6.12.07

Van gedicht tot gedicht: Mallarmé vs Arne Schoenvuur

Le démon de l'Analogie is een prachtig prozagedicht van de Franse dichter Mallarmè. Het gaat over hoe literatuur zich ongemerkt nestelt in de werkelijkheid en omgekeerd, hoe de werkelijkheid de literatuur binnensluipt. De tekst was de aanleiding voor een essay dat eerder op deze blog verschenen is. Onlangs heb ik de tekst naar Herlinda Vekemans gestuurd die er een aantal heel scherpe opmerkingen op heeft gemaakt. Door haar opmerkingen ben ik de tekst van Mallarmé opnieuw gaan vertalen en hertalen. Heiligschennis? Maak zelf maar uit. De eerste tekst hieronder is een vrije hertaling van de openingsverzen. De tweede tekst is een meer getrouwe hertaling van diezelfde verzen. Tekst 1 komt chronologisch dus na tekst 2. Kwestie van het eenvoudig te houden :-).

(het vrije hertaling gedicht)


na het concert raakt hij haar een laatste keer aan
en neemt de benen

zij, rilt in haar slaap nog even na
een druppel die langs haar ruggegraat
glijdt

herfstblad dat. knakt
en naar beneden d
warrelt

mist
verraadt een stilgezwegen aanslag
straks wanneer het leven komt

uit alle wondjes tegelijk
tevoorschijn gekropen

er zit niets anders op
dan een praatje te maken

en te hopen
op een aanwijzing

(de eerste hertaling van de eerste verzen)

schoorvoetend dansen
--------------------

de praatjes - jij
kent ze
niet?

paraderen zij
over je lippen, lappen
lompen waar
tussen de wind een zin
aanblaast zo absurd
als?

ik verlaat mijn appartement
met het gevoel dat eigen is
aan de vederlichte vleugelstrijk
van de stok wanneer die de snaren beroert
slepend en toch
lichtvoetig
(gespeelde tegenzin)
actes de présence geeft voor: een stem
de woorden uitsprekend
in dalende toon: de Voorlaatste

is dood, maar dan
op zo'n manier dat:

de voorlaatste
het vers besluit en

is dood
zich losmaakt van de uitgeputte spanning

(nu)te(lozer)

warrelt

waar elke betekenis
zoek is

(de eerste verzen uit de oorspronkelijke Franse tekst)

Des paroles inconnues chantèrent-elles sur vos lèvres, lambeaux maudits d'une phrase absurde ?

Je sortis de mon appartement avec la sensation propre d'une aile glissant sur les cordes d'un instrument, traînante et légère, que remplaça une voix prononçant les mots sur un ton descendant: "La Pénultième est morte", de façon que

La Pénultième

finit le vers et

Est morte
se détacha de la suspension fatidique plus inutilement en le vide de signification.

(de volledige Franse tekst)

30.11.07

Stuntelen met stijl

“Trust me – I know what I’m doing.”(Sledge Hammer)

1.
“Media – en vooral communicatiemedia- zijn niet alleen maar ‘extensies van de mens’, maar beschikken over een bijna heilig vermogen tot het kwalitatief veranderen van de menselijke relaties. Allerlei alledaagse beperkingen, vooral op het vlak van communicatie met de medemens, moeten worden verlicht door technologische apparaten met de belofte van een naadloze en rechtstreekse communicatie. Omdat het echter toevoegingen zijn aan communicatie, zijn deze apparaten, net als menselijke relaties zelf, kwetsbaar en broos, ontoereikend, en slagen ze er niet in om voor elkaar te krijgen wat de makers en gebruikers voor ogen stond.” Eric Kluitenberg, “Tweede inleiding op een Archeologie van Imaginaire Media

2.
Je neemt een boodschap. Je verpakt die in een doosje. En met je setje gesteriliseerde communicatie-instrumenten plant je de boodschap vakkundig in het hoofd van je ontvanger. Een klassiek beeld van commerciële communicatie. Het is als met sprookjes: er was eens … en ze leefden nog lang en gelukkig, per definitie veroordeeld tot verleden tijd. Nooit ‘nu’, nooit zoals het had moeten zijn. Er was eens klassieke commerciële communicatie. Er zijn nog altijd sprookjes. Dat zegt genoeg.

3.
Nieuwe benadering: communicatie moet niets boodschapperigs overbrengen. Communicatie moet in beweging zetten. Hoe dan? Als een biljartkeu de witte bal, en de witte bal de rest van de ballen? En die ballen het spel, het spel de rest van de avond, de avond het begin van een relatie, de relatie het begin van een leven, het leven een begin van het einde van deze planeet? Het doet aan Tsjernobyl denken. Alsof je een regelstaaf te ver uit de splijtstof trekt en je de boel niet meer kunt stoppen. ("De gevolgen zijn niet te overzien." Anonieme reclameman/vrouw antwoordt: "Gelukkig maar.")

4.
Professionele communicatie zet gecontroleerd in beweging. Of ze zou dat moeten doen. Vakkundig geknetter met emoties. Statische elektriciteit voor specialisten. Vlooiencircus in de hersenen. Komt dat zien, komt dat zien. Humor, dat trucje lukt altijd. Even lachen kan nooit kwaad. Dat gaat vroeg of laat wel over.

5.
Te veel elektriciteit tegenwoordig. Continue hoogspanning. Gemopper als de zekeringenkast springt, het net overbelast raakt. Communicatie: we merken het pas als het er niet meer is. En als het er niet is, is het vervelend.

6.
Aanraken, fysiek, emotioneel of mentaal. Of niet. En of je omkijkt. En als je omkijkt, wie of wat zie je dan?

Niet veel. Een beeld, wat kleuren, slogans, een gimmick, brand equity aka een rommeltje in een keukenkast, stof en rotzooi die aan een velcro bal kleven, en daarin ergens een merk, een product, de sporen van een verhaal. Een mens? Een mens. Nagenoeg, nee, helemaal onzichtbaar. Media als masker, media als mode, media als make-up. Media als een voorspelling die zichzelf waarmaakt. Media als horoscoop.

7.
Professionele communicatie: met media de media onzichtbaar maken. Scotty beamen voor gevorderden. Zonder beamer.

8.
Met taal zeggen dat taal niet deugt. Of met woorden diezelfde woorden het zwijgen opleggen. En ze voor zich laten spreken. Was dat niet iets voor dichters? Taal is van iedereen. Dichters doen het met sprekend gemak. Of beter: ze doen alsof ze het doen met sprekend gemak.

9.
“Als je bereid bent om te mislukken, is het lukken indrukwekkender.” Dichterspraat.

10.
Professionele communicatie: in gedachten bij elkaar zijn. Zonder nadenken. Mislukken. En het (h)eerlijk vinden. Een moment op elkaar gelijken. “So in order to succeed from your failure, you have to think of your failed situation as a good place to start from.” Paul Arden. Gestuntel als in een Buster Keaton-film. Te toevallig. Grotesk, maar oprecht. Een seconde de wereld verbazen. Net stilte genoeg om het te vragen.

“Waar gaan we heen?" Your place or mine?

(World kicks in)

Jij mag het zeggen.

via: thebigpicture.be

20.11.07

aforisme

Wiskunde is ook maar een aangeleerd kunstje, niet?

18.11.07

Yves Leterme antwoordt

Vorige week schreef ik een open brief aan Yves Leterme om aandacht te vragen voor de armen in België. Door stijgende grondstofprijzen dreigen zij een erg barre winter tegemoet te gaan. Nu Brussel-Halle-Vilvoorde en alle andere communautaire heisa zo hoog op de agenda staan, lijkt het net nu alsof de echte problemen van de bevolking genegeerd worden. Perceptie misschien, maar de angst die ze inboezemt, de zorgen die die perceptie met zich meebrengt, zijn er niet minder om.

Ik heb de brief aan de formateur bezorgd. Hij heeft me gisteren het volgende antwoord gestuurd:


Geachte heer Schoenvuur,

Dank voor uw mail.

Het “anderhalf miljoen armen” waar U het over heeft is het aandeel van de Belgische bevolking (14,8 %) dat een verhoogd armoederisico loopt doordat het onder een bepaalde inkomensdrempel valt (nl. 60 % van het mediaan beschikbaar inkomen op individueel niveau). Dit is dus een relatieve definitie van armoede die verwijst naar de inkomens situatie van andere leden van de maatschappij.

Dit is niet hetzelfde als een absolute definitie die uitgaat van onveranderlijke basisbehoeften van mensen.

Dit neemt uiteraard niet weg dat de strijd tegen de armoede een belangrijk beleidspunt moet zijn voor elke regering.

De armoedeproblematiek is juist een van de redenen waarom tijdens de regeringsonderhandelingen voorstelen ter tafel liggen om bepaalde uitkeringen welvaartsvast te maken. Daarnaast is de beste bescherming tegen het armoederisico nog steeds dat mensen een job vinden die hen een inkomen verschaft.

Het geld van de brandstoftaksen komt inderdaad in de schatkist terecht. Van daaruit gaat er ook een groot bedrag naar de sociale zekerheid die o.m. uitkeringen betaalt.

Dat de staat alleen dient om de opgehaalde belastingmiddelen tot bij andere mensen te brengen is wat kort door de bocht.

Deze middelen dienen om de overheidstaken in hun globaliteit te financieren. Daarin zitten uiteraard overdrachten aan particulieren maar ook andere taken zoals veiligheid -justitie en politie-, openbaar vervoer, financiering van de gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking, enz.

De wens om deze samenleving een beetje menselijker, warmer te maken, om eerlijkheid, normen en waarden voorop te stellen, die deel ik met U. Dat is wat mij in de politiek bracht en wat mij drijft.

Laten wij er samen aan werken.

Met vriendelijke groeten,

Yves Leterme

9.11.07

696969

6,6,6,

het maakt niets uit.

tegenover de duisternis de omlijsting de inlijsting
de lijsting de terughoudendheid de vingers de vormvastheid de chronologie
van de chaos –(de vormvastheid)— de tegenstanders van de chronologie
van de chaos de afwijking, het maakt

niets uit.

de blindingsdrang het toevalstreffen met sterfstenen omdat groeistenen niet bestaan
in iedere worp een schreeuw van onvermogen de opblaasballon ’t is pompen en verzuipen
klaargebalgd voor een fluttertrip van de hemel naar de sahel in de naam van de vader
en de moeder en zijn eigen geest adem

en ave

wees
gegroet

jij leidt aan staar jij lijdt aan staar jij leit je flintert met je ogen schelt het donker
tot je licht ziet pelt en pelt en pelt naar waarheid schreit de ui leeg beft een tepel
lepelt met mannen vrouwen altijd naastenliefde zoekt de wingang vindt de
exitpolis stopt het gat – stopt het gat? – ontkurkt de wonde – opgewonde –

je bent opgelucht zwaar ademloos hoe je zonder leven de rest voelt drukken
onevengewichtig oversizede woordkeuze – de ingrijp al lang verloren, je wendt
jezelf aan hoe je dat doet is me een raadsel ’t is weer eens iets anders dan

je went aan jezelf

INTERMISSION

Vidor – het was in de thuisbasis van de KKK dat ik m’n bril afdeed, te veel j-o-o-d
zo dacht ik. een agent doet me stoppen, vraagt of ik in New York woon. ik woon in New York.
of het daar wel koosjer is? er gingen lichtjes flikkeren – ja koosjer was het daar wel. dat ik
wel van koosjer hield, hij kon het zien.

(errol morris, zonder bril, zonder camera
bijna naar waarheid, echt, niet te schatten)

EXTERMISSION

aan negenenzestig is zes een kommaneuker

TERMISSION

je kunt zien dat je gelooft
je kwam je zag en je zwom dat het een lieve lust was – iemand
gaf je een brevet, tien minuten watertrappen – farce pro toto, quod dilettantum est.

we liegen.

er zijn goden onder ons.
we hebben ons met blindheid geslagen.
kijk maar.

zie je al iets?

kijk naar beneden.
tussen je benen.
daar begint het.

hef je blik.
eerst de aarde, daarna de vloedlijn, dan de horizon, sla een brug

over de hemel terug naar af.

je bent een halfcirkel verdwaald op de straal.

een tweegeslacht daarna geslacht daarna bedacht en dan vergeten
uit liefde en voor de toekomst blind gemaakt
aan deze zijde en aan gene zijde, we zijn een lijn

die zichzelf verplicht ontaardt
we betrekken een afstand – weg

en verdwijnen

je bent de guide routard om langs te lopen
om te vermijden

iemand kruist je pad, desnoods ergens
op oneindig

in de hemel had ze jou het uitzicht beloofd je hoofd op een montumentale staak gespietst
een wieltje onder je kop en maar draaien en maar waaien

voor – niet uit – liefde heb je haar tegengesproken
(wat had zij dan gezegd
toen ze afwachtend haar antwoord aan je voorzweeg?)

jij hebt je ogen voorgoed afgekeerd!

wie is laf genoeg
om het een straf te noemen? zich daarna te zegenen
met de gratie van een god om met inzicht onzin uit te kramen?

je bent een zonnestraal gevangen tussen twee holle lenzen
in een lichtdicht donker vat

sprekend voor jezelf, laat ons hierbuiten

hoop gooit nu de ogen in de hoogte, tuurt naar de verte schaamte nagelt de blik
ten gronde niemand heeft oren
er wordt gekeken
er is uit- af- en inzicht

uit twee slangen leerde jij het leven
het is een leugenaar die zegt
dat de slang ons uit de hemel weert met flutfabels
over bloedmooie vrouwen
die in het duister verdwijnen na een venijnige beet in de hiel

ai
there’s the rub

blazen we onze angst aan
in het vuur dat prometheus ons schonk
belofte maakt zijn eigen schuld en
welke schurk bedacht zo’n mooi eufemisme voor de bliksem?

na jou
was alles misdadig

“hij wordt oud zolang hij zichzelf niet kent”
spiegellieger zilverspreker hulpkastraat

“alleen uit liefde voor mezelf doe ik je niets aan”
excuses zijn de ziel van de schoonheid

de dag dat ik met mijn moeder het bed deel en met een dolk
mijn ogen tot inkeer breng

zijn wij thuis

ik heb alvast de slang
ontboden op het laatste avondmaal
ik heb de voeten gewassen in onschuld
de klei over mijn lichaam gesmeerd

ik heb de joden gehuisvest onder het dak
van de wereld de moslim tot zijn buur gemaakt
ik heb de stilte gesticht in afwachting

het is niet het verlangen dat brandt
het is de toekomst

enkel uit de
h-E-l
verrijst de
he-m-el

8.11.07

O (w)armer BelgIë

Geachte heer Leterme,

U en uw collega’s laten meer dan anderhalf miljoen landgenoten in de kou staan. Mag ik u vragen waarom?

Nu de brandstofprijzen onrustwekkend hoog zijn, mogen anderhalf miljoen landgenoten vrezen voor een akelig barre winter. Deze mensen hebben het al het hele jaar niet breed. Met de winter voor de deur kunnen ze wel wat extra gebruiken, maar ze worden daarentegen nog verder uitgekleed. Ze hebben geen geld om degelijk te verwarmen, geen geld om te investeren in betere isolatie, een passief huis, of in degelijkere kleren. Geen geld om wat meer voedsel te kopen, gezonder voedsel ook, want hé, ook de boeren, vissers, telers en andere voedselproducenten hebben te kampen met hoge brandstofprijzen. En dus worden de vis én andere basisproducten steevast duur – te duur? – betaald.

Anderhalf miljoen armen, is dat niet wat overdreven? Cijfers liegen altijd een heel klein beetje, dat geef ik grif toe. Want als er nu anderhalf miljoen Belgen met armoede geconfronteerd worden, dan zijn er een pak mensen die niet veel tegenslag nodig hebben om ook bij die groep gerekend te worden.

Maar wat met al het geld van brandstoftaksen dat in de schatkist terecht komt? Komt dat de staat en dus ook die anderhalf miljoen arme landgenoten niet ten goede? Je zou eraan durven twijfelen.

Woensdag 7 november 2007: 11.11.11. dient een klacht in omdat journalist Thiery Debels beweert dat er voor elke 100 euro die je geeft aan 11.11.11. slechts één zijn uiteindelijke doel bereikt. Als ik het goed begrepen heb, wordt het gros opgeslorpt door een middenveld dat er eigen werkingsmiddelen uit haalt om die ene euro – of meer – ter plaatse te brengen.

Ik wil 11.11.11. nog het voordeel van de twijfel gunnen. Maar hoe zit het met onze belastingen? Belastingen die wij voor onze hulpbehoevende medemens en – laten we eerlijk zijn – ook voor onszelf betalen? Hoeveel procent van wat we afstaan komt uiteindelijk in de vorm van financiële of andere tegemoetkomingen terecht bij de mensen die het echt nodig hebben? Wie graait er – per persoon gerekend – het meest uit die pot en waarom? En hoe komt het in godsnaam dat er zo veel geld nodig is om dat massaal vele geld dat wij afstaan tot bij die mensen te krijgen? Wat heeft dit allemaal nog met solidariteit te maken?

Negenenzestig procent van alle werkende landgenoten – en dat zijn er dankzij de vorige (huidige?) regering ondertussen 200 000 meer dan vier jaar geleden – klopt regelmatig overuren, zonder daar overigens voor verloond te worden. We werken dus met z’n allen massaal te veel. Bovendien dragen we nog eens behoorlijk veel belastingen af. We zijn – als u het dus zo bekijkt – zowat het ijverigste volkje van Europa dat bovendien nog het solidairst is ook.

Dan begrijp ik niet waarom er nog anderhalf miljoen landgenoten nu de hele winter moeten klappertanden, hopend dat er niets mis gaat. Want wat als er iemand ziek wordt? Wat als er brand ontstaat door slechte verwarmingstoestellen? Wat als er iemand stikt door co-vergiftiging? Wat als alles nog duurder wordt? Hoe gaan we het dan redden?

En nu we toch bezig zijn. Dan begrijp ik ook niet waarom een gemiddeld gezin met twee kinderen aangemaand wordt om zich tot zijn vijfenzestigste uit de naad te werken? En ik begrijp nog minder waarom diezelfde mensen moeten vrezen dat ze – na al hun werk – niet eens een redelijk pensioen zullen hebben, tenzij ze zelf voor iets extra’s gezorgd hebben. Want de staat kan nu eenmaal niet voor iedereen zorgen. Om nog maar te zwijgen van de pensioenen van de bejaarden van vandaag die ervoor gezorgd hebben dat wij het toch betrekkelijk goed hebben. In de volksmond heet zoiets stank voor dank.

Het is gemakkelijk schieten op politici. Uw verloning staat naar verluidt niet in verhouding tot het loon van topmanagers. Maar ik heb zo het flauwe vermoeden dat u zich niet al te veel financiële zorgen hoeft te maken. En ik heb het vermoeden dat wanneer u en uw collega’s de Wetstraat en aanpalende straten verlaten, u het wel ‘gemaakt heeft’ in het leven.

Het is u uiteraard gegund.

Want, begrijpt u me niet verkeerd, u werkt erg hard. U klopt verdraaid veel uren en uw familie moet verdomd flexibel zijn. Daar mag iets tegenover staan. En u bent uiteraard ‘ook maar een mens’.

Maar u hebt de mogelijkheid – meer dan eenieder van ons – om samen met uw collega’s de politiek terug te maken tot iets menselijks. Daar hebben we u uiteindelijk voor verkozen. Politiek mag en kan niet langer een amoreel apparaat zijn dat bestaat uit wetten en een geldverslindend soort middenveld dat haar burgers dwingt om te gehoorzamen en hen een utopie voorspiegelt van totale efficiëntie. Alsof alles beter wordt als we het maar efficiënter doen. Alsof alles ook beter draait als het beter geregeld is. Dat klopt, maar niet zonder dat er ook aan een andere, essentiële voorwaarde is voldaan.

We hebben u en uw collega’s namelijk met z’n allen ook verkozen met de uitdrukkelijke wens om er iets goeds van te maken. Niet voor uzelf, niet voor mij, maar voor ons, dé samenleving. En onze samenleving – en zeker haar politieke bestel – mist geen efficiëntie of regels, maar warmte en menselijkheid, eerlijkheid, wijsheid. Niet dat we dat met z’n allen niet in ons dragen. Maar we hebben terug voorbeelden nodig, mensen die dit ook en misschien vooral in de politiek belichamen. Want is zij niet de maatschappelijke hefboom bij uitstek? En nu Kerst toch met rasse schreden nadert: u hebt het mandaat en de mogelijkheid gekregen om het vuur in de mensen aan te wakkeren.

Wij zijn van nature warmbloedige wezens. Mocht u het even vergeten zijn, voelt u even aan de persoon naast u. Help ons om terug openlijk warm te zijn. Help ons om samen van België de warmste samenleving ter wereld te maken. Help ons om een samenleving te maken waar geen enkele winter voor geen enkele landgenoot nog een barre beproeving hoeft te zijn. En u zult zien, een beetje meer menselijkheid, een beetje meer warmte, eerlijkheid en wijsheid in onze politiek kunnen wonderen doen. Daar hebben we geen christus voor nodig. Een premier én een regering zou al mooi zijn.

Genegen groeten,

Arne Schoenvuur

30.10.07

nieuwjaar (er vroeg bij zijn is de boodschap)

nieuwjaar
en ze weten niet wat ze voor elkaar
‘tja wat moet ik nou voor jou?’
‘en wat moet ik nou voor jou dit jaar?’
‘gewoon is ook maar zo gewoon’
‘en ongewoon is ook weer zo raar’
daarom houden ze deze keer eenvoudigweg
wat ze al hebben
zo van en aan elkaar.

29.10.07

hoe het met je gaat

‘hoe gaat het met je?’

en je je antwoord
een leven lang in beraad houdt
tot iemand na je dood
een ander
op de begrafenis toefluistert

‘het is mooi geweest’

25.10.07

Fijne muziek

10.10.07

vluchtpuntig

Zonnebloemen gaan niet slapen. Ze staren maar wat voor zich uit
en wachten
tot de maan haar geleende licht gul naar binnen giet
– ik laat het dakraam altijd op een kier –
om een praatje te maken
met de kauwen op de nok van het dak
de nacht en dag even zwaar leunen tegen hen aan
ontwrichting is nergens te bespeuren
ik vertaal mijn repliek van de dag
in het geraas van een voorbijrijdende wagen
voorbijgestreefde motortechniek
geeft de lettergrepen iets mechanisch mee
alsof ze altijd net te traag proberen
te begrijpen wat ze met zich meedragen
hoe dan ook
ze komen aan
en worden als kruimels netjes verdeeld
onder alle aanwezigen
het gebeurt zwijgend
zonder verpinken
zonder omzien
hun blik strak op hun vluchtpunt aan de einder gericht
er is geen loskomen aan
één van hen schraapt nog een laatste keer
zijn keel de rest van de wereld vult, met
gepast respect zijn woorden aan, het
spreken is al lang aan hem
voorbijgegaan, niets hoeft nog gezegd
met de aankondiging heeft alles hier al
ruimschoots voldoende.

De zonnebloemen laten zich krauwen door het
maanlicht, al is het niet van harte. Morgen zullen ze
hun blik weer ten hemel richten, verschroeid en
verblind door de zon, de slinkse minnares die hen ’s
nachts met gekoeld licht probeert te verleiden
tot een eenmalige maanblik. Ach keken ze maar.

De klok slaat middernacht. Nul uur. Een slag die
geruisloos voorbij zou moeten gaan. Ik leg me op mijn
rug in mijn bed, staar naar het plafond en probeer een
glimp op te vangen van mijn einder in een noot waar
aan het einde ooit een tak heeft gezeten als verwijzing
naar een doorgroeimogelijkheid die er maar niet kwam.

Met tegenzin vat ik de slaap aan

madness and imagination

Madness starts when the 'why' is out of place, when you realize that all you have left to make sense of reality is your imagination which is of course - as you know, being a very rational person - very limited. But still, it's all you've got. (Imagine it over.)


Powered by ScribeFire.

1.10.07

Sonates in drievoud: nieuwe cd Frederik Croene


Pianist Frederik Croene heeft zijn nieuwe cd voorgesteld in Gent. Daarop plaatst Croene drie sonates van Mozart, Beethoven en Schumann tegenover elkaar.
Wil je dit sonate-documentaire-concert met je eigen oren horen? Surf dan naar Frederiks website (http://www.frederikcroene.com/) en bestel daar je exemplaar.
Frederik aan het werk zien (en horen) is zeker en vast de moeite. Neem daarom ook een kijkje in zijn agenda (en noteer met stip de concerten bij jou in de buurt).

navelstaarders in de ruimte

[...]As it has turned out, space is actually from Venus. People have hardly travelled anywhere at all—although a scandalous amount of money has been wasted on the conceit that voyaging across the cosmos is humanity's destiny. Instead, what has happened is inward-looking and Venusian in an almost touchy-feely way rather than outwardly directed. Most of the satellites in orbit round Earth look down, rather than up, and the biggest mental change wrought by spaceflight has been not an appreciation of the vastness of the universe, but rather of the smallness, fragility and unity of Earth.
[...]
The lesson of the past 50 years, however, is that the more humanity discovers about space, the rarer and more precious life on Earth seems. For the moment Venusian voyages to understand mankind's home planet are better than Martian ones to understand how to abandon the mother ship.

Uit: The Economist: Spacemen are from Mars

Wanneer is het verstandiger om ergens van weg te lopen? Wanneer is het de moeite om te blijven?

6.9.07

tijdverdrijvers

als altijd als nooit zou zijn
het zou de tijd worst wezen
zich nog eens om te draaien

24.8.07

26 jaar geleden

tja... begon ik aan mijn jaarlijkse rondjes rond de aarde.



(c) Arne Schoenvuur

7.8.07

avant première (een snaterende zwanenzang)

"Of je het een memorabele avond kunt noemen? Bezwaarlijk. De sfeer was ongeveer even onbehaaglijk als voorafgaande zinsconstructie. Beetje lelijk, en toch, intrigerend."

Op poezieinvlaanderen.blogspot.com verzamelt Tine Moniek getuigenissen van dichters over hun allereerste optreden.

Een tijdje geleden vroeg Tine me om mijn herinnering neer te pennen. Het was een confronterende ervaring. Het toontje van toen - arrogant, hoogdravend en erg vol van mezelf - was snel terug gezet. Het stukje ontaardde (onttoonaardde) al snel in dit spotschrift.

Veel leesplezier.

Arne

Het volledige relaas van mijn eerste optreden
Tine Moniek
Parlandoooooh! site over het Vlaamse poëziegebeuren

6.8.07

portret


31.7.07

bengelbewaarders en woordontleners (fataal voor de antitussentaal)

,,Goodday. You still owe me a word. You borrowed it from me some hundred years ago. I’d like to have it back.
Oh, you can’t find it anymore? Don’t know what it looks like? Me neither. I remember my grandmother using it but it sounds a bit odd to me. Still my neighbour told me you’re still holding on to some of his most popular phrases. And there’s this terrible s-word your son uses all the time. They are all ours. Will you please return them to me before we run out of synonyms?”

Ooit al iemand een leenwoord horen terugvragen? Niet dus. Voor taalpuristen zijn ze een pest. Zij vinden het een vorm van luiheid. Geen inspiratie genoeg om een waardig Nederlands alternatief te zoeken. Aan hun leenwoordenhaat hangt meestal ook een merkwaardig andersglobalistisch kantje. Het Angelsaksische ongebreidelde kapitalisme moet gestopt worden. Voor we het weten is onze taal vergeven van het Engels en spreken we muscles nog fish. Whatever.

Honderd jaar geleden was het dat verdomde Frans dat ons Nederlands de nek zou omwringen, nu is het het Engels en over duizend jaar rappen we waarschijnlijk in het Chinees én in het Nederlands. Duizend noedels en garnalen nog aan toe. Alsof het ooit anders is geweest.

Met de dood voor ogen
Als student Nederlands werd ik op straffe van een flinke onvoldoende verplicht om me te bekeren tot het leger dat de tussentaal een halt zou toeroepen. Tussen-taal, u weet wel, dat verloederde broertje van het Standaard Nederlands dat zich naar eigen goeddunken bediende van alle taalmiddelen en alle registers tegelijk. In internettermen heet zoiets de evolutie van Web 2.0. Fenomenen als Youtube, Myspace en Wikipedia leven op user-generated content. Maar niet het Nederlands. Wat had u gedacht?

In stoffige boeken – die we overigens gretig volkleurden met markeerstiften en potloden – stonden ellenlange rijen van woorden in het gareel tegenover woorden die genadeloos met asterisken geëxecuteerd werden. Alsof er op voorhand een kruisje op je voorhoofd werd getekend om je eraan te herinneren wat je lotsbestemming zou zijn als je het ook maar durfde te wagen om een woord of zinsnede verkeerd te gebruiken.

Mijn hot, een bastaard!
Mijn bekering is geen succes geworden. Als Gentse zoon van twee ingeweken West-Vlamingen en kleinzoon van drie West-Vlaamse grootouders én één rasechte Gentbrugse grootmoeder, allen zonder ook maar een greintje verstand van Standaard Nederlands, had ik geen flauw benul van hoe datzelfde Standaard Nederlands in elkaar zat. Mijn grootouders waren middenstanders, volksmensen die zowel met de lagere als de hogere middenklasse en de burgerij overweg moesten kunnen. Met de eerste twee spraken ze een gekleurde variant van het Nederlands of gewoon dialect. En met de laatste een protserige versie van het eerste of gewoon Frans, dat was gemakkelijker.

Mijn ouders zouden het anders aanpakken. Geen middenstandersgedoe, geen overuren in de eigen winkel kloppen, maar verder studeren en de wereld verkennen. Van Knokke-Heist naar Gent dus. En de kinderen zouden mooi praten. Wat heet 'mooi praten' bleek achteraf één van de zuiverste varianten van de tussentaal te zijn. Niet dat mijn ouders niet hun best deden om hun roots uit hun taal te bannen. Maar het was allemaal zo onnatuurlijk en gekunsteld. En ze vielen regelmatig door de mand.

Ik moet een jaar of acht geweest zijn toen ik voor het eerst besefte dat mijn ouders ruzie maakten in een ander taaltje (het taaltje dat ik ieder weekend bij mijn grootouders hoorde). Ik vond het grappig en nostalgisch tegelijk. Het deed me denken aan oma en opa, én mémé. Het zou me nog eens tien jaar kosten om te horen dat mijn grootmoeder haar Gents nooit achtergelaten heeft, ook al was ze al ruim zestig jaar geëmigreerd naar Knokke-Heist.

Huisje-, tuintje-, keukentaaltje
Maar mijn Nederlands dus. Dat woekerde gezellig voort en ik voelde me er goed bij. Het is als met onkruid in een tuin. Als je altijd in een wilde tuin gewoond hebt, vind je al snel alles mooi. Ik ben een opportunist. Ik heb geleerd heel wat tuinen mooi te vinden. En ik heb een gloedhekel aan onkruid wieden, omdat ik het een onzinnige bezigheid vind. Het groeit toch terug en meestal is het resultaat – een nogal steriele tuin – ontmoedigend snel weer om zeep. Mijn ouders vermoedden achter mijn smoesjes waarschijnlijk een zekere vorm van intellect en vernuft om mijn luiheid te verdoezelen. Wie zal het zeggen?

Niet dat ik niet hield van het toenmalige ABN of Algemeen Beschaafd Nederlands (voor die B kan ik nog een pak alternatieven verzinnen, maar ik vermoed dat dit de serieuze toon van mijn verhaal zou verstoren). Ik was er warempel verzot op (nou breekt uw klomp?). Ik bekte het maar al te graag na. Het bewijs staat op een zorgvuldig verborgen en verloren gelegd cassettebandje. Wie het ooit te pakken krijgt, zal horen hoe een vijfjarige ik het hele verhaal van het Oinkbeest afdramt en –zingt in een onberispelijk NoordHollandsachtige variant van het ABN.

Oink? Let the beast go!
Het Oinkbeest is een nogal futuristisch sprookje over maanwezens, kabouters, elfen en meer van dat fraais. Onze al even futuristisch ogende vintage-kleuterjuf (juffrouw Wies) had het fantastische idee opgevat om ons dit verhaaltje aan te leren zodat we het met alle kleuterklassen samen ten berde konden brengen op het jaarlijkse schoolfeest. In alle bescheidenheid moet ik zeggen dat de vertoning een enorm succes was. Als opperoinker had ik de maanden voor mijn podiumdebuut uren lang teksten van een plaat moeten napraten. Op de dag van de waarheid was het niet anders. Toch handig als je een souffleur hebt die de hoofdrol vertolkt.

Die avond zat ik met mijn ouders vrolijk na te genieten van mijn succes. Ik vermoed dat ik die dag drie centimeter gegroeid ben, al zal dat nooit bewezen kunnen worden. Mijn haar en nek werden danig op de proef gesteld door al het gewrijf over mijn kopje. Mijn wangen zagen bloedrood van de knepen en ik begon te vrezen dat ik in een boxer zou veranderen als ze niet snel mijn smoel zouden met rust laten. Dan maar de grote middelen boven halen. En dus begon ik doodleuk het hele verhaal opnieuw ten berde te brengen. Het werkte. Iedereen verstomde. Tot mijn vader als een gek achter een cassetterecorder en een microfoon aan ging. En de rest is geschiedenis.

Na al die jaren doet mijn moeder soms nog nostalgisch over dat bandje. Vooral wanneer ze hoort hoe mijn mooie Nederlands van toen verbasterd is tot een sappig Gentskleurig (keurig?) Nederlands. Het heeft niet mogen zijn, de vele Nederlands gesproken Lecturamasprookjes en andere cassettebandverhaaltjes ten spijt. Naäpen kon ik als de beste, maar het was een beetje zoals zingen. Ik wist bij god niet wat ik zong, ik zong het gewoon maar na, of het nu Antwerps, Limburgs, Noord-Hollands, West-Vlaams of Gents was. Nu nog heb ik de vreemde gewoonte om met mensen mee te praten. Ik ben allesbehalve dialectvast.

Behaaggrage taalkameleon
Uit mijn studie Nederlands heb ik dan maar afgeleid dat ik dit doe om te behagen. In een documentaire hoorde ik Desmond Morris eens beweren dat we de houding en het gedrag van de ander soms onbewust nadoen om zo de communicatie te vergemakkelijken. Het stelt de ander op z’n gemak. Bingo, dacht ik, een sociaal wezen, weliswaar met een misschien wat overdadige neiging om te behagen.

Rebel zoekt oorzaak om gerechtvaardigd te zijn
Als je iemand zoekt die tussen alle mogelijke taaltjes die het Nederlands rijk is geboren en getogen is, dan mag je altijd eens bij me langs komen. Ik kan nu wel stoer doen, maar ik moet toegeven dat ik me af en toe wel eens geneer. Aan de universiteit keek ik op naar die mensen die vol overtuiging konden zeggen: ja, dat is goed of ja, dat is absoluut fout terwijl ik zoiets had van: “Hoezo, fout? Dat zegt toch iedereen?” Het had iets vrijmetselaarsachtigs. Als je het onderscheid kon maken, dan werd je toegelaten tot de broeder en het (vooral) zusterschap van het Algemeen Nederlands.

Gevonden!
Elk nadeel ep se foordeel, om het met Cruijff te zeggen. Dus ook dat nogal vreemde onbenul van Standaard Nederlands. Sommige Standaardtalige uitdrukkingen waren me zo frappant vreemd dat ze me altijd zijn bijgebleven. Een beroep doen op in plaats van beroep doen op, gewoon omdat ze in het Frans “faire appel à” zeggen. Totaal onzinnig als je het mij vraagt. Het verschil tussen noemen (de naam geven) en heten (als naam hebben) vond ik dan weer bijzonder zinvol. Maar eerlijk gezegd kon ik er vaak geen touw aan vastknoppen. Met als gevolg dat ik, net zoals heel wat andere Vlamingen, een ongezonde taalangst gekweekt heb.

Zot zijn doet zeer. En da's maar goed ook.
Gek als ik ben, heb ik dan maar van mijn grootste onmogelijkheid mijn beroep gemaakt. Eerst ben ik in de journalistiek terecht gekomen om dan vervolgens als copywriter aan de slag te gaan. Broodschrijver worden met een doorgewinterde tussentaalkwaal, hoe kwaad kun je het krijgen? Kwaad. Geloof me, ik leerde al snel dat het niet zo erg met me gesteld was als ik eerst vermoedde. Ik had wel degelijk iets geleerd tijdens die vier jaar aan de universiteit. Het kon altijd nog beter en dus wilde ik al professioneel spelend – ik neem mijn werk heel erg serieus – mijn taal nog meer verfijnen en ten dienste stellen van het volk (en mijn werkgevers en hun klanten).

Toujours à l'improviste
Wie copywriter wordt, moet één ding goed beseffen. Een goede taalkennis is onontbeerlijk, maar het maakt je geen goede copywriter. Een liefde voor taal is veel belangrijker. Wie niet kan spelen en improviseren gaat beter op zoek naar ander werk. Of je bent zo koppig als ik en doet gewoon je zin (wat meestal toch het beste is).

Nu hoor ik u al denken: ja maar, om goed te improviseren moet je eerst de basisregels kennen. Know the laws before you break them. Dat is het hem net. De taal is een uit improvisatie voortgekomen fenomeen. Het is geen vaststaand verschijnsel. Het leeft en men improvisere het voort. Door te improviseren leer je én de standaard én de improvisatie kennen.

Wie goed wil kunnen improviseren, moet kunnen luisteren en lezen. De taal moet je verwonderen, moet je boos maken, moet je doen vloeken, je tong afbijten van nijd en je doen wegkijken van minachting. Het moet je blik kunnen vasthouden, je gek maken en je aanzetten tot de meest idiote en onzinnige teksten. Je moet een lefgozer worden, een speelvogel, e-doch, geen flierefluiter.

Paradoxaal, die tussentaal
Genoeg getwist en -turned. Over gekheid op lettertypeachtige stokjes gesproken: tussentaal is een paradox. Taal is tussen mensen. Ieder gesproken woord krijgt iets van zijn spreker mee. Aan ieder antwoord heeft de ontvanger iets toegevoegd. Tijd, ruimte en lichaamstaal doen hetzelfde met woorden, zinnen en teksten. Taal is tussen of is niet. Punt uit.

Dus meneer is een taalnihilist? Neen, maar taalzuiveraars moeten weten waar ze mee bezig zijn. Het zal wel iets met identiteit te maken hebben, al kan ik me voorstellen dat de verklaring lichtjes zal neigen naar het Romantische ideeëngoed aangaande nationalisme. Dat taal identiteit is, zal ik niet ontkennen. Vanuit die gedachte leef ik, schrijf ik gedichten en leef ik me uit in mijn job als copywriter. Ik ben betaald be-taler, woordvoe(r)der. Ik vind het net zo jammer dat dialecten verloren gaan omdat een aantal generaties geleden het verloochenen van je dialect een manier was om hoger op de sociale ladder te geraken, een evolutie die je moeilijk succesvol kunt noemen. Aan u om te oordelen hoe u dat laatste moet interpreteren.

Ik spreek Chinees dus ik ben een Chinees?
Welke identiteit wil je dan aannemen door taalpurist te zijn? Moeten we via Standaard Nederlands ons onderscheiden van een vaag amalgaam als “de rest”? Verliezen we onze grenzen omdat onze taal schaamteloos gekoloniseerd wordt door marketenglish en het computerese of het rapsodiaans? Is die strijd voor de zogenaamde zuivere identiteit niet veeleer een interne strijd van een taalnobele vrijmetselaarij? Wie zal het zeggen?

Klinkt het niet, dan botst het niet
Ik wil gerust een poging doen. Taalpurisme alleen zal onze taal niet redden. Ongebreidelde taalcreativiteit wel, dat betekent dus taal tot leven brengen met alle bits en bites die voorhanden zijn. Nieuw is niets anders dan een verrassende combinatie van bestaande zaken. Een kind van het postmodernisme? Wie weet. Veeleer een nostalgische cyberknul met een afkeer voor cynisme en een liefde voor uitgebreid ronddwalen. De auteur is allesbehalve dood. De taalcreativiteit evenmin. Er borrelt wat in de tussentaal. Dat het maar blijft borrelen en dat het maar blijft botsen met iedereen die zich taalpurist noemt. Zolang het pareltjes als bengelbewaarder (voor babysitter) of kraanpaard (giraffe) voortbrengt, zal je mij niet horen klagen.

En u?

Collega Lucien Splinter van het bureau Hendrikx Van der Spek schreef over hetzelfde onderwerp dit leuke stukje.

Iemand zin om lid te worden van de Bond tegen Leenwoorden (BTL)?

Meer van dattum: hier

29.7.07

vrdp

’s ochtends blazen ze je leven aan
’s middags brand je hun wieken op
’s avonds giet je nieuwe kaarsen rond hun as

en ’s nachts staar je naar de sterren
met die blik van had ik maar.

20.7.07

poëzie is

poëzie is design
poëzie is wat zou kunnen zijn
poëzie is nooit wat moet zijn want wat moet zijn is altijd achteraf
poëzie is niet wat we denken wat kan zijn
poëzie is de kortste weg die we per toeval nemen omdat we verkeerd lopen
poëzie is niet bezig zijn met verkeerd lopen
poëzie is plezier vinden in dwalen
poëzie is dwalen tot bewijs van het tegendeel
poëzie is geen logica
poëzie heeft logica
poëzie is moeilijk maar iedereen kan het maken
poëzie is toekomende tijd
poëzie is onvoorwaardelijk wijs
poëzie is een vaardigheid, geen talent
poëzie is anders
poëzie is Anders
poëzie is buitengewoon
poëzie is geen adjectief
poëzie kan verkeerd aflopen
poëzie leeft nog lang en gelukkig
was er maar eens poëzie
poëzie doet het met iedereen
poëzie is probleemcreërend denken
poëzie is problemen zoeken en ze uitlachen
poëzie is mogelijk maken
poëzie is waardeloos
poëzie is best denkbaar, ook voor onverstandige mensen
poëzie is een uitkomst
poëzie is goed gek
poëzie is de rekenfout die je de oplossing bezorgt
poëzie is altijd weer niet wat je ervan verwacht had
poëzie is schoonheid in zijn meest menselijke vorm
poëzie is doortrapt
poëzie is oplichterij
poëzie is haatdragend
poëzie is liefhebbend
poëzie is jazz is poëzie is britney
poëzie is google (omdat je toch altijd iets zou vinden)
poëzie is geen waarheid, maar een koe (godzijdank)
poëzie is het achterste van je tong laten zien door a) je tong uit te steken b) een endoscopie via je aars te projecteren op een cinemascherm in een zaaltje gevuld met blinden
poëzie is altijd nog veel meer
poëzie is het laatste woord
poëzie is de rest

poëzie is design

11.7.07

sprookjessprokkels

fragment van een nieuwe tekst

ze willen mijn vel
ik die niks heb om te geven
daar in het weiland
staat een huisje
verscholen tussen andere huisjes
zie het door het vensterraam
waar alles aan geleend is
muren dak vensters deuren inwoners
nog aan toe er zou een stad zijn
waarvan alleen sprake is in gefluister
ik zie beesten staren
hun blik al blij met een uitweg uit hun kop
valt van de muren het licht
is blijkbaar zwaar om te verdragen
zie ze stinken en strompelen
de wentelende aarde achterna
als stompzinnige circusolifanten
op een rode bal

Met dank aan Georgia Lee van Tom Waits.

9.7.07

toeval, filosofie, kunst, choco en google

[P]hilosophers are always fiction writers! Philosophy is not only the analysis of what exists, but also the conception of what does not exist. This is a big difference between philosophy and science. Philosophy is partly science, insofar as it is the analysis of what is, what is being, and what exists. But partly – and I think this is a little bit more important – partly it is the conception, the dreaming, of what does not exist, but what should exist, what could exist.

Dixit de Duitse filosoof Wilhelm Schmid in een interview met The Ledge over zijn boek Handboek voor de levenskunst, uitgegeven bij Ambo.

Toeval bestaat niet. Dit citaat vat zowat alles samen waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest: filosofie, wetenschap, creativiteit, unreason (what does not exist, cf. Foucault), het spelend (ver)dwalen, kritiek op de geschiedenisverslaving van de huidige academische instellingen en het onvermogen om te dromen, concepten/conceptueel denken, hoe filosofie toch een inspirerende impuls kan zijn voor kunst en maatschappij in plaats van een hopoloos achterafje en...

... dat Handboek. Bij choco hebben we bij iedere seizoenswissel een Ontmoeting. De officiële Ontmoeting is er één met externe genodigden. Maar die wordt voorafgegaan door, jawel, een pré-ontmoeting waarbij we met het hele bureau een gesprek hebben rond het Ontmoetingsthema van dat moment.


Hoe dat thema gekozen wordt?

Gewoon, door een willekeurige keuze uit één van de hoofdstukken uit
De kunst van het evenwicht. 100 facetten van levenskunst van niemand minder dan diezelfde Wilhelm Schmid.

Nu moet je niet denken dat ik bovenstaand citaat gevonden heb omdat ik op zoek ging naar info over Schmid. Ik had even voor de grap een vriendin gegoogled van wie ik net een e-mail had gekregen ivm deze blog, om te zien waar ze zoal mee bezig is geweest de afgelopen tijd. En via één van de google-resultaten kwam ik op The Ledge terecht.

Bijzonder project trouwens. Ga er regelmatig eens op rondsnuisteren.

links:
choco
the ledge
wilhelm schmid
handboek voor de levenskunst
de kunst van het evenwicht

8.7.07

zwartkijker


tussen twee stoelen een ijsberg zonder zuidpool
alsof de wereld op zijn kop staat zo warm is het hier
ik voel me verdwalen (bos van poten)
mijn voeten vinden geen uitweg meer
zetten het op een lopen maar mijn benen willen niet mee
we zoeken een gat in de ozonlaag willen ontsnappen
naar ergens waar het donker wordt en het fijn vertoeven is
voor het licht uit gaat en er klappen vallen het ergste
moet nog komen, dan wordt er niets gezegd

ijzig, jawel,
stil

er schuifelen pinguïns over het tafellaken
narren in een carrousel die zo groot is dat je hem nauwelijks ziet draaien
waarin alles zo lang duurt dat je er enkel aan toekomt te denken
hé, heb ik dit al niet eens…? nee toch niet

je twijfelt

een verdwaalde ijsbeer op zoek naar wat afval
schuimt de tafelrand af, met een lege blik maar altijd klaar
om toe te slaan, je gelooft er niet meer in
bent niet van deze wereld

je schrijft wat in de sterren, hoopt dat het heelal
alsnog eens gaat knallen en alles opgelost wordt
met een scheutje alcohol

en verdwijnt zoals het komen gaat

in een klein, zwart gaatje

5.7.07

narcis

je zoekt in de plooien van een narcis
een model om fouten te ontdekken

kon je maar met zekerheid zeggen
dat het nu eens niet aan jou lag

de huivering op het water, de omgewaaide stronk
die aan de oever zijn lot ondergaat

er zit samenhang in wat uiteenvalt

en je haat paradoxen
omdat het truukjes zijn

die wat je aan en tegen staat
toch bij elkaar brengen

je wordt zenuwachtig
nu de avond valt

want morgen is ze niet meer

en begint het wachten
op een nieuwe lente

je duwt je neus nog een keer in de kelk
en haalt diep adem

een wanhoopsdaad

alleen een god mag het weten

22.6.07

inkt

als een druppel hete inkt in gelei
zoek je je weg
naar buiten

geleerden volgen geïntrigeerd je spoor en mompelen

hoogst interessant

ze hebben zopas besloten
dat hier iets uit af te leiden valt

over de aard van de gelei
welteverstaan

waar eens de inkt tevoorschijn is gekomen
is nu enkel nog een vlek

woorden schieten
alvast te kort

vis

je neemt een hengel
controleert de vishaak
en slaat hem prompt
in een auto

onmiddellijk ga je op zoek
naar aas, een dobber, rivier en meer
een stuk of wat oevers en alles
wat daar van ver of dichtbij op lijkt

dan ga je hem inhalen
met geduld, je wil hem niet verliezen
nog even volhouden
weldra

ligt de hele wereld
aan je voeten

held

(Thrivandrum, (c) Diego Franssens)


je bent een held

je hebt een staat van dienst
en alleen ik mag het weten
je bent bescheiden
boven alles

de eretekens die jou toebehoren
hangen in andermans kasten
en je titels heb je alvast uitgedeeld
aan nobele onbekenden
want wie

wil er vandaag nog ridder of baron zijn

jij gelooft niet meer in sprookjes

en wat dan met de vrouwen?
die zijn door andere mannen versleten

er is enkel nog een foto
van het schoolkampioenschap zaklopen

1939

of hoe in een flits
plotseling alles mis ging

Foto: Thrivandrum van Diego Franssens

hap

(Naso, (c) Diego Franssens)

je herkauwt de woorden
die je dacht
ingeslikt

vermoedelijk
vindt ze straks de kruimels
wanneer ze de tafel afruimt

is alles nog
mogelijk

een hap muesli moet vroege honger stillen
en erger voorkomen

stress
onderweg naar het toilet

het is tijd
voor een open
hartig gesprek

vind je niet

Foto: Naso van Diego Franssens

Video: Arne Schoenvuur Live



Terug van Maerlant. Met dank aan de Venijnig broedende Gebroeders.

De gedichten die je hoort en ziet zijn
- Mission statement van de muren
- Snapshots van het avondland: cut the crap

De muziek is van Köhn aka Jurgen de Blonde.

Ben nooit echt weg geweest, wel druk bezig met werk voor choco.

Volgende week nieuwe teksten.

Mission statement van de muren
Snapshots van het avondland: cut the crap
Het Venijnig Gebroed
Köhn
Studio Muscle

27.4.07

snapshots van het avondland: ballade voor N. en J.

tussen de bomen staat een weg beschreven
nog voor de bomen er stonden enkel door de bomen
beschreven.

je schaduw met de hand op je schouder leidt je stuurt je knijpt je
er tussenuit er is kreupelhout dat krijt en kraakt
een uitnodiging om te verdwalen die je laat liggen
met de voeten treedt bij wijze van respect

je weet niet
beter

je slaat een hoek om
die voelt als een bocht alsmaar recht
en door. een gaai geeft een signaal aan de andere kant
van het bos wordt het stiller dan anders het geluid krijgt
een ander gelaat

er is geen mens die een idee heeft
maar het gebeurt

de zon, bejaarde bruid, sleept het licht achter zich aan
geeft zich aan een andere horizon tot morgen weemoed
licht op rond haar schouders

het is niet het bos dat je op de huid gaat zitten, je groeit
de maalstroom dwingt je tot zwemmen je schaduw heeft al
bezit genomen van de rest van de wereld ga ervoor
maak plaats waar je zijn moet

het komt erop aan de uitgang te verzinnen

het einde vindt je wel. als het erop aan komt.

tot die tijd ben je vrij te doen en te laten en lief te hebben

wat
en wie
je wilt.

24.4.07

Optreden Zaterdag 28 april Markt Damme

Arne aan het werk zien? Kom dan nu zaterdag naar Damme.

Jawel, de dichter achter deze blog komt naar buiten en wel met een optreden in Damme.

Terug van Maerlant, dat zijn 30 dichters/gedichten, pal in het centrum van Damme. Het programma van dit evenement bestaat uit drie delen:

10h30 Maerlant’s verleidingen
14h00 Maerlant’s inzichten
16h00 Maerlant’s waanbeelden

Mijn bijdrage? "De Mission Statement van de Muren" (is ingedeeld bij de waanbeeldencyclus)

Meer details vind je hier.

In het kader van Damme 10 jaar boekenstad organiseerde het Brugse dichterscollectief Het Venijnig Gebroed enkele weken geleden een wedstrijd. Aan dichters werd gevraagd om een gedicht te schrijven rond de erfenis van Maerlant. De titel van je gedicht moest een vers zijn van één van de Venijnigen.

WAT: optreden
WANNEER: 28 april 2007 om 16 uur
WAAR: Markt van Damme
INFO: www.venijniggebroed.be

Tot zaterdag.

Arne.

12.4.07

So he goes. Kurt Vonnegut en de epidemie van de psychopathologie.


Auteur Kurt Vonnegut is gisteren overleden op 84-jarige leeftijd. Ik neem vandaag mijn petje af - mensen die me kennen weten dat ik er eentje draag - voor deze grote meneer.

Vonnegut's Slaughterhouse Five was de afgelopen jaren het sluitstuk van mijn lessenreeks over Literature and Madness. Tussen de waanzin en de puinhopen van het bombardement op Dresden knisperen vonken van genialiteit die op de meest verrassende momenten oplaaien. Er waren maar weinig studenten die niet enthousiast waren over dit boek.

Van Vonnegut wordt wel eens gezegd dat hij na Slaughterhouse Five uitgeschreven was. Het hoogtepunt voorbij, zeg maar. Hij mocht dan wel niet meer tot de meest gehoorde, gelezen en gerecenseerde schrijvers van Amerika behoren, wat hij op het einde van zijn leven te vertellen had, was nog altijd boeiend, scherp en waardevol.

Dat mocht ik nog maar eens ontdekken toen ik enkele maanden geleden in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta het wonderlijke boekje A Man Without a Country kocht, een verzameling van korte beschouwelijke stukjes over het Amerika, en bij uitbreiding ook over de wereld, van vandaag. Eerlijk gezegd had ik niet veel zin om het te lezen. Wat kon ik anders verwachten dan een laatste klaagzang, of liever, een mopperblues van een oude Amerikaanse linkse intellectueel die misnoegd was omdat niemand echt wat had weten aan te vangen met de gruwelijke ervaringen van zijn generatie?

Niets was minder waar. Vonnegut bromt, maar zijn analyses zijn scherp, helder en fijn gepeperd met zwarte humor. Bush en co krijgen een veeg uit de pan. Tot zo ver niets bijzonders. Tot Vonnegut er een verhandeling uit de jaren 40 bijhaalt. Psychopathologie, daar moeten we ons voor behoeden. Psychopathologie, het is een woord dat ik nog maar weinig gehoord heb in de discussie over de malaise van vandaag.

Psychopaten zijn mensen zonder geweten. Het is een ziekte, een abnormaliteit die de laatste jaren steeds meer tot norm wordt verheven en die levensgevaarlijk is voor iedere vorm van samenleving. Wanneer Vonnegut dit fenomeen ontmaskert door het te benoemen en opnieuw te beschrijven, blijkt al snel hoezeer onze samenleving erdoor is aangetast.

Kijk eens om je heen.

Hoe vaak zie je mensen die gewetenloos te werk gaan? Collega's die elkaar zwart maken en buitenpesten zonder na te denken over de sociale gevolgen. Werkgevers die personeel uitbuiten, klanten bedriegen en letterlijk over lijken gaan om hun omzet te realiseren. De monsterachtige lonen van managers die niets liever doen dan te prediken dat de loonkost van het werkvolk te hoog is terwijl ze klagen dat zij niet naar behoren worden betaald. De fundamentalisten die zich opblazen om Godweetwelke reden, de Amerikaanse moguls die als paria's geld zuigen uit een oorlog als die in Irak, de highsociety die in Dubay de grote Jan, David, Rem of Justine gaat uithangen op de rug van een bevolking die voornamelijk bestaat uit slaven, de cultuur- en kunstsector en de pers die prat gaan op hun grote morele waarde maar werkkrachten uitzuigen en uren laten kloppen tegen hongerloontjes, politici die regeltjes opleggen opdat we properder zouden leven, maar die zelf met een enorm vervuilende wagen rijden en daar geen graten in zien,...

Je zou er al snel moedeloos van worden, en terecht.

In de ogen van een psychopaat heeft alles iets instrumenteels. Psychopaten zien bvb onze wetgeving als een apparaat dat je zo goed mogelijk moet weten te bedienen om je eigen profijt te bewerkstelligen. Kijk naar de gretigheid waarmee bedrijven accountants inschakelen om via achterpoortjes in de ingewikkelde fiscale wetgeving zo veel mogelijk winst te maken. Je bent een idioot als je het niet doet, zo lijkt het wel. Maar is het volgens de geest van de wet? Belastingen betaal je omdat de overheid over middelen zou beschikken om jouw leef- en werkomgeving beter te maken. Hoe meer geld je achterhoudt, hoe minder ze dat kunnen doen.

Maar waarom zouden we de overheid nog nodig hebben? We verzekeren ons zelf wel, we bouwen onze eigen koninkrijkjes, zorgen wel voor onszelf. Een ander moet niet "profiteren" van onze inspanning. Dit soort praatjes, dat je vaak hoort in ondernemerskringen, is pure projectie. Want de staat waarin zij werken, de samenleving waar zij hun droom realiseren, is opgebouwd door duizenden mensen die voor hen hun nikkel hebben afgedraaid. Zij hebben de gemeenschap vorm gegeven die zichzelf bedruipt door belastingen te heffen. Wie die belastingen probeert te ontlopen en de samenleving die ze gebruikt bestempelt als profitariaat, profiteert in feite zelf gewetenloos. Hoe het verkeren kan, hé Bredero?

Het is typisch voor psychopaten dat ze zich van samenlevingsstructuren en mensen bedienen zonder zich daar morele vragen bij te stellen. Het doelt ontheiligt de middelen. En omdat onze samenleving democratisch is, kunnen ook psychopaten gebruik maken van het rechtssysteem om hun vrijheid te beschermen, om politiek te bedrijven, om een zaak te runnen, etc...

Hen vlakaf die rechten ontzeggen komt neer op het installeren van een dictatuur. Dan ontzeg je de samenleving het laatste greintje geweten. We moeten het geweten weer zichtbaar maken en de psychopathologie ontmaskeren, net zoals Vonnegut dat heeft gedaan. We moeten het duivelsjong zijn naam geven zodat het zich niet meer kan verbergen. We moeten het in de ogen kijken. Nu doen we alsof het een fabeltje is, iets dat zich enkel manifesteert bij dwangmatige moordenaars, sociale gevallen met voornamelijk seksuele frustraties. Niets is minder waar. De psychopathologie heeft vele verschijningsvormen. En zo lang we die niet erkennen en herkennen, kunnen psychopaten ongestoord - en vaak zonder dat ze het zelf beseffen - hun gang gaan.(*)

Jezus, het lijkt hier de inquisitie wel.

Psychopathologie is een fenomeen. Het is geen persoon, maar een gedragsstoornis met verregaande gevolgen. Psychopaten als persoon veroordelen en vervolgen leidt nergens toe. We moeten de samenleving wel alerter maken voor het probleem, ons er tegen wapenen en hopen dat we een kritisch punt bereiken waarop de meerderheid van de bevolking openlijk pleit voor een groter geweten.

Medeleefzaam zijn.

Het is geen gave. Het is iets wat je doorgeeft aan je kinderen, wat je krijgt van je ouders en je omgeving. Een gift.

Onze samenleving heeft figuren nodig die gewetensvol zijn weer een aanzien geven. Want in al ons kritisch zijn, in al onze rationaliteit en drang naar zuivere vrijheid, zijn we het grootste menselijke goed uit onze samenleving aan het verdrijven. Schrap samen uit samenleving en wat overblijft is niets minder dan Darwin's Survival of the fittest. De Amerikanen hebben dat principe zelfs ingebed in hun verkiezingssysteem. The Winner Takes it All. Maar wat ben je met de hele wereld als hij volledig in duigen ligt?

Slaap zacht Kurt. Peace.

Guardian
CNN
New York Times
Klara ramblasblog

(*) In vorige stukken heb ik al uitvoerig verwezen naar Adorno en de instrumentalisering van de rede. De rede redeneert de waanzin weg. En dat is ook hier het geval. Als we bepaalde drijfveren niet onder ogen durven en kunnen zien, dan bestaat het risico dat die drijfveren met onze rede aan de haal gaan. Adorno zelf haalt het voorbeeld van de Duitse oorlogsmachine aan. Onze zucht naar geweld is weggeorganiseerd in een oorlogsmachine waar we geen controle meer over hebben. Psychopathologie is ook weggeredeneerd en zogezegd opgesloten in stereotypen. Psychopaten zijn gekken. Punt andere lijn.

De vele verschijningsvormen die psychopathologie kent, bestaan niet als psychopathologisch. Op den duur durft men ze niet te erkennen omdat men vreest bestempeld te worden als gek. De psychologische gezondheidszorg zal pas volwassen kunnen worden als men erin slaagt om psychologische en psychiatrische problemen los te koppelen van het stereotype beeld van de gek en de waanzinnige, die onmiddellijk weer geassocieerd worden met de zwakkere, de zieke en de onbetrouwbare.

Het omgekeerde is waar. We verzwakken ons door onze problemen niet onder ogen te zien. En omdat we onze gebreken niet leren kennen kunnen we er ook geen controle over verwerven. Dat maakt ons onbetrouwbaar en zwak. De wereld wordt een steeds grotere bedreiging omdat ze ons zou kunnen ontmaskeren. We weten niet hoe we er tegenaan moeten, want wat er in ons leeft, kennen we niet. Jekyll en Hyde? Nog zo gek niet.

3.4.07

advertising poetry

since we're out of order
we've never been that productive


met dank aan Nicholas Manning. Lezen die blog!

31.3.07

Snapshots van het avondland: strandt.

Schepen tot stilstand. Je staat aan een overkant - ik weet dat bereiken nu geen zin meer heeft. Het water weg. Het stof aan de wereld uitgekeerd. Het gekabbel verstild en verdicht tot roestscheur- en staalgekraag. Rubbersterfte alom.

Een inwaarts spreken, meer kan ik niet tot je richten.

Je houdt je rechterhand omhoog.

Zwaaien. Alsof je me wilt tegenhouden. Aan jouw kant van de dag
wordt het eerder donker.

Laten we vluchten, laten we het water zoeken. Ik wil je overhalen. Maar al bij de eerste stap snijd ik mijn hiel aan de restanten van een pont.

Wie zal mij nu nog tegenhouden? Er is tijd nodig om de wonden te helen.

Het zand op de duinen moet nog in glas gevangen, het gedroogde vlas gevlochten tot koorden, de karkassen opgeblonken tot tempelgeraamtes, de scheepsbellen in klokkentorens, de ankers gelicht, alles op wieltjes en dan de aarde weer in beweging zetten.

Auto’s heffen aan. Het licht op groen zuigt de schimmen aan, stuurt verkenners uit, straks wordt dit hier avondland. Zal ik vergeten zijn. Mijn weg gebaand, gedwee. Gedogen. Achter mij een groet die je hand in beweging zet, je blik steelt het geruis

een andere wending doet nemen.

We maken slagzij. We maken water.

Mijn kreet komt pas morgen aan de oppervlakte. Een merel zal verschrikt opvliegen. Je zal versteld staan van zoveel beweging aan de hemel op een brakke dag, een braakliggende ochtend.

Een godgeklaagd verschijnsel.

28.3.07

mission statement van de muren

gulp open kijkt door een kier naar binnen ontvouwt zich een slaapkamer toren
nokbalken een woud geschiedenis in jaarringen we draaien eromheen er is twijfel
het maakt je sterk een steen in het water het werk van een god onder een bladerdek
we hebben een hele winter om naakt te zijn als het vriest en het kraakt is het te stil
om je te schamen.

sporen van de weldaad waaieren uit afvalwater riolen verscholen minnaars duffe wip
in staancaravan in blokhut bezwete skileraar achterkamertje of bezemhok advocaat
met een voorliefde voor anaal en all the way zweetverdrietjes
een spoor van onontgonnen zoutkristallen lang vervlogen zee van tijd schoonheid
heeft een prijs het gonzen van de wondjes, je fleurt er helemaal van op

woestijnroos, broos je pronkt en lonkt je bent onkwetsbaar laat iemand je per ongeluk
vermorzelen ga je er als zand vandoor tussen vingers glijden en verleiden hou me vast laat me jou
vervoegen mortel morzelmartelaar ik met al je voeten in de aarde hou je overeind met voor
en na verdeel de aarde in evenwicht houd verborgen staar na werp een blik ten hemel
steek kop in de grond je wil niet zien daar aan de andere kant

groeit groen gras, klimop

knijpt behaaglijk langzaam je ruggengraat aan gruzelementen

(god test voortdurend je reactievermogen)


Mijn inzending voor Terug van Maerlant (poëzie-evenement ter gelegenheid van Damme 10 jaar boekenstad).

Wat: Terug van Maerlant / Jacob Van Maerlant zoekt Ghostwriters (10 jaar Damme Boekendorp)
Wanneer: 28 april en 30 april
Waar: Damme
Wie:
het Venijnig Gebroed
Deadline: 20 april
Website:
klik hier

27.3.07

Kermis in Gent

Foor 2007 Arne Schoenvuur

26.3.07

Maerlant zoekt Ghostwriters (organisatie: Het Venijnig Gebroed)

Het West-Vlaamse Damme viert 10 jaar Damme boekendorp. En om dat te vieren stapt Jacob Van Maerlant - ja, die 13de eeuwse knar die van dichten hield - op 28 april van zijn sokkel om eens goed te gaan slammen. Nou ja, 't is veeleer voordragen bij monde van 30 dichters. Vanop zijn stek heeft Maerlant de tijden zien veranderen en binnenkort kunt u gaan luisteren naar zijn relaas.

Dat wordt dus vertolkt door 30 dichters. Wie die dichters zijn weet niemand. Het pennende kruim is bij deze uitgenodigd om te solliciteren op http://wirewolv.googlepages.com/terugvanmaerlant. De dichters van het collectief Het Venijnig Gebroed - de organisatoren van het hele gebeuren - stellen hun verzen ter beschikking als titel voor jouw schrijfsel en selecteren de beste 30 inzendingen.

Word jouw gedicht gekozen? Dan mag jij op 28 april je tekst vertolken in de nagalm van Maerlant. Het lekkerste bekkende sixpack van de bende krijgt bovendien een betaald optreden op de Gastronomische Nacht van de Poëzie op 30 april te Damme.

Wat: Terug van Maerlant / Jacob Van Maerlant zoekt Ghostwriters (10 jaar Damme Boekendorp)
Wanneer: 28 april en 30 april
Waar: Damme
Wie: het Venijnig Gebroed
Deadline: 20 april
Website: klik hier

Mijn inzending verschijnt morgen! (De Engelse vertaling vind je hier)

22.3.07

De mooiste openingszin uit de Nederlandstalige literatuur komt uit?

Boven is het stil van Gerbrand Bakker. Dat is toch wat ik heb ingevuld op de website van Radio 1. Daar zijn ze naar aanleiding van ZoGezegdInGent, het openingsevenement van de Literaire Lente, op zoek naar de mooiste openingszin van de Nederlandstalige literatuur. Mijn keuze?

"Ik heb vader naar boven gedaan"


Met die woorden begint het romandebuut van Bakker dat vorig jaar verschenen is bij uitgeverij Cossee. Boven is het stil vertelt het verhaal van Helmer vanaf het moment dat die zijn oude vader zowat letterlijk opbergt op zolder. Het is het begin van een merkwaardige coup.

Helmer heeft de boerderij al tientallen jaren geleden van z'n vader overgenomen, maar hij is er nooit in geslaagd om het leven om en rond de boerderij te beheersen. Al die jaren ging hij gebukt onder de tragische dood van zijn tweelingsbroer. Die was duidelijk de favoriet van zijn vader en hij was voorbestemd om de boerderij over te nemen. Helmer was te licht voor dat soort werk. Die zat liever met zijn neus in de boeken. Logisch dus dat hij Nederlands ging studeren aan de universiteit. Henk zou de boerderij wel runnen. Maar het noodlot heeft er anders over beslist.

Helmer heeft de terugkeer van de stad naar het verweesde platteland nooit goed kunnen verteren. De uitgestrekte polders, de dood van zijn moeder en de allesbehalve hartelijke relatie met zijn vader maken van het zo rustgevende landschap een uitgestrekte cel waarin eenzaamheid vaak pijnlijk mooie en poëtische vormen aanneemt.

Maar nu doet Helmer zijn vader naar boven. Het is tijd om schoon schip te maken. Hoezeer Helmer ook zijn best doet, hij slaagt er maar niet in om de hiërarchie te doorbreken. Zijn vader blijft een diepgaande invloed uitoefenen op zijn leven. Wat een geforceerd opstapje naar de verlossende dood moest worden, is een voorproefje van watde beproeving die Helmer na de dood van zijn vader te wachten zal staan. Want doet het ertoe of zijn vader nog leeft, dat hij al dan niet lichamelijk in dit huis aanwezig is? Nee.

Helmer wordt genadeloos geconfronteerd met de banaliteit van zijn handeling, die op zijn beurt symbool staat voor hoe onbeduidend zijn leven geweest is. Jarenlang heeft hij zich gekwijt van zijn taak als boer, zonder veel bezieling. Waarom? God mag het weten. Omdat het hoorde? Maar waartoe heeft het geleid? Alle boeren uit de streek geven er immers de brui aan. Of ze gaan gewoon dood. En eigenlijk zou hij zijn weilanden ook beter overdragen aan Rijkswaterstaat.

Het lijkt wel of alles hier vacuüm is, zo leeg, zo lusteloos en zo nietszeggend is de wereld van Helmer. Je moet er haast cynisch worden. Bakker niet. Hij doet net het omgekeerde en legt opnieuw de schoonheid bloot van alle banale, bijna belachelijke handelingen uit het leven van Helmer. Ieder geluid, iedere kleur, iedere beweging, iedere gedachte krijgt voorzichtig een soortelijk gewicht, wordt gecomponeerd tot een trage, maar loepzuivere symfonie waarin de stilte de rol van het orkest overneemt en alle andere elementen naar voren treden als uitmuntende solisten. Zo bombastisch als het Duitse Weltschmerz klinkt, zo broos en verkwikkend zuiver is de tristesse van het leven van Helmer.

Bakker schrijft met een tederheid die gerust een synoniem is voor troost. Want de manier waarop Helmer zijn vader naar boven doet heeft tegelijk ook iets teders, zoals een vader zijn zoontje naar boven draagt om hem onder te stoppen. Het is een piëta, maar zachter, brozer dan het marmer van Michelangelo. Zaligmakend ook, al was het maar door zijn eenvoud.

"Ik heb vader naar boven gedaan" is een opmaat waarin iets klinkt dat ik nog maar zelden gehoord heb in de Nederlandse literatuur.

21.3.07

bankschroefperspectief

mensen met een groot hoofd
lopen het risico
om met datzelfde hoofd tussen een bankschroef geklemd te raken

net zoals kippen die gouden eieren leggen plotseling geconstipeerd raken
wanneer ze op een hongerdieet worden gezet
en een vinger die verdacht veel op god lijkt hen toesnauwt
“en nu leggen die handel”
en geld niet gelukkig maakt

maar mismaakt
zoals deze regel
quod demonstrandum est

ach
je houdt het niet voor mogelijk, zegt je medemens
hij valt voornamelijk in herhaling en heeft geen gevoel voor humor
dus kun je ’t maar beter zelf zeggen, al zeg ik het zelf

mijn god

ik wenste dat hij zijn mond hield, dat hij eens iets anders las
in zijn handen dan eeltangst gesust onder een laagje niveazalf

je bent een bijwoord, weet je dat?

(van context is al lang geen sprake meer,
ieder spreekt enkel nog voor zich; veel betekenend
als je 't mij vraagt)

maar het dringt niet tot hem door

alsof je een Chinees in het Chinees zegt dat hij een vreemde taal spreekt
hier is nood aan ondertiteling, maar een gebrek aan mens om het te lezen
en god is ik weet niet waar blind en doof, wat niet betekent

dat hij geen ogen of oren heeft, maar wel dat er geen prikkels van zijn oren en zijn ogen
naar zijn hersenen gaan óf dat hij geen hersenen heeft

hij is niets behalve geniaal. dat hij niet bestaat bewijst al dat hij slimmer is dan de rest
al weet hij wel dat er geen bankschroef is die om zijn hoofd past en
dat kippen die geen eieren meer leggen verstandig zijn, dat doen uit zelfbehoud
om daarna weer te verdwijnen,

hoe je dat allemaal zonder hersenen doet, kan alleen god je uitleggen. je zou bijna geloven
dat het een grap is

een wijs kieken legt pas een ei als het sterven gaat. het klinkt omdat het past
in het verhaal, zoiets
zegt genoeg

je bent er als de dood voor, zegt je medemens

hij is ook nergens goed voor, komt altijd te laat, of te vroeg, afhankelijk
van hoe je het bekijkt, zit hij je voortdurend in de weg
ben jij nalatig dan is hij voorlopig
en omgekeerd wil het niet lukken
wat ik bedoel

voor je het weet maak je er een potje van, daarom is het uiterst belangrijk
trots te zijn op jezelf en je grote hoofd te vermommen met een hoed
je steekt je weg achter een koppel borsten zo groot dat er eeuwige sneeuw op ligt
of biefstukken die je kan laten dansen als in een pan een salsa op heet vet
ja, je spuit je lippen op met de bagger uit je mond
en twijfelt tussen clietje of pietje
als sluitstuk voor je acte de présence.

kwestie van niet op te vallen

spreek na en je zal gezond worden
wat jij al was. wees medemens of wees niet.

o mijn hemels, wat voel jij je geroepen.

je chiliketchupadem in mijn nek
terwijl je m’n strot dichtknijpt

ik kan geen woord meer uitbrengen

we komen zo bij u terug. zegt een stem uit het niets.
blijf zitten voor meer

na de reclame

taaltovenarij

"We hebben niet boven onze stand geleefd, de voorbije jaren, maar de vorige legislatuur zijn bijvoorbeeld wel 150 nieuwe mensen in dienst genomen. Het personeelsbestand is een beetje uit de hand gelopen."

(Alexander Vercamer, gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen)

"And after all, what is a lie? 'Tis but
The truth in masquerade."

(Byron, Don Juan canto 11, st. 37)

Technorati Tags: , , , , ,

20.3.07

If I ran the internet



Meer werk van Rives?

Officiële website

If I ran the internet: full text.

Ik heb de tekst van het gedicht uitgeschreven, voor zij die het nog eens willen nalezen.


Intro:
I wrote this poem after hearing a pretty well-known actress telling a pretty well-known interviewer on television: ‘I’m really getting into the internet lately. I just wish it were more organised.’


If I ran the internet

If I controlled the internet?
You could auction your broken heart on Ebay
Take the money, go to Amazon,
Buy a phonebook for a country you’ve never been to
Call folks at random until you find someone
who flirts really well in a foreign language

If I were in charge of the internet
You could Mapquest your lover’s moodswings
Hang left at cranky
Right at preoccupied
U turn on silent treatment
All the way back to tongue kissing and good lovin’
You could navigate and understand every emotional intersection
Some days I’m as shallow as a backing pan
But I still stretch miles in all directions

If I own the internet
Napster Monster and Friendster-dot-com would be one big website
That way you could listen to cool music while you pretend to look for a job
and you’re really just chatting with your palls,

Heck if I ran the web
You could email dead people
They would not email you back
But you’d get an automated reply
Their name in your inbox
It’s all you wanted anyway
And a message saying: ‘Hey, it’s me. I miss you.’
Listen you’ll see, being dead is dandy.

Now you go back to raising kids
And waging peace
And craving candy

If I designed the internet
Childhood-dot-com would be a loop
Of a boy
In an orchard
With a ski pole for a sword
Trashcan lid for a shield, shouting
‘I am the emperor of oranges’
‘I am the emperor of oranges’
‘I am the emperor of oranges’
Now follow me OK

Grandma-dot-com would be a recipe for biscuits and spit bath instructions 1-2-3
That links with hot-diggity-dog-dot-com, that is my grandfather
They take you to gruff-ex-cop-on-his-fourth-marriage-dot-dad
He forms an attachment to kind-a-ditsy-but-still-sends-ginger-snatch-for-Christmas-dot-mom who
Downloads the boy in the orchard, the emperor of oranges who grows up to be

Me,
The guy who usually goes too far, so

If I were the emperor of the internet
I guess I’d still be mortal, huh?
But at that point I would probably already have
The lowest possible mortgage and the most enlarged possible penis, so
I would outlaw spam on my first day in office
I wouldn’t need it.
I’d be like some kind of internet genius.
And me,
I’d like to upgrade to deity and maybe
Just like that

(p-o-p)

I’d go wireless.

Huh.

Maybe google would hire this
So I could zip through your servers and firewalls like a virus
Until the worldwideweb is as wise as wild and as organised
As I think a modern day miracle-slash-oracle can get, but
Oooooooooo, you wanna bet
Just how whack and un-p.c. your Mac or PC's gonna be when I'm rockin' hot-shit-hotshot-God-dot-net?

I guess it’s just like life

It’s not a question of if you can
Its, ‘Do ya?’
We can interfere with the interface
We can make you god hallelujah the national anthem of cyberspace every lucky time we logon
You don’t say a prayer
You don’t write a song
You don’t chant an ooooohm

You send one blessed email to
Whoever you’re thinking of
At
Dadeladatatatatatatadadeladedadeladedatatam-dot-com

5.3.07

vacature

zoekt wereld om bij te horen, zonder kortsluiting aub net gepast
er valt niets terug te geven er is niets
tekort wat heb je er in ’s hemelsnaam nog aan toe te voegen
soms vraagt een mens zich af soms ook niet

een huis om af te breken en uit te leven dat op instorten staat
als je een laatste keer de deur achter je dichttrekt, zelf dichttrekt
jouw deurknop in de hand van de begrafenisondernemer
als teken van te laat en opmaat

zoekt verhaal om ontdubt te zijn synchroon zo mooi
zwemmen zonder foutjes bloeiende bossen op het behangpapier
en herfst in je kamer als het regent
het geroffel tellen en je god wanen om de cijfers in de krant
beursberichten en geplande koerswijzigingen aanzien als een vorm
van twijfel, je bent geniaal

en iemand om dat te zeggen

zoekt de uitgang niet bij de deur, niet onder de deur een mat
met geen tank te versleuren het licht buitengeplamuurd
de gordijnen de luiken de lakverf op de raamkozijnen het
geglimlach en te luide stemgeluid dat geen room laat voor geluid
en ogen

ogen die voeten lezen op zoek naar ondertitels iemand die danst
schriftuurtjes maakt van georkestreerde vrijheid wiskunde op zoek
naar waarachtigheid je houdt het niet voor mogelijk maar het is
menselijk en dus

zoekt vrije ruimte in de kelder in de gang in de traphal in de
woonkamer in de keuken in de slaapkamer in de badkamer het
toilet en op zolder vindt geen licht kan niet groeien en groeit toch
grijpt zich vast aan wat liefheeft verstikt en omhelst groeit uit
onder bewonderende kreten en iedere zucht betekent nieuwe
zuurstof tranen zalig voedsel iemand met een goed idee een blijk
van frisse geest licht voor de nodige fotosynthese

zoekt een weg om achter te laten te misleiden te weten dat die
thuiskomt en dan te verdwalen laat zich omkopen tot medeleven
verliest het kompas uit het oog uit het hart zoekt de wijzer vindt
het noorden raakt kwijt en is verloren past een lichaam op de tast
deelt mee in zintuigen en verzoekt om een plaatje dat past
bij de herinnering geeft een kras mee ter attentie

waait voorbij
als nooit tevoren

haalt een broodje om de hoek
maakt een praatje met de buurvrouw

geeft haar een kusje
en is zoek

2.3.07

Do schools kill creativity? (Sir Ken Robinson denkt van wel)

TEDtalks, ik ben er ondertussen zo'n beetje verslaafd aan geraakt. Ik vind het helemaal niet erg, want dit is echt internet op z'n mooist.

Kijk, vroeger zou je nooit zoiets kunnen meemaken. Het hele zooitje was te ver, te duur, te exclusief. Nu niet. Nu moet ik geen fee betalen, geen verplaatsingskosten maken of een multimiliondollarinvention doen om erbij te mogen zijn. www.... en hop, je bent er.

En voor de hardnekkige critici: ik weet dat internet ook iets is waarmee je gemakkelijk de grootste rotzooi wereldwijd door andermans strot kunt duwen. Maar of dit rotzooi is?

Dat brengt me op een idee: wat als we via internet voedsel zouden kunnen bedelen? Stel je eens voor dat je een broodje upload en het dan elders kunt downloaden? Of hele pakken melkpoeder posten en laten downloaden zonder dat klojopiraten zoals er in Somalië best wel nog veel rondvaren het kunnen stelen.

Enfin, genoeg geworteld, hier is Sir Ken Robinson met een hilarische uiteenzetting over creativiteit en onderwijs. Ik begin overigens echt te geloven dat intelligente mensen altijd verdomd grappig zijn.



PS: Zouden deze ideeën al doorgedrongen zijn in ons onderwijssysteem? One wonders...

zie:www.ted.com voor meer informatie over de TED-talks.

1.3.07

Hans Rosling: no more boring statistics

Als cijfers konden spreken, wat dan? Dan zou je de wereld echt zien zoals hij is.

Filmmaker Darren Aronofsky formuleerde zijn intrigerende antwoord in PI. Andere hedendaagse cijfersprookjes zijn The Da Vinci Code (Dan Brown), La vie mode d'emploi (Georges Perec) of wat dacht je van The Number 23 (Joel Schumacher / Fernley Phillips). En laten we vooral de Matrix-trilogie niet vergeten. In al die verhalen krijgt de mens een ander - echter? - beeld van de realiteit omdat hij er in slaagt om de cijfers om hem heen juist te interpreteren.

Apocalyptische fictie, grappig, vernuftig soms, serieus, maar is het ook bittere ernst? Neen, niet echt.

Al valt er bitter weinig te lachen als je ziet hoe statistieken overal ter wereld gebruikt en vooral misbruikt worden. Of het nu met opzet is of niet, cijfers worden, zelfs door de meest briljante mensen ter wereld fout gelezen, met alle gevolgen van dien.

Kun je daar iets aan doen?

De Zweedse prof. Hans Rosling (de man heeft een fantastische blog) denkt van wel. Kijk maar naar zijn lezing tijdens de jongste TED-conferentie.

Rosling, professior Internationale Gezondheid, benadert in zijn lezing statistische gegevens vanuit een nieuwe invalshoek. De aanleiding? De vooringenomenheid waarmee zijn briljante studenten de grootste stommiteiten begingen toen hen gevraagd werd enkele statistieken over Global Development te interpreteren. Niet alleen de studenten flaterden, ook het instituut dat de Nobelprijs uitreikt, doorstond de test niet.

Hoe komt het dat mensen cijfers zo gekleurd lezen? Waarom spreken cijfers geen boekdelen? En wat kun je eraan doen?

De manier waarop Rosling de Arabische functionele krulletjes tot de verbeelding doet spreken werkt op z'n minst inspirerend.

Copywriters die uit saaie materie een boeiend verhaal moeten maken vinden hier vast wel de nodige muzevoeding. Misschien kunnen onze beleidsmakers er ook iets van opsteken.

Geniet...



Kijk ook op gapminder.org.

Hoe zit het met jouw matrix reloaded? Reageer (klik hieronder op AI!)

En bij wijze van oefening (en vers van de pers): de armoedecijfers van Belgie

26.2.07

INNOvation

stiekem boertjes en scheetjes laten in de parfumerieafdeling van de supermarkt
het stinkt hier naar een overdosis afgetrokken verlangen drie ton vleugjes vluchtigheid
elk met hun eigen doorzichtige marketingplan
om te ontsnappen aan dagelijkse sleur en ander vertier

kijk, zij lacht, twee glossy lippen, net een plaatje,
opgespoten met wat elders ontetterend pubervlees
ze is vel over been ze heeft geen tieten ze heeft sexy laarzen aan

ze heeft een kutje waar hij naar kijkt

zijn blik had hoger niets om handen aan haar lippen waagt hij zich niet meer
luisteren is iets voor mietjes

lachen daarentegen is stijlvol uitglijden afdwalen
daar beneden begint het grote verhaal
hij staat prompt paraat
een slappe boksershort en strakke jeans zijn weinig verhullend

“Gaan we naar McDonalds of naar de Quick?”

de laatste sporen van een vacht in hun bilspleet

z/hij denkt aan porno de multimogelijkheid van pixels, lichtgevende plaatjes
een wereld voor eentjes en nullen, seks met de diepgang van een sticker

ze gooit haar hoofd in haar nek
twee grote zwarte gaten, ik denk:
wat daar ooit gebrand heeft, is al lang uitgedoofd

iemand zegt vanavond op televisie: “gisteren klampte ik me vast aan het gazon
omdat ik vreesde van de aarde af te vallen”

achterwaarts daal ik de roltrap af, vingers knijpen om de zwarte band
straks sta ik beneden
voorbij de laatste trede ga ik vallen

ringtone
zet tien handen in beweging

hallo
ja, ik ben hier
nee, niet daar, hier
en waar ben jij?
daar?
ah daar
wesley heeft gezegd dat hij met u iets wil beginnen

ze reinigt snel haar tong in de mond van een ander
hier zijn geen woorden voor

nodig:
-
-
-
-


we zijn er.

dada

(er is een brandalarm)