram haalt met zijn wet is een blaam voor onze democratische samenleving en vooral voor de instellingen die die democratie in opdracht van de burgers moeten bewaken.

Hebben we daar zelf schuld aan? Ja, omdat we ons eigen 'moreel gezag' verfoeid hebben. We hebben het steeds meer aan de overheid overgelaten om de samenleving te organiseren. Mensen wijzen op hun plichten en morele verantwoordelijkheid, dat is iets wat je misschien nog doet in een gezin, maar niet meer op straat. Je medeburger aanspreken op zijn of haar verantwoordelijkheid, daar begin je toch niet aan? Je hebt het recht niet, toch? Neen, we hebben dat recht inderdaad niet meer. We hebben het namelijk ten voordele van onze eigen gemoedsrust verpand aan de overheid, aan het gerechtelijk apparaat, aan de pers, aan academici en - godbetert - aan religieuze instanties en 'God'.

Met alle gevolgen van dien. We verliezen de speelruimte die een democratie nodig heeft. Want het oordeel van de rechter in Antwerpen, de uitspraak van een imam of de wil van een premier zijn 'wet'. Daar valt veel minder aan te tornen, daar valt ook veel minder mee te leven dan wat we onderling tegen elkaar zeggen. Dat is absoluut. Absolutie krijgen is een vorm van verlossing, zo geloven de Rooms-Katholieken. Een democratie is niet gebaat met dit soort absolutie. Het stopt het denkvermogen, het vergroot onze angst en het vermindert ons zelfvertrouwen.

We mogen ons niet vergissen: gemoedsrust is geen vrijheid. Onze samenleving heeft weer individuen nodig die hun verantwoordelijkheid opnemen, die publiekelijk het debat aangaan, die mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid, gewoon, op straat, zonder schrik om in elkaar getimmerd te worden en met de zekerheid dat ze van antwoord gediend zullen worden. Maar daar is niets mis mee. Alleen in een dictatuur moet je zwijgen.

Ik zal niet zwijgen. Nooit.

Sluit jij je hierbij aan? Laat van je horen. Stuur door. Maak lawaai.

Volgens Van Dale...

mo·reel1 (het)
1 veerkracht van een groep of individu in moeilijke omstandigheden
2 zedelijk peil
mo·reel2 (bijvoeglijk naamwoord)
1 volgens de moraal
2 betreffende de veerkracht in moeilijke omstandigheden

ge·zag (het)
1 door anderen aanvaarde macht
2 de overheid
3 geestelijk overwicht

16.1.08

“Hebt u behoefte aan cultuur? Of hebde gij soms goesting om ne keer naar de cinema te gaan?”

Hebt u behoefte aan cultuur? De vraag houdt meteen een drempel in. Kijk, het begrip cultuur is een abstract begrip dat de doorsnee cultuurgebruiker niet in de mond neemt. Het is alsof je een mens vraagt: nuttigt u soms voeding? Of neemt u soms alcoholisch vocht tot zich?

De drempel die je wilt blootleggen is geen drempel waar je je argeloze slachtoffer overheen wilt helpen. Het is de drempel waar je zelf van af wilt. Het is de impliciet verdoken hunker naar bevestiging dat datgene waar jij mee bezig bent, waar jij je tot aangetrokken voelt, dat dat normaal is. En dus vragen we het even aan Jan Modaal en Mieke Middelmaat. Wie dat ook mogen zijn. Of zij ons in ons geloof willen bevestigen.

Ik word zo langzamerhand moe van al die drempelkruistochten. Ofwel moet de cultuur gesloopt, ofwel krijg je een hele hoop mensen die pleiten voor de erkenning van de hoogcultuur en voor haar uitzonderingsstatus. Mijn god, waar zijn we mee bezig?


In plaats van zo hardnekkig te proberen om de drempels van allerhande – zogenaamd moeilijkere – cultuuruitingen te slopen, of beter, van iedereen over die drempels heen te hijsen of te lokken, zouden we beter onze energie steken in het waarderen van wat gemakshalve als populaire cultuur versleten wordt. En wat met de andere gemakshelft ook gezien wordt als drempelloze cultuur.

Want net die veronderstelling getuigt van een schrijnend gebrek aan kennis en openheid, een openheid en kennisrijkdom die we paradoxaal genoeg toeschrijven aan de door drempels omgeven culturele wereld waar we ons zo graag in wanen.

Van cultuur veronderstellen we graag dat het iets is waar je wat moeite voor moet doen. In sé gaat het zelfs zo ver dat we hier in Vlaanderen ten aanzien van cultuur een nogal sadomasochistische neiging ontwikkeld hebben. Cultuur, dat is leute maken én afzien tegelijkertijd. ’t Mag bijgod niet simpel zijn. Een mens moet ten slotte voelen dat hij leeft, nietwaar?

Wees gerust, op zowat alle uitingen van populaire, drempelloze cultuur, kun je als je wat moeite wilt doen ook behoorlijk je hoofd breken. Alleen veronderstellen we nogal makkelijk van niet omdat we dat eenvoudigweg niet doen. Een soap nodigt niet uit tot nadenken. Een geweldadig computerspel al evenmin. Verstand op nul. Onderuitzakken en spelen en kijken maar.

Het probleem met al dat drempelgedoe is dat je nogal gemakkelijk de wereld indeelt in wat drempels heeft en wat niet, in wie drempels overschrijdt en wie niet. Erg zinvol lijkt me die onderverdeling niet. Waarom? Omdat ze zelfkritiek in de weg staat.

Want wat als dat moeilijke stuk nu eens echt een kutstuk is? Of dat schilderij een aartslelijk en compleet idioot ding? Of wat als dat stompzinnige moordspel je nu eens leert om alternatieve oplossingen te bedenken? Of om met iets als chaos om te gaan? Zou je het allemaal nog kunnen overzien? Zou je daar nog eerlijk kunnen op antwoorden?

Die drempels bieden je een schijnzekerheid. Dat het daar, aan de overkant, op de dijken, beter vertoeven is. Fuck you. Geef mij dan maar een wereld die af en toe blank staat. En waar ik godverdomme moet leren zwemmen. Er is daarboven toch geen plaats voor ons allemaal. En het idee dat er enkelen onder ons gered moeten worden? Nee dank u.

Onze bekeringsdrift is te wijten aan een vreemdsoortig schuldgevoel. Dat wij dat mogen meemaken. Zoiets schoons, dat moeten we toch wereldkundig maken die ervaring, dat meer-mens-zijn? Zalig zijn de armen van geest. Alsof de wereld dreigt verzwolgen te worden in plebeïsche nutteloosheid en we zo veel mogelijk zieltjes op het droge moeten krijgen.

Tegelijkertijd willen we dat zo veel mogelijk mensen tot het inzicht komen dat het goed is wat er in die cultuurtempels gebeurt. Dat het goed is dat we die kunstwerken bewaren en adoreren. Dat we zulke ‘rare’ toestanden tollereren. (Wat als dat nu eens allemaal volstrekt onnozel en gevaarlijk blijkt te zijn?) Omdat we het zelf nooit met zekerheid kunnen zeggen – we doen een beroep op geschiedenis, op grootsprekers, op critici, op marktmechanismen, je zegt het maar – blijven we achter de grote massa jagen in de ijdele hoop dat ze de inspanning van onze queeste zou belonen met haar volmondige inzicht.

Waarom toch? Omdat we mensen zijn? Omdat het onze natuur is dat we, al is het maar voor even, toch ergens willen bijhoren? En dan liefst bij de grootste, de sterkste, de belangrijkste, de slimste, de beste groep?

Het bekeringsdenken dat onze cultuur zo eigen is, moet stilaan plaats maken voor een cultuur van inspiratie. Dat inspireren werkt in alle richtingen. En er is geen ‘moeten’ meer aan zoals we dat nu kennen. Vanaf nu wordt iedere beweging verrijking. En daar ligt de grootste drempel van eender welke cultuur. Dat ze beweging fnuikt. Dat ze niet in beweging komt, niet in beweging zet. Dat heeft niets te maken met hoge dijken, steile trappen of diepe kloven. Dat heeft te maken met de behaaglijkheid die je bestaande leefwereld je biedt. Een illusie? Wie zal het zeggen...

Inspireren is infiltreren. Is je nestelen in de omgeving van je tegenspelers en hen in echte guerrillastijl aan het schrikken brengen. Inspireren is zelfs het saaiste bloemetjesbehang plotseling tot bloei brengen in een wereld waar dat per definitie onmogelijk is. Cultuur is de ander ontdekken in de wereld die jou zo vertrouwd is. Heb je daar grote kunst en bezoeken aan kunsttempels voor nodig? Of kan Jean-Claude Van Damme net zo goed wat Jan Fabre doet? Misschien wel, wie weet.

Cultuur is betekenis. Cultuur is altijd de ander leren kennen. Cultuur is mensen de goesting geven om die ander te leren kennen. Of nog: cultuur is onder ogen zien wat het betekent om met een ander samen te leven. Kijk eens om je heen. En je zult het vanzelf wel merken. De rest van de wereld begint altijd buiten jezelf.

Dit stuk kwam er n.a.v. deze column van Chris Van Camp

11.1.08

in memoriam Ianus Fabris

voor chris

Tot voor kort had ik nog de moed
om bij iedere ontmoeting
je beelden de vrijspraak te gunnen

Maar twaalf gouden afgietsels van jezelf
en rijen badkuipen vol keverkorst
en recyclage van uilen en andere cleverkost later
kan ik je enkel nog een verdienstelijke etalagist noemen.

Ook je laatste performance was op zijn mildst
en zachtst gezegd
een installatie,

ik prees me godzijdank
- of is dat vloeken in de kerk? -
gelukkig

dat ik mezelf het recht kon voorbehouden
om na het rondwandelen de zaal te verlaten.
wat heet: van het rechte pad afwijken.
geen overbodige intellectuele luxe

als eufemisme
voor armzaligheid. dat,
liefste

was de laatste keer. ik wou Hilde zien.
nu slijt jij -
je bekrompen theater an sich
over het leven in ideeën -
niet meer aan mij.

8.1.08

Hit me baby one more time

Wat moeten wij met de ellende van Britney Spears? Maakt het zien van haar ongeluk ons gelukkiger? Moeten we echt zien dat ze ook maar een mens is? Of is er meer aan de hand?

Mijn schoonvader benadert het allemaal nogal nuchter. "In de Angelsaksische wereld heb je als publieke persoon geen rechten. Als je in die publieke wereld stapt, dan weet je dat. Je bent bezit van het volk. En dat 'volk' is het vreselijkste wat er is. Kijk maar naar de Romeinen en hun spelen."

Eigen schuld
Ze heeft het dus zelf gezocht. Het is een discussie die we hier ook gehad hebben toen Big Brother voor het eerst op televisie kwam. Mensen die aan reality-televisieprogramma's meedoen, weten die wel wat de impact is van de media? Professor Gust De Meyer, notoir socioloog en gespecialiseerd in populaire cultuur, vindt dat we mensen niet moeten betuttelen noch onderschatten. Mensen weten heus wel wat media doen.

Mensen weten het niet. Onlangs las ik een artikel van een Amerikaanse mediadocent die zijn studenten leert om op een zen-manier naar televisie te kijken. Met zen bedoelt hij vooral bewust. Het is verbijsterend hoe weinig mensen bewust naar televisie kijken. Eigenlijk kijkt niemand echt bewust naar televisie. Waarom? Omdat het gros van de televisieprogramma's niet zou werken als we dat zouden doen. En omdat het nagenoeg onmogelijk wordt om naar televisie te kijken.

Zen televisiekijken
Eén van de oefeningen die de studenten kregen was dat ze een half uur naar hun televisietoestel moesten kijken zonder dat het aan stond. Bedoeling van de oefening is aan te tonen hoe een kamer en in bredere zin ook een leven ruimtelijk georganiseerd wordt rond televisie.

Tweede oefening was een kwartiertje televisie kijken zonder geluid en een kwartiertje zonder beeld. Wie het al eens gedaan heeft, weet dat een beeld zonder geluid bijzonder kwetsbaar is. Neem de score van een blockbuster weg en de emoties die eerst van je scherm leken af te spatten zijn nu nergens te bespeuren.

Daarna kregen de studenten de opdracht om van één televisiefragment een volledige technische analyse te maken. Iedere kunstmatige beweging of ingreep moest geïnventariseerd worden. Camerabewegingen, belichting, montage, kledij, maquillage, noem maar op. Wie het zelf eens probeert zal zien dat je voor vijf minuten televisie al een behoorlijk lijstje bij elkaar kunt schrijven.

Om naar televisie te kunnen kijken, filteren we al die zaken spontaan weg. Televisie vertelt een verhaal. Hoe dat verhaal verteld wordt, mag niet zichtbaar zijn. Of we mogen het toch niet zo ervaren. Onlogisch is dat niet. Je kunt toch ook geen boek lezen en tegelijk moeten zien hoe iemand een plot in elkaar heeft gestoken, welke zinsbouw de auteur gehanteerd heeft, welke taal, welke grammatica-regels?

Het is maar een verhaaltje
Bij een tekst moet je iemand geloven op zijn woord. Het is en blijft maar een woord, een verhaal. Het postmodernisme heeft het verhaal veelvuldig en grondig ontmaskerd. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhaal over de werkelijkheid. Daar moet je mee leren leven. Zaken als 'de waarheid' of 'objectiviteit' bestaan niet meer. Het soortelijk gewicht van een tekst is tegenwoordig gereduceerd tot het gewicht van het papier waarop ze geschreven staat. In bits en bytes uitgedrukt is dat gewicht nog futieler geworden.

Bij een beeld hebben we helemaal niet het idee dat we ook hier te maken hebben met verhalen. En dat we dus iedere keer dat we bijvoorbeeld televisie kijken, iemand moeten geloven op zijn of haar woord. We zien het zelf dus kunnen we zelf uitmaken of het klopt of niet. Dat we eigenlijk moeten zeggen: we moeten iemand geloven op zijn caméra-voering, zijn montage, zijn voorbereiding, zijn scénario etc... lijkt niemand goed te beseffen.

De Amerikaanse mediadocent ging zo ver om te beweren dat mensen nu vinden dat de realiteit op het verhaal van de televisie-ervaring moet lijken, wil ze waar zijn. Anders gezegd: we kijken zo passief televisie, we zijn zo vertrouwd met het principe van the willing suspension of disbelief dat we de niet-televisionele werkelijkheid met ongeloof aankijken. Hij verwijst naar de illusie dat alles entertainment moet zijn. Van politiek tot consumptie, van ruzies tot relaties, het moet fun zijn, het moet ergens toe leiden en het moet snel gaan, flitsend en vooral eenduidig en begrijpelijk zijn. Dat leidt tot verveling en frustraties. Want de realiteit zit zo niet in elkaar. Net zoals mensen niet in elkaar zitten zoals televisie ze laat zien.

Spears, te mooi om waar te zijn
Ieder programma, hoe reality ook, is een verhaal dat verteld wordt om te boeien en te entertainen. Het volledige verhaal krijg je nooit te zien. Het zou nooit aantrekkelijk genoeg zijn. En hier komen we weer bij Britney Spears uit. Het verhaal van Spears voor haar relatie met Kevin Federline was een engelenverhaal. Het sexy dametje werd geportretteerd als een soort vrijgevochten Maria Magdalenaatje. Ze was te perfect om waar te zijn.

Dat laatste wist iedereen, van de grootste Britney-hater tot de meest verstokte Britney-fan. De marketingmachine rond haar was en is nog steeds gigantisch en weinig subtiel. Het heeft Britney Spears tot nu toe geen windeieren gelegd. Toch is er nergens in dat verhaal plaats geweest voor de mens Spears. De onzekerheden, het psychologische portret, de menselijke kant van het verhaal, het is allemaal ver te zoeken.

Freak-shows
En het blijft ver te zoeken. Want nu ze het noorden kwijt is, worden haar exploten bekeken als een freak-show. Wat we haar nu aandoen, is ronduit onmenselijk. De manier waarop we smullen van haar ellende, de manier waarop we genieten van haar neergang is gruwelijk.

De dubbele moraal die we hierbij hanteren is frappant. De 19de eeuwse freaks-shows waarbij mensen met een misvorming aan de kost kwamen als circusattractie vinden we verwerpelijk. Het verhaal dat Leopold II tijdens de wereldtentoonstelling pygmeeën tentoon stelde en liet omkomen van ontbering vinden we verwerpelijk. Maar dat een popster de pedalen kwijt is en dat iedereen daar maar vrolijk van zit te smullen moet kunnen. Zonder bezwaar. Want, ze heeft het zelf gezocht. Ze weet waar ze aan begonnen is. Ze had het maar niet moeten doen. Larie.

Geweten sussen
Het verhaal van Spears dient om ons geweten te sussen. Het is een 'zie je wel'-reactie van de zuiverste soort. Het engeltje Spears was natuurlijk geen engeltje. En daar moet ze nu voor boeten. Hoe stompzinnig is die logica. Hoe onderontwikkeld. En hoe typisch menselijk. Dat al die media die destijds zo kritisch voor haar waren en op haar imago focusten, dat al die paparazzi die haar nu het leven zuur maken achter de mensen aangaan die de machine rond haar imago gecreëerd hebben. Dat ze eens achter zichzelf aangaan. Of achter hun vele lezers en kijkers. Want de depressie van Spears is er één die net zo goed leeft bij honderdduizenden andere mensen.

Zeggen dat het bij Spears gaat om een exces, om een uitspatting is geen excuus. De essentie van haar miserie is een menselijke tragedie. Dat Spears nu geportretteerd wordt als een ellendig monster of als een miserabele freak, maakt het ons gemakkelijk om botweg te zeggen dat wij gelukkig zo erg niet zijn. Want zo gek doen wij immers niet, toch? We zijn bange wezels die ons blind laten leiden door ons zelfbehoud en onze sensatiezucht.

Beroemdheden zijn vieze, maar vooral andere mensen
Iedereen moet beeldjes schieten van bekende mensen. Om wat te laten zien? Smeuïge verhalen? Wat is daar nu zo smeuïg aan? Ik durf er mijn kop op te verwedden dat het gros van de mensen die naar die plaatjes en beelden kijkt, die de roddelrubriek leest, net hetzelfde zou doen als hij of zij in die situatie verzeild geraakte. Vanuit je kleinburgerlijke luie zeteltje heb je gemakkelijk oordelen. Maar hé, you've got the picture, dus je kunt je er wel iets bij voorstellen. Dat kun je niet. En het ergste is dat we dat niet meer beseffen.

Ons inlevingsvermogen en onze zelfkennis worden gereduceerd tot nul. Wat roddel- en sensatiepers vertellen, zegt alles over de bekende mensen en niets over ons. Niets zegt ons meer over onszelf dan een spiegel. Hoe kortzichtig. Het verhaal van Spears toont op een ontluisterende manier aan hoe slecht we beelden kunnen lezen. Hoe we ons met alle plezier in de luren laten leggen.

De onschuld van het beeld
Televisie en media die beelden gebruiken in het algemeen, hebben iets onschuldigs over zich. De objectiviteit die we zo uit de tekst verbannen hebben, is heer en meester in onze beeldcultuur. Het ergste is dat de voorbeelden van beeldmanipulatie veelvuldig voorhanden zijn. We beseffen dat we gemanipuleerd worden. Maar de complexiteit van beeldtaal - denk maar aan de lijstjes met technische ingrepen die de Amerikaanse studenten bij elkaar schreven - boezemt angst in. Ze lijkt onbeheersbaar. Wat kunnen we eraan doen?

De beelden van Spears, het opjagen van deze jonge vrouw, zijn een vorm van mishandeling. Het is een onmenselijk iets dat we moeten afkeuren en veroordelen. Het vermoorden, het martelen van een mens, is puur entertainment geworden. Mijn schoonvader heeft uiteindelijk toch gelijk. We zijn geen haar beter dan het Romeinse publiek dat naar de gladiatorengevechten zat te kijken.


1.1.08

het spel van poppen kijken. 2008.

Harlekijn

Verhef je, en zie de kleine wereld
Als bol die tussen bollen dwerelt,
En 't leven van de mensen als
Onze melancolieke wals.

Pierrot

Leven we dan op een planeet,
Die zwerven moet, die God vergeet?
En hebben wij de mensen aan te
Zien als wat dansende gedaanten?

Harlekijn

God heeft als leven ons bereid:
Dansen terwijl het stuk hart schreit -
Maar groot is, wie de rust bereikt,
En naar het spel van poppen kijkt.

uit: Pierrot aan de lantaarn. Een clowneske rapsodie. (Martinus Nijhoff)