30.4.09

koninginnedag.

"Wat doet een Nederlandse autobestuurder
als hij oranje ziet? Doorrijden." (*)

Kan iets zo pijnlijk zijn
dat het grappig wordt?
Vraag ik me af terwijl de beelden
voor de zoveelste keer
door mijn hoofd gaan: Man in zwarte auto
rijdt dwars door toeschouwers tijdens
stoet op Koninginnedag.

Van alle wegen
die de wereld je biedt
toch de verkeerde nemen
en daar aankomen
waar niemand thuis hoort.

Mocht je niet beter mogen weten, je zou zweren
dat het kunst was, een onbekend deeltje
per ongeluk ontdekt
de missing link
tussen wat vreugde en verdriet
menselijk maakt.

Blijkt een volksfeest plots een begrafenisstoet
en omgekeerd.

Wat moet je in zo'n geval nog met woorden
als mens
en monster
als alles zo dicht bij elkaar ligt
dat je zou denken

het leven kan niet anders
dan per vergissing

en omgekeerd?

Koninginnedag 2009.

26.4.09

inboorling.

er leeft een tijd tussen de dagen
waar wijzers uurwerk echt geen zin

vergeten een vorm van vragen spreken
enkel nog in tegenzin

alchemie een wetenschap,
basiskennis zonder oefening

filosofie een vorm van zelf
gekozen begoocheling

en twijfel

is de adem
van een dichter
ondanks alles

nog altijd
je oudste inboorling

24.4.09

stickerboek.

plaatjes, als ik ze allemaal verzamel,
moet het kloppen, je verhaal.
maar niet vanavond.

vanavond zwijg je weer
kijk ik naar de nummertjes
ken ze ondertussen uit mijn hoofd
draai dan maar
alle dubbels nog eens om
in mijn hoofd.

mijn besluit staat vast. morgen
ga ik bij de buren horen.
veel valt er waarschijnlijk
niet te ruilen. wat ik te bieden heb
is er te over. wat ik zoek
is schaars. naar men zegt
is er maar één exemplaar
van in de hele wereld.

naar men fluistert, heb ik het al in huis
hoe meer ik zoek
hoe minder ik weet waar

ik heb een boek met plaatjes. als ik ze
allemaal verzamel, moet het kloppen.
mijn verhaal.

krant.

"amerikaanse kranten in coma".

hetzelfde nieuws
iedere dag opnieuw: neen, mevrouw, de toestand
is nog niet verbeterd. ik zal eerlijk zijn,
de kans is klein dat hij ooit nog wakker wordt.
persoonlijk geloof ik niet
dat zijn hand vasthouden, liedjes zingen,
hem door elkaar schudden, verhalen voorlezen
of geurkaarsen branden naast zijn bed
daar iets aan zal veranderen.
ik raad u aan om niet te veel te hopen.
u moet verder, of u dat nu wil of niet.
de toestand zal alleen maar verslechteren.
bidden tot god? toch beter niet.
dit is geen kwestie van geloven, dit is
wetenschap. feitelijk is hij al dood
overleden voor hij gestorven is,
hij was ons - om het zo te zeggen -
te snel af. ik begrijp uw verdriet
de wereld draait door
maar dit nieuws verandert niet.

22.4.09

len. te

ik bewaar de woorden in mijn mond.
zolang het winter is zijn ze daar veilig
voor de vorst.
geleerd als ik ben
laat ik me niet verleiden door de eerste lentezon
nog teveel mist in je lach,
's nachts koelt het
veel te rap af
om goed te zijn.
spreken is iets
waar je jaren over moet doen
om te begrijpen
dat wat je zegt
maar één seizoen
de kans krijgt
om voluit te bloeien
schrijf ik en leg
m'n oor te luister
aan je adem
die langzaam warmer wordt
morgen kom ik buiten
een perk vol bloemen
begint met twee sprietjes

"jij en ik"

20.4.09

vrij.

"Op een dag zal ik vrij zijn
toch?" zei ik
met net genoeg stelligheid
om de stelling zelf
overeind te houden.

Sinds gisteren hangt er een bordje
Verboden de werf te betreden
en kan het verval van de gevel
achter de schermen
rustig zijn gang gaan

onder het mom van
er wordt opgeknapt.

dat.

dat. en dat dan
groter willen maken
tegen beter weten in.
dat inzien omdat
en er bij nader inzicht
niets meer over kunnen schrijven
dan dat
is poëzie.