8.11.07

O (w)armer BelgIë

Geachte heer Leterme,

U en uw collega’s laten meer dan anderhalf miljoen landgenoten in de kou staan. Mag ik u vragen waarom?

Nu de brandstofprijzen onrustwekkend hoog zijn, mogen anderhalf miljoen landgenoten vrezen voor een akelig barre winter. Deze mensen hebben het al het hele jaar niet breed. Met de winter voor de deur kunnen ze wel wat extra gebruiken, maar ze worden daarentegen nog verder uitgekleed. Ze hebben geen geld om degelijk te verwarmen, geen geld om te investeren in betere isolatie, een passief huis, of in degelijkere kleren. Geen geld om wat meer voedsel te kopen, gezonder voedsel ook, want hé, ook de boeren, vissers, telers en andere voedselproducenten hebben te kampen met hoge brandstofprijzen. En dus worden de vis én andere basisproducten steevast duur – te duur? – betaald.

Anderhalf miljoen armen, is dat niet wat overdreven? Cijfers liegen altijd een heel klein beetje, dat geef ik grif toe. Want als er nu anderhalf miljoen Belgen met armoede geconfronteerd worden, dan zijn er een pak mensen die niet veel tegenslag nodig hebben om ook bij die groep gerekend te worden.

Maar wat met al het geld van brandstoftaksen dat in de schatkist terecht komt? Komt dat de staat en dus ook die anderhalf miljoen arme landgenoten niet ten goede? Je zou eraan durven twijfelen.

Woensdag 7 november 2007: 11.11.11. dient een klacht in omdat journalist Thiery Debels beweert dat er voor elke 100 euro die je geeft aan 11.11.11. slechts één zijn uiteindelijke doel bereikt. Als ik het goed begrepen heb, wordt het gros opgeslorpt door een middenveld dat er eigen werkingsmiddelen uit haalt om die ene euro – of meer – ter plaatse te brengen.

Ik wil 11.11.11. nog het voordeel van de twijfel gunnen. Maar hoe zit het met onze belastingen? Belastingen die wij voor onze hulpbehoevende medemens en – laten we eerlijk zijn – ook voor onszelf betalen? Hoeveel procent van wat we afstaan komt uiteindelijk in de vorm van financiële of andere tegemoetkomingen terecht bij de mensen die het echt nodig hebben? Wie graait er – per persoon gerekend – het meest uit die pot en waarom? En hoe komt het in godsnaam dat er zo veel geld nodig is om dat massaal vele geld dat wij afstaan tot bij die mensen te krijgen? Wat heeft dit allemaal nog met solidariteit te maken?

Negenenzestig procent van alle werkende landgenoten – en dat zijn er dankzij de vorige (huidige?) regering ondertussen 200 000 meer dan vier jaar geleden – klopt regelmatig overuren, zonder daar overigens voor verloond te worden. We werken dus met z’n allen massaal te veel. Bovendien dragen we nog eens behoorlijk veel belastingen af. We zijn – als u het dus zo bekijkt – zowat het ijverigste volkje van Europa dat bovendien nog het solidairst is ook.

Dan begrijp ik niet waarom er nog anderhalf miljoen landgenoten nu de hele winter moeten klappertanden, hopend dat er niets mis gaat. Want wat als er iemand ziek wordt? Wat als er brand ontstaat door slechte verwarmingstoestellen? Wat als er iemand stikt door co-vergiftiging? Wat als alles nog duurder wordt? Hoe gaan we het dan redden?

En nu we toch bezig zijn. Dan begrijp ik ook niet waarom een gemiddeld gezin met twee kinderen aangemaand wordt om zich tot zijn vijfenzestigste uit de naad te werken? En ik begrijp nog minder waarom diezelfde mensen moeten vrezen dat ze – na al hun werk – niet eens een redelijk pensioen zullen hebben, tenzij ze zelf voor iets extra’s gezorgd hebben. Want de staat kan nu eenmaal niet voor iedereen zorgen. Om nog maar te zwijgen van de pensioenen van de bejaarden van vandaag die ervoor gezorgd hebben dat wij het toch betrekkelijk goed hebben. In de volksmond heet zoiets stank voor dank.

Het is gemakkelijk schieten op politici. Uw verloning staat naar verluidt niet in verhouding tot het loon van topmanagers. Maar ik heb zo het flauwe vermoeden dat u zich niet al te veel financiële zorgen hoeft te maken. En ik heb het vermoeden dat wanneer u en uw collega’s de Wetstraat en aanpalende straten verlaten, u het wel ‘gemaakt heeft’ in het leven.

Het is u uiteraard gegund.

Want, begrijpt u me niet verkeerd, u werkt erg hard. U klopt verdraaid veel uren en uw familie moet verdomd flexibel zijn. Daar mag iets tegenover staan. En u bent uiteraard ‘ook maar een mens’.

Maar u hebt de mogelijkheid – meer dan eenieder van ons – om samen met uw collega’s de politiek terug te maken tot iets menselijks. Daar hebben we u uiteindelijk voor verkozen. Politiek mag en kan niet langer een amoreel apparaat zijn dat bestaat uit wetten en een geldverslindend soort middenveld dat haar burgers dwingt om te gehoorzamen en hen een utopie voorspiegelt van totale efficiëntie. Alsof alles beter wordt als we het maar efficiënter doen. Alsof alles ook beter draait als het beter geregeld is. Dat klopt, maar niet zonder dat er ook aan een andere, essentiële voorwaarde is voldaan.

We hebben u en uw collega’s namelijk met z’n allen ook verkozen met de uitdrukkelijke wens om er iets goeds van te maken. Niet voor uzelf, niet voor mij, maar voor ons, dé samenleving. En onze samenleving – en zeker haar politieke bestel – mist geen efficiëntie of regels, maar warmte en menselijkheid, eerlijkheid, wijsheid. Niet dat we dat met z’n allen niet in ons dragen. Maar we hebben terug voorbeelden nodig, mensen die dit ook en misschien vooral in de politiek belichamen. Want is zij niet de maatschappelijke hefboom bij uitstek? En nu Kerst toch met rasse schreden nadert: u hebt het mandaat en de mogelijkheid gekregen om het vuur in de mensen aan te wakkeren.

Wij zijn van nature warmbloedige wezens. Mocht u het even vergeten zijn, voelt u even aan de persoon naast u. Help ons om terug openlijk warm te zijn. Help ons om samen van België de warmste samenleving ter wereld te maken. Help ons om een samenleving te maken waar geen enkele winter voor geen enkele landgenoot nog een barre beproeving hoeft te zijn. En u zult zien, een beetje meer menselijkheid, een beetje meer warmte, eerlijkheid en wijsheid in onze politiek kunnen wonderen doen. Daar hebben we geen christus voor nodig. Een premier én een regering zou al mooi zijn.

Genegen groeten,

Arne Schoenvuur

0 Jij krijgt het laatste woord.: