18.6.08

dier

dier. met je poten in het water, zo rank dat je nauwelijks je spiegelbeeld kunt zien. er ligt een diepte in het watervlak die je met geen meter kunt bevatten. wat verder steekt een man een meetstok in het water. aan wetenschap gaat een wereld stuk. water is twijfel. je weet niet waar je thuis hoort. een waterrijder schaatst voorbij, belandt even later op een lelieblad en wordt opgegeten door een groene kikker. het zal je maar gebeuren. één stap verder en aan de oever geen steun meer. weet je meteen hoe het voelt om weer op je eigen benen te staan, trappelend en proestend, vechtend tegen de wortels en planten die je weer met beide benen op de grond willen zetten. je houdt ternauwernood het hoofd boven water. je vliegt, voorwaar. tevergeefs. traag stort je neer. je zal over enkele seconden een zachte buiklanding maken. uit wat luchtbellen ontsnapt je laatste kreet. geen oor zo verfijnd om het samen te puzzelen. daar lig je dan. foetus. morgen word je geboren. de wereld wacht op jou, fluisteren vissen en rivierkreeftjes je in het oor. bij het ochtendgloren komt je ter wereld. een kraai kan een kreet van blijdschap niet onderdrukken. maar het blijft stil. geen dokter om het kind op de billen te slaan.

0 Jij krijgt het laatste woord.: