29.7.06

[Poëzie - Angelus] eau revoir

je zet het bord neer aan jouw kant van de tafel, strijkt
een haar weg uit je ogen. een vork links – even rechtleggen met je wijsvinger
een mes rechts. dat ligt goed zo.

het eten pruttelt

je blijft heerlijk rustig onder al die ongedurigheid
het stof neuriet met je mee in het zonlicht, hoe ik ook luister
ik hoor niets. je giet de aardappelen af, vloekt
stoom is heet – dat wist je al, en toch. buiten

slaat een motor af. geen gepiep van remmen. de barst in het glas
zit er al jaren, scheurt nu een beetje verder. millimeterwerk

alles op smaak gebracht met zout en peper. je schuift aan
schept je bord vol, begint te eten, schenkt jezelf een glas water in,
kijkt er even naar: zo in het gebogen glas ziet een mens er toch anders uit

niet?

er zweven minuscule vleesrestjes en aardappelvlokjes door het water.
ik schuif een stoel voor het raam – pas vervangen – en kijk naar buiten.
ik zie hetzelfde

anders


Technorati Tags: , , , , , , ,

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Angelus at 7/29/2006 12:11:39 PM

[Poëzie - Angelus] tastzin

achterstand in je handen, je mist
een dag die nog moet gaan melancholie met een vleugje
verlatingsangst voor je het flesje aanraakt –

elders

(bank -
aan de overkant van de straat dagelijks
een ommegang van honderden mensen
nu zitten daar twee mensen, lezen dezelfde krant
maken naar aanleiding van ( ) een praatje
spiegelen elkaars houding, gaan weg,
huwelijk, kinderen, echtscheiding
in hun kielzog. vanavond zouden ze
elkaar bellen
was het niet voor de regen die het nummer
die middag nog
uit zijn binnenzak wiste
het zal wel toeval heten
dat hij die avond het
nummer van de verzekeringsagente draaide
omdat haar kaartje ook in zijn borstzak stak
liefde na de eerste toon – hoe vals, nooit geweten
wat
verzwijgt een bezettoon?
het -
is nu anders)


open woorden bestaan niet je sluit
je oren met haakjes spreekt met vrouwenstem
stil tegen

niet jou, geen aanwijzing, je eigen

– al op een andere plaats, haal door,

al op een andere plaats

op weg naar je gezicht de vingers krommen
je wacht op de dag dat je vloeibaar wordt

tot het oplost en verdwijnt wat ben je in godsnaam
met een lichaam waar je je geen blijf mee weet


?




Technorati Tags: , , , , , ,

--
Posted by Arne S. to Poëzie - Angelus at 7/29/2006 12:08:06 PM

26.7.06

[Kritiek - Kunst-en Cultuurkritiek] Toen de apen nog niet spraken: de wij-ikjes van de Belgische politiek

De commotie rond de concertreeks 0110 heeft in de voorbije weken verschillende keren het nieuws gehaald. De concerten zouden een regelrechte provocatie zijn aan het adres van het Vlaams Belang. Maar in de marge van dit verhaal speelt zich een ander verhaal af dat niet zozeer veel vertelt over het Vlaams Belang of de organisatoren waaronder Tom Barman, frontman van de rockgroep dEUS de voornaamste is. Vooral de protestbrief van Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger Francis Van den Eynde aan zanger Helmut Lotti toont hoe de hele Belgische politieke wereld verzeild is geraakt in een diepe identiteitscrisis. Wie van onze politici durft het "wij" nog achterwege te laten en te spreken uit eigen naam? Wie komt er uit de ivoren toren die de zogenaamde "kennis van het volk" geworden is? En wie zegt ons nog wat politiek is en wat niet?

Met concerten in Antwerpen, Gent, Brussel en Chartre willen tientallen Belgische artiesten protesteren tegen de opmars van extreemrechts. 0110 Kleur Je Stad moet duidelijk het signaal geven dat zij de deelnemers zich afzetten tegen alles wat ruikt naar racisme en onverdraagzaamheid. Dat is niet naar de zin van het Vlaams Belang. De partij voelt zich geviseerd en zegt dat de concerten enkel tegen hen gericht zijn, een politiek manoeuvre dus. Enkele Vlaams Belang-kopstukken hebben daarom een brief geschreven naar de deelnemende artiesten omdat die niet op de hoogte zouden zijn van het politieke karakter van het evenement.

Het initiatief van Barman en co kreeg meteen de steun van enkele grote namen van het Vlaamse lied en het populaire genre zoals Helmut Lotti en Laura Lynn. Dat was voor heel wat mensen een grote verrassing. Van hun fans wordt gemakshalve verondersteld dat de meesten onder hen een redelijke sympathie koesteren voor het Vlaams Belang. Louter en alleen omdat ze volkse, populaire muziek brengen. Zelfs het Vlaams Belang neemt dat zomaar aan. Met hun optreden zouden Lynn en Lotti (iemand zin om een nieuwe cartoon-reeks te beginnen?) dus een flink aantal fans kunnen schofferen. Bij Het Belang zijn ze daarop in hun pen gekropen om onder andere Lynn en Lotti op dat risico te wijzen.

Open brief van mens tot mens

In de open brief aan Helmut Lotti verbaast VB-volksvertegenwoordige Francis Van den Eynde zich erover dat de Gentse zanger aan 0110 deelneemt. Je kunt de brief van Van den Eynde hier nalezen. Lotti zou als ex-VNJ'er toch moeten weten dat Vlaams Belangers geen koppensnellers, lees: onmenselijke mensen zijn. Het uitspelen van Lotti's verleden als VNJ'er lijkt aanstootgevend en provocerend, maar er is een andere uitspraak van Van den Eynde die m.i. nog frapanter is en die indirect aantoont hoe in ons land het hele politieke spectrum verzuurd is geraakt.

Shakespeare door Shakespeare

Onlangs interviewde theatercriticus Wouter Hillaert Van den Eynde nog over zijn visie op cultuur. Het interview staat in het laatste nummer van Rekto:verso en je kunt het ook nalezen op Urbanmag. Het is een van de beste interviews met VB-ers die in de Vlaamse pers verschenen zijn, zeker als het over de visie van de partij op cultuur gaat. Hillaert stelt kritische vragen en laat Van den Eynde en zijn VB-collega Geert De Jaeger echt aan het woord. Wat ze vertellen, is niet zo nieuw, maar het is bruikbaar voor discussie. Er is sprake van argumenten. Geen batterij holle slogans dus. De VB'ers krijgen een persoonlijker gelaat. Je hoort Van den Eynde spreken, veel meer dan dat iemand losweg het VB-programma afratelt.

Dat interview staat in schril contrast met wat Van den Eynde schrijft in zijn brief aan Lotti. “Er is een tijd geweest, mijnheer Lotti, dat artiesten zich wijselijk slechts zeer gereserveerd ten overstaan van de politiek opstelden", aldus diezelfde Van den Eynde.

Er is een tijd geweest…dat de apen nog niet spraken.

Zou het toevallig zijn dat het net Bob Dylan was die net in 1963 net het nummer The Times They Are A-Changin’ schreef?

Van den Eynde moet vast niet veel hebben van de Beat-poets zoals Allan Ginsberg of - dichter bij huis maar ook al dood en begraven - een Vijftiger zoals Lucebert.

Ik ben benieuwd of Van den Eynde ruim anderhalve eeuw geleden ook een gelijkaardige brief naar Richard Wagner gestuurd zou hebben. Als je politiek geladen kunst moet hebben, dan kan je met Wagner een heel eind verder komen.

Idem bij Shakespeare van wie Van den Eynde in het laatste nummer van Rekto:verso zegt “Ik zou Shakespeare wel eens door Shakespeare willen zien”. Wel meneer Van den Eynde, ik heb nieuws voor u, da’s dus ook behoorlijk politiek.

Er is een tijd geweest dat politiek een zaak was van oude wijze mannen

Het probleem met Van den Eynde is dat hij geen onderscheid maakt tussen een mening hebben over de politiek en politicus zijn. Hij gooit beide zaken netjes op een hoopje onder de noemer “aan politiek doen”. Tja, zo is het makkelijk natuurlijk om te stellen dat iedere vorm van meningsuiting een politieke uitspraak is.

Als je van de hele samenleving bovendien politiek hebt gemaakt, is het ronduit arrogant om te claimen dat alleen politici, lees de verkozen stemmen des volks (nou ja), het recht hebben om hier uitspraken over te doen. Van den Eynde is niet de enige Belgische politicus die zich hieraan bezondigd.

Het is een typische vorm van ivoren-toren-denken. Hoe volks het Vlaams Belang - en met hen heel wat andere politieke partijen - zich ook voordoet, toch positioneren ze zich rigoreus boven datzelfde volk wanneer ze claimen dat zij het beste te weten wat er zich in de maatschappij afspeelt omdat 1. zij de realiteit van het politieke apparaat kennen en 2. zij weten hoe het de maatschappij in elkaar zit, wat de mensen denken, voelen en willen.

In plaats van zo arrogant die wij-snater op te zetten waarmee je tegelijkertijd iedereen de mond snoert, zouden onze politici genoeg lef moeten hebben om voor hun eigen mening uit te komen zonder die te verbergen achter een politieke achtergrond of een maatschappelijke achterban. “Nous copains” van de PS van Van Cau is wat dat betreft even erg als het “wij het volk” van het Belang. Het is ego-tripperij zonder het te durven toegeven.

Er is een tijd geweest dat artiesten hun mond hielden en machines lieten schijten op de samenleving

Als een aantal artiesten een mening heeft en daar volop voor uitkomt, dan moeten we daar fier op zijn. Zeker als ze ervoor uitkomen dat het hún mening is. Het is dan ook bijzonder misplaatst om je als zelfverklaarde volkspartij te verzetten tegen een evenement dat zoveel populaire artiesten en zoveel mensen samenbrengt voor zo’n historisch belangrijk en populair gemeengoed, namelijk verdraagzaamheid. ‘t Is eens wat anders dan een zangfeest van het Algemeen Nederlands Zangverbond.

(Politieke pamfletten in de muziek kunnen in onze contreien zolang het maar gaat over zaken of mensen die niet van bij ons komen. Bush te kakken zetten kan je rustig doen, maar toen een aantal Nederlandse rappers twee jaar geleden Ayaan Hirsi Ali Diss even door het spreekwoordelijke slijk haalden, vlogen ze geheid de gevangenis in. Al had die overdreven reactie ook wel te maken met de toen net gepleegde moord op Theo van Gogh. Cabaretier Theo Maassen maakte toen een vlammende parodie op de verkrampte Nederlandse samenleving en haar ambigue houding tegenover vrije meningsuiting.)

Mensen veranderen

En wat Lotti’s lidmaatschap van het VNJ betreft: bij het Belang hebben ze blijkbaar nog nooit gehoord van de levenswijsheid “mensen veranderen”.

Hoewel, zeg nooit nooit.

And the rest is silence...for now


Technorati Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Kunst-en Cultuurkritiek at 7/26/2006 01:52:36 AM

11.7.06

[Poëzie - Varia] TRY-OUT Pianos Palliatifs - Frederik Croene en Erik Bassier - woensdag 12 juli in Gent

Komt dat zien, komt dat zien. Woensdag 12 juli geven pianist Frederik Croene en acteur Erik Bassier een try-out van hun nieuwe creatie "Pianos Palliatifs".


Pianos Palliatifs is een halfuur durend statement over de toekomst van een afgedankt instrument, een stuk over vergrijzing en de rehabilitatie van bejaarde pianos, vergeten schoonheid.

Waar en wanneer?
Deze performance begint om 19 u in Galerij Link, Blekersdijk 39 in Gent. Het stuk is ook te zien van 20 t.e.m. 23 juli (tijdens de Gentse Feesten dus) in dezelfde Galerij.

Meer info?
Kijk op hier
Kijk op http://www.frederikcroene.com/ onder "projecten".


--
Posted by Arne S. to Poëzie - Varia at 7/10/2006 11:33:07 PM

10.7.06

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: reactie van Bertus Pieters

Link naar het pamflet: Poëzie bestaat niet, een kunstonzinnig spraakgebrek

(eerste reactie)

Tja, het is die aloude vanzelfsprekendheid waarmee men het heeft over "kunst en literatuur". Begrijpen doe ik die scheiding nog steeds niet, en niemand heeft mij er ooit een logische verklaring voor kunnen geven.

Ik geef grif toe dat ik zelf beeld en klank primair acht, simpel omdat die ook begrijpelijk zijn voor analfabeten. Wil je vernuftig of quasi-kwaadwillend zijn, dan kun je altijd nog stellen dat literatuur een vorm van beeldende kunst is. Immers je bent van het kijken afhankelijk en woorden roepen beelden op. In dat geval zou poëzie dan niet minder dan totaaltheater zijn. Immers, die kan naast beelden ook klanken en ritmes oproepen.

Constructiever (of misschien destructiever) gedacht, kun je je ook afvragen of het voor zo'n instituut nog nut heeft die disciplines apart te benoemen, terwijl toch juist veel grenzen vervagen tussen die disciplines. Overigens zie ik dat de filmkunst ook niet genoemd wordt [in het persbericht over de inhuldiging van het IvOK, A.S.]. Of wordt dat nog steeds voor het plebs geacht te zijn?

(tweede reactie)

Mij lijkt dat het in het spraakgebruik scheiden van kunst, literatuur en muziek (want het is niet zelden een driedeling) te maken heeft met de oorspronkelijke handwerkskant van de beeldende kunsten. De combinatie van het fysieke en het ambachtelijke heeft de beeldende kunst vanaf de Middeleeuwen (en wellicht al eerder) apart gesteld van de andere kunsten. Het hakken, beitelen, pigmenten malen en mengen, het prepareren van hout en linnen enz., behoren/behoorden tot de ambachtelijke rituelen van de beeldende kunsten.

Muziek en literatuur zijn van nature in de eerste plaats intellectuele zaken. Het is ook opvallend hoe architectuur, mode en design ook steeds weer in verband gebracht worden met beeldende kunst. Met name design heeft zich daarin steeds een grotere status verworden. De vraag of architectuur tot de beeldende kunsten gerekend mag/moet worden is ook al zo'n eeuwige veenbrand. Een veenbrand die zich heeft uitgebreid naar zaken als mode en design. Begrippen als ambachtelijkheid en intellect staan bij dergelijke discussies steeds centraal, maar ook de onderlinge stilistische invloed.

Terug naar de hoofdzaak is er nog de onderlinge machtsverhouding: het feit dat literatoren uitstekend in staat zijn iets te schrijven over een beeldend kunstwerk en het daarmee ook waarde kunnen geven, geeft hen a.h.w. intellectuele macht over de beeldende kunstenaars, die zich 'slechts' met (stomme) beelden kunnen uiten. Het muziekcomponistendom heeft zich altijd op veilige distantie daarvan bevonden. Immers, zij beheersen een schrift dat door literatoren niet beheerst wordt en dat door velen slechts gehoord kan worden wanneer het door muzikanten uitgevoerd wordt.

Nu zijn de Middeleeuwen al weer ver weg, gilden bestaan niet meer en ook de edelen die wél mochten schrijven omdat dat geen ambachtelijke handarbeid was, zijn zo goed als uitgestorven. Ook de opvattingen over de verschillende kunsten zijn sterk veranderd. Onderhand is wel duidelijk geworden dat termen als beeldende kunst, poëzie, muziek etc. alleen iets zeggen over de manier waarop een kunstwerk tot stand is gekomen. Zeker, materiaal en vorm zijn nog steeds onderdeel van de totaliteit van een kunstwerk en in zoverre is er nogal een verschil tussen bijv. een gedicht en een schilderij. Echter, de primaire intenties van de producten van die verschillende disciplines zijn inwisselbaar. Verder wordt de ambachtelijkheid (van oorsprong een begrip dat sterk werd verbonden met handenarbeid) steeds algemener ook uitgelegd als een geestelijke vaardigheid. En sinds wij weten hoe hersenen functioneren, is het wel duidelijk dat handenarbied niet los gezien kan worden van hersenarbeid.

Ook de grenzen tussen de verschillende disciplines zijn behoorlijk vervaagd, dusdanig dat het benoemen van disciplines ook steeds vager en moeilijker wordt. Wat zijn bijv. audiovisuele kunsten? Mij lijkt toch dat veel podiumkunsten ook behoorlijk audiovisueel zijn. Immers, wie doof of blind is, mist bij een podium toch al gauw de helft.

Het benoemen van verschillende disciplines in de kunsten, om daarmee een idee van compleetheid te geven is daardoor bijna iets onrechtvaardigs geworden. Het zou daarom prettig zijn als het woord 'kunst' werd opgevat als een begrip dat alle benoembare en onbenoembare disciplines der kunsten omvat. Dan blijft alleen nog over, wat je onder kunst moet verstaan. Maar dat is een andere vraag, waarop het antwoord hopelijk voorlopig nog niet defintief gegeven kan worden.

Terugkomend op de opsomming en de verdediging door het Leuvense Instituut, blijkt weer dat een opsomming van disciplines het tegenovergestelde teweegbrengt van wat men kennelijk zou willen: een complete en afdoende omschrijving van alles waarmee men zich bezighouden wil. Dit wordt nog versterkt doordat het Instituut met een air van vanzelfsprekendheid de poëzie onderbrengt bij de poiumkunsten. En dat terwijl we in tijden leven dat het woord allang niet meer slechts leeft dankzij een podium, met name sinds en uitvinding van de drukpers en sinds de alfabetisering. Ook het feit dat architectuur apart genoemd wordt naast de beeldende kunst schept mijns inziens eerder verwarring dan compleetheid.

En tot slot, wanneer men het heeft over kunst en literatuur (en muziek), moet ik toch steeds denken aan het soort geestelijke apartheid dat de Britten tentoonspreiden over hun eigen land t.o.v de ander Europese landen. Koop bijv. in België of Nederland een vogeldeterminatieboek. Grote kans dat het een titel heeft als 'de vogels van Europa' of iets dergelijks. In Engeland heet de vertaling dan 'birds of Britain and Europe'. Het heeft een zelfde soort gevoelsapartheid die term 'kunst, literatuur en muziek' heeft. En het roept ook dezelfde twijfels op, nu een dergelijke onderverdeling meer verwarring dan helderheid schept.

Bertus Pieters
http://villa-la-repubblica.blogspot.com/
http://arneschoenvuur-kritiek-poezie.blogspot.com/2006/07/pozie-bestaat-niet-een-kunstonzinnig.html
http://associatie.kuleuven.be/ivok/

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:50:58 PM

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:50:58 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: reactie van Jan Lauwereyns 2

Dag Arne,

Je antwoord overtuigt me, beter dan je oproep dus, dat je met integere bedoelingen voor de dag komt. (Ik vreesde in eerste instantie een Pfeijffer-achtige poseur, vrees die wellicht ook aangestoken werd door de vermelding van ILP onder de categorie ‘onze beste dichters’.)

Stevens van a tot z lezen is goed, natuurlijk, maar veel werk, en er loert altijd het gevaar van te snel lezen. Als je zo’n citaat kiest, moet het ook waterdicht zijn tegen ‘moedwillige interpretaties’ (zoals de mijne gisteren dus), niet dat er iets fout was met dat gedicht van WS, integendeel, wel blijf ik het raar vinden naast een oproep tot discussie.

Figuren als Barthes en Perloff lijken me vanzelfsprekende vertrekpunten, die laatste heeft natuurlijk gelijk als ze Duchamp onproblematisch als dichter voorstelt, en Broodthaers vertrok toch ook van het in gips gieten van zijn dichtbundeltjes? Sowieso speelt de esthetiek van conceptuele kunst op een vlak dat niet te onderscheiden valt van andere woordkunsten. Kortom, ik kon niet goed volgen tegen wie je zat te fulmineren. Gaat het om een paar kortzichtige academici die een wat eng instituut oprichten? Het is toch goed dat ze zoiets oprichten? Als jij voor iets anders aandacht wilt vragen, doe je dat beter door dingen te laten zien – schrijf dat essay ook werkelijk, dat je vorig jaar eens hebt getracht. En je hebt al een kunstenaarsgenootschap opgericht? Welaan! Dat zie ik graag.

Hou me op de hoogte, ja. Dat waardeer ik. En wie weet, tzt doen we misschien eens iets samen.

Cheers

Jan


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:43:12 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: antwoord op de reactie van Jan Lauwereyns

Dag Jan,

Bedankt voor je reactie.

Kwam hard aan.

Ik heb de gedichten van Stevens gelezen van a tot z, maar met je analyse van de vraag om stilte ben ik het niet eens.

1a. The world must be measured by eye.
Over het oog en de rol van de visuele waarneming in de verkenning van de werkelijkheid kan ik kort zijn. De beperkingen van het blikveld, daar ben ik me goed van bewust. Ik zie ze zelf niet altijd en weet dat het belangrijk is om te beseffen dat werk van anderen me die beperkingen kan laten zien, me kan helpen het blikveld te verruimen.

1b. The world must be measured by "I".
De woordspeling die Stevens gebruikt, duidt op zelfkennis en bescheidenheid. Hij heeft enkel zichzelf om de wereld te ontdekken, zelfs wanneer hij er al die essays, studies en boeken op na slaat. Wat hij wel kan doen is zelf vragen om inlichtingen, om een pad, om een weg, om toelichting. Maar aan het einde van de dag is hij weer enkel en alleen bij zichzelf. Dat "ik", dat egocentrisme is m.i. geen aanmaning tot zwijgen (wie zei ook alweer dat alleen god alles ziet?), maar een aanmoediging om zelfbewust in het leven te staan, bescheiden, maar niet ultra-relativerend.

cf. Sylvia Plath's ich, ich, ich in het gedicht "Daddy"

1c. I vs Eye = Haruki?

2. Visual Neglect
De wereld wordt gemeten door "visual neglect". Wat we niet "zien" (of is het inzien) definieert de grenzen van wat we misschien ons bewustzijn noemen. Jij bent meer thuis in die materie. Maar visual neglect heeft de wereld altijd vormgegeven, kijk naar de mythes over de platte aarde, of de hele mythologie in zijn / haar geheel, kijk naar Columbus, kijk naar de hele hedendaagse kunst, kijk naar de oorlog in Irak. "Visual neglect" is niet bepaald iets waar we trots op moeten zijn, maar het feit dat het aanwezig is, is een uitdaging om het te gaan opzoeken.

3. Is Badiou echt alles wat je hebt kunnen vinden?
Neen, echt niet. Maar hij heeft het zo scherp verwoord en toegepast op een manier die ik nog niet heb teruggevonden. Jij jouw bronnen en inspiratie, ik de mijne. Dat heeft met ons levenstraject te maken, met toeval, met mensen en gebeurtenissen die we ontmoeten, niet met onwil. Door de teksten van Badiou ben ik andere teksten zoals die van Jean Fischer bvb of Foucault, of Adorno anders gaan lezen, ik ben gedichten van Stevens of Alfred Schaffer en Mark Boog gaan herlezen. Ik heb Lucebert opnieuw een stukje herlezen. Misschien is het zien wat je wil zien, maar een ontdekking leidt er vaak toe dat je ziet hoe iets altijd al aanwezig is geweest, maar dat je het nog niet gezien of gehoord hebt.

4. Doe je ding for real...
Hoe echt denk je dat dit is?

5. ... in groepsverband
Samen met vier andere kunstenaars ben ik een project op poten aan het zetten als testcase. Volgend jaar moet het ding er staan. Ik hou je op de hoogte als je wil. Engelengeduld is ruw materiaal. Sluiertip: de illusie van een god op aarde.

6. Homo ludens
Het verkennen is volop aan de gang. Spelenderwijs.

Ik heb geschreven dat mijn tekst een uitnodiging was.Me terecht wijzen met de bemerking dat er al veel over geschreven is, komt wel aan. Vooral omdat ik niet de indruk heb willen wekken dat ik me er niet van bewust ben dat er hoogstwaarschijnlijk mensen zijn die met dit soort zaken bezig zijn.

Mijn oproep is tegelijkertijd een vraag om tips, trajecten, titels, namen, een beetje zoals je met een UV-lamp en luminol bloedsporen speurt naar bloedsporen. Het licht en de samenstelling van het goedje zijn niet verfijnd genoeg, me dunkt. En wie weet zoek ik naar de verkeerde dingen. Who knows. Ik ga er toch vanuit dat de zoektocht leerrijk zal zijn.

7. Einselgänger
Klopt het dat ik je tot einselgänger gebombardeerd heb omdat ik de poëzie als geïsoleerd heb voorgesteld? Had ik niet moeten doen.

8. And the rest is silence.
Je kent ze wel, deze woorden. Ik vind het fantastische woorden. Ze lijken op het eerste gezicht nogal arrogant een stilte af te dwingen, een overwinning van het grote gelijk, het nazinderen van een ultieme terechtwijzing. Maar ruim 500 jaar nadat ze op papier (of een andere drager) zijn verschenen en voor het eerst zijn uitgesproken, is er enkel meer gesproken, heeft die aanduiding van de stilte het gesprek nieuw leven ingeblazen.

De stilte van Stevens is niet hooghartig of zelfgenoegzaam. Ze is verwonderend, angstig en vitalistisch. Stilte is wat we definiëren alszijnde niet-geluid. Het is hetzelfde als met de definitie van onkruid. Zaken die vroeger tot de stilte behoren, zijn nu geluid. Stilte lees ik niet enkel als een auditief begrip. Je hebt visuele stilte, auditieve stilte, mentale stilte, ... Foucault noemde het ergens Unreason: altijd en overal aanwezig, en op het moment dat het zich openbaart, is het alweer teruggedeinsd.

Die stilte is vruchtbaar en niet verpletterend. Het is die stilte die ik proef of ontmoet wanneer ik schrijf, teken, denk, leef. Ze is heerlijk. Ze geeft hoop, ze daagt uit, ze troost.

De stilte waar jij op doelt, is een stilte die bijna onaards is. Ze bestaat m.i. niet. Het is de stilte waarmee mensen in een discussie elkaar de mond willen snoeren en de discussie willen beëindigen, niet beseffend dat daarmee de discussie uitsterft en een vruchtbare ontmoeting misschien niet tot ontplooiing komt. Maar echt alles op deze aardkloot houdt, hoe desolaat ook een evenwicht in voor het leven. De aarde en het leven hier zijn er dankzij en ondanks de schijnbaar mensonvriendelijke kosmos rondom ons.

Het leven is tegenspraak.

Ik zal dus stiller en voorzichtiger spreken.

Blijvend naar je luisteren. Jouw werk, jouw tips, jouw raad en die van anderen koesteren.

Anders gezegd: mag ik even met je meelopen en onderweg ons gesprek verderzetten?

Dank je wel.

Arne

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:41:50 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: reactie van Jan Lauwereyns

It was when I said,
‘Words are not forms of a single word.
In the sum of the parts, there are only the parts.
The world must be measured by eye’


“On the Road Home”
uit: Parts of a World van Wallace Stevens

Na de oogmeting volgt er een ; in het gedicht van Wallace Stevens, geen knipoog uit het e-tijdperk, maar een nette aanduiding dat er nog iets volgt – twee stanza’s, waarvan de laatste:

It was at that time, that the silence was largest
And longest, the night was roundest,
The fragrance of the autumn warmest,
Closest and strongest.


Niet meteen wat je bij een oproep tot discussie zou willen zien. Ofwel had Arne Schoenvuur het gedicht maar voor de helft gelezen, toen hij het dure citaat bij zijn rondzendbrief voegde, ofwel hebben we hier te maken met een boodschap op hoger niveau – Schoenvuur zegt wel dat hij een aanzet tot discussie wil geven, maar in feite verwacht hij (eerder cynisch) de grootst mogelijk stilte als antwoord, en kijkt hij genoeglijk uit naar de ronde, warme herfstnacht van zijn onbetwist gelijk.

Nu zie ik mij dus (uitgeroepen tot einzelgänger) verplicht om toch een (weliswaar gespleten) antwoord te geven. In geval A, het geval van de maar voor de helft lezende Schoenvuur, zal ik de aspirant-poëzielezer schoolmeesterachtig op de vingers tikken, en stellen dat wie een pleidooi voor poëzie wil houden, er goed aan doet die poëzie grondig te lezen. In geval B, het geval van de halfslachtige oproep tot discussie door een beterwetende Schoenvuur, zal ik volhouden dat die discussie nooit niet heeft bestaan, en dat het een beetje flauw is, makkelijk, lui, om zichzelf als pionier voor te stellen wanneer alle voorgangers simpelweg geen blik wordt gegund. The world must be measured by eye, niet by visual neglect. Had die Schoenvuur Stevens maar gelezen.

Als Schoenvuur bovendien op een gebrek aan reactie anticipeert, lijkt me dat op het randje van het manipulatieve, een gooi naar heerschappij op basis van het principe dat zwijgen toestemmen weze. Tegen zo’n Schoenvuur zou ik zeggen, laat je cynisme varen, doe het for real, in groepsverband, institutioneel of anderszins, maar kijk ook vooral uit naar wat er al is, naar aanknopingspunten, studies, essays, waarin gelijkenissen en verschillen tussen vormen van kennen en denken – religieus, kunstzinnig, wetenschappelijk – reeds verkend en besproken worden, met of zonder poëzie als vertrekpunt. Badiou, prima, maar is dat echt alles wat je vindt?

Jan Lauwereyns


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:40:25 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: Antwoord op de reactie van Yves Knockaert

Geachte heer Knockaert,

Ik ben blij dat het instituut belangstelling hecht aan dit veld. Maar dit neemt niet weg dat de poëzieproductie en het schrijversschap van dichters/romanciers als dusdanig nog niet professioneel begeleid worden.

Noem het muggenziften, maar om dit onder te brengen bij podiumkunsten vind ik misleidend. Het performance-aspect is slechts één van de aspecten van de taalkunst. Ook hoop ik dat het kunstenveld specifiek onderzoek naar poëzie en taalkunst in het algemeen meer bij haar bestaande activiteiten betrekt.

Mijn vraag / oproep was (behalve aan het instituut, de overheid en collega-dichters) ook gericht aan de literatuurwetenschappers om zich meer met de kunstwetenschap in te laten. Het is een vraag om een gesprek te genereren, een vraag ook om informatie te verzamelen, om bij te leren. Het moeilijke is dat heel wat onder hen al met kunst bezig zijn, maar hoe wordt er over literatuur als kunstobject/evenement nagedacht? Hoe verhoudt ze zich t.o.v. de andere kunstvormen de dag van vandaag?

Begrijp me niet verkeerd, ik ben het Instituut ten zeerste toegenegen. Ik hoop dan ook dat het een basis mag vormen voor een unieke denk- en werktank dat ons kunstenveld bijzonder uitvoerig kan voeden de komende jaren.

met vriendelijke groet en dank voor uw reactie

Arne S.

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:36:05 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: Het antwoord van Yves Knockaert

Aan de Heer H. Couvreur
YK-HC-06.012

2006-05-10

Poëzie en literatuurwetenschap

Geachte Heer Couvreur,

Uw brief per e-mail ‘Onze toekomst?’ van 9 mei 2006 hebben wij in goede orde ontvangen en met veel belangstelling gelezen.

In de lijst van de opgesomde kunstdisciplines, door u geciteerd, staat ‘Podiumkunsten’ vermeld. Dit is een opleiding aan het Lemmensinstituut te Leuven, het Departement Muziek, Podiumkunsten en Onderwijs van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst, lid van de Associatie K.U.Leuven. De opleiding Podiumkunsten is niet zozeer naar toneel gericht, maar net naar Woord. Dit betekent dat een grote nadruk gelegd wordt op poëzie, voordracht en producties waarin poëzie centraal staat.

In tweede instantie wil ik antwoorden dat er reeds verschillende onderzoeksprojecten lopende zijn, in het kader van het Onderzoeksplatform Kunsten (de voorbereidende fase sinds 2002 van het Instituut voor Onderzoek in de Kunsten). In deze onderzoeksprojecten zijn zowel Podiumkunsten van het Lemmensinstituut als Literatuurwetenschap van de K.U.Leuven betrokken. Specifiek zou ik één onderzoeksproject willen opnoemen dat uitgaat van het Lied in de Duitse romantische periode, met de poëzie die Robert Schumann gebruikt heeft voor zijn Lieder als centraal onderzoeksgebied.

Het is dus zeer zeker zo dat én poëzie én literatuurwetenschap een volwaardige plaats krijgen binnen het IvOK.

Ik zou het op prijs stellen dat u de bestemmelingen van uw e-mail bericht ‘Onze toekomst?’ hiervan op de hoogte zou brengen, alsook dat u ervan melding van zou maken op uw website, zodanig dat er geen verkeerde informatie over het IvOK verspreid wordt.

Voor bijkomende informatie ben ik steeds beschikbaar.

Hoogachtend,

Yves Knockaert
Directeur IvOK
Instituut voor Onderzoek in de Kunsten
Associatie K.U.Leuven


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:34:40 PM

[Kritiek - Poëziekritiek] POËZIE BESTAAT NIET: EEN KUNSTONZINNIG SPRAAKGEBREK 1.

In mei schreef ik volgend pamflet naar aanleiding van de oprichting van het IvOK. Voorlopig heeft de redactie al enkele reacties verzameld waaronder die van de directeur van het Onderzoeksinstituut en dichter Jan Lauwereyns. De reacties die op mijn oude weblog gepost werden, zullen hier ook verschijnen.

Wat denken jullie hiervan? Post je reactie of e-mail naar redactie@rektoverso.be. Dit artikel en de andere teksten uit rektoverso vind je vanaf nu integraal op Urbanmag.

Arne.

OPINIE

Op 3 mei 2006 werd het Instituut voor Onderzoek in de Kunsten
opgericht. Het IvOK verenigt de kunstdepartementen van de hogescholen
van de Associatie K.U.Leuven met de relevante onderzoeksgroepen binnen
de universiteit. Het inspireerde de dichter Arne Schoenvuur (pseudoniem
van Hannes Couvreur) tot een Open Brief, waarop directeur Yves
Knockaert wilde reageren. Ook de dichter en wetenschapper Jan
Lauwereyns spreekt zich over de zaak uit. Rekto:verso volgt de zaak op,
en verzamelt graag uw reacties op redactie@rektoverso.be.


Op woensdag 3 mei 2006 werd in Leuven het Instituut voor het Onderzoek in de Kunsten plechtig ingehuldigd. (associatie.kuleuven.be/ivok/oprichting.htm). Een heuglijke dag, want het instituut is een bijzonder lovenswaardig initiatief. Alles in orde dus, ware het niet dat er een grote afwezige is in het hele gebeuren, met name de literatuur. Op de website van het IvOK staat dat het instituut een conglomeraat is voor onderzoek naar alle kunstdisciplines, zijnde ‘beeldende kunsten, audiovisuele kunst en productdesign, muziek en podiumkunsten, architectuur en binnenhuisarchitectuur’. Het is daarnaast ook de bedoeling om de academisering van het Hoger Kunstonderwijs te verbeteren. Dat is, ondanks al die mooie intenties, toch bedroevend. Want waar is de dichtkunst? Waar is de taalkunst? Waar zijn de reflecties op die kunstvorm die een belangrijk aspect van ons denken hanteert, de ‘materie’ van ons spreken, de taal? Nergens.


POËZIE IS KU(NS)T?

Hoe dat komt? Binnen de kunsten bekleedt de poëzie een schizofrene positie. Poëzie is kunst, maar toch is er in onze contreien geen ziel die het in zijn of haar hoofd haalt om de kunstwetenschappelijke methodiek te hanteren om poëzie te benaderen: niemand betrekt poëzie echt serieus in een breder artistiek onderzoek. Ook over de dialoog tussen een gedicht en een kunstobject of over de evenwaardigheid van de twee wordt eigenlijk nooit voldoende nagedacht. Beschikken poëzie en kritiek over het discours of de nodige knowhow om op een overtuigende manier de poëzie in het kunstenveld te positioneren? Dat is mijn vraag.
De Franse filosoof Alain Badiou is een van de mensen bij wie ik ondertussen een aanknopingspunt gevonden heb. In zijn boekje Petit Manuel d’Inesthétique gaat Badiou op zoek naar een nieuwe kunstfilosofische benadering die overeenkomstig is met de Zeitgeist, én interessant voor ALLE kunstvormen. Zelf beschik ik niet over de nodige middelen, de tijd en de ervaring om alles te duiden. Er zijn vast meerdere hedendaagse werken als die van Badiou, meerdere hedendaagse critici, wetenschappers, kunstenaars of filosofen die een dergelijke poging ondernomen hebben. Wie zijn ze? Waar zijn ze? Zwijgen ze? Ik weet het niet. Vandaar dat ik mij tot jullie richt.

ILLUSIES VAN EEN HYPOCHONDER?

Nu de oprichting van het kunsteninstituut een feit is, hoeft mijn stelling nauwelijks nog betoog, lijkt het. Symptomatisch voor het gebrek aan erkenning en kennis van de literatuur in het academische kunstenveld was bijvoorbeeld al te zien tijdens Itinera, een Gents colloquium in 2002 over de toekomstwegen van de kunst. In de teksten die een neerslag vormen van het colloquium wordt over de literatuur nauwelijks gerept. Roland Jooris, dichter en toenmalig conservator van het Raveelmuseum, hield ter gelegenheid van het academische samenzijn wel een slap-romantisch betoogje over de relatie tussen schilderijen en poëzie. Ik heb respect voor Jooris als dichter en conservator, maar deze tekst was echt te belachelijk voor … jawel, woorden. De zwarte vlek die Itinera was, dreigt nu nog maar eens bestendigd te worden met het nieuwe instituut.
Dramatiseren heeft geen zin, daar ben ik me van bewust. Maar hoezeer ik de kunst genegen ben, toch kan ik het niet laten om enigszins honend te doen over de grootse plannen van het instituut. Waarom? Omdat ik weet hoezeer alle kunstenaars uit de door het IvOK ‘erkende’ disciplines met literatuur bezig zijn. Kunstenaars lezen de werkelijkheid, en hertalen of be-talen die. Ze ontdekken concepten niet enkel in beelden of muziek, maar vooral ook in de taal, in de communicatie en in de literaire kunst. En wat wordt er gedaan aan de studie van die kunst? Veel, maar dan bij de vakgroepen literatuurwetenschap en NIET in het kunsteninstituut. Kunst- en literatuurwetenschap, het schisma blijft onverbiddelijk overeind.

LITERATUUR IS VOOR DOE-HET-ZELVERS

En daarmee zijn we aan de andere kant van het verhaal aanbeland. Want waarom zwijgen de literatuurtheoretici? Waar zijn die academici? En waarom vindt iedereen het normaal dat er geen kunstenopleiding is waarmee je kunstenaar in de taal kunt worden? Ach ja, de Rietveldacademie doet een schuchtere poging, en dat is beter dan niets. Ook veel amateurclubs en -opleidingen proberen de leemte op te vullen, maar literatoren, dichters zijn in de eerste plaats autodidacten. De romantiek van de zolderkamer blijft hardnekkig woekeren. We zijn er ons niet van bewust, we denken dat we professioneel bezig zijn, maar zijn we dat wel?
Natuurlijk zijn er heel wat dichters die op een gestructureerde en artistiek doorleefde manier werken. Het valt overigens op dat heel wat van onze betere Vlaamse en Nederlandse dichters een behoorlijk stevig academisch diploma en/of een flinke dosis academische ervaring op zak hebben: Jan Lauwereyns, Geert Buelens, Stefan Hertmans, Erik Spinoy, Nachoem M. Wijnberg, Alfred Schaffer, Piet Gerbrandy, Ilja Leonard Pfeijffer … (met excuses aan het hele legertje dat ik vergeet). Even velen onder hen hebben dat diploma niet – het diploma maakt de dichter niet. Iemand een student op overschot om een correlatie te zoeken? Bij de slammers (poppie-podiumdichters) ligt de verhouding misschien ietwat anders. Ook daar zijn interessante correlaties te ontdekken.
Natuurlijk zijn dichters kunstenaars, natuurlijk creëren zij kunst. Die kunst is er, ondanks het gebrek aan een structuur voor een artistieke opleiding én zonder een erkende situering van de poëzie in het kunstenveld. Het is zo’n beetje als met warm water. Dat was ook al warm voor iemand het ‘warm’ noemde. Of net niet? Maar waar zanik ik nu over? Het gaat toch goed met die literaire kunst, want zo geïsoleerd lijkt ze helemaal niet. Literaire tijdschriften als DWB of De Brakke Hond slaan hun pagina’s regelmatig open voor beeldende kunst. Er zijn evenementen waar beeldende kunsten, podiumkunst, muziek en poëzie met elkaar verweven worden. Dus waarom malen?
Omdat het te verleidelijk is om in die val te trappen. Daarom dit: de Nederlandstalige poëzie is een artistieke nul. Geen geval van nultolerantie, maar een bewuste provocatie. Is het niet tijd dat de poëzie ophoudt met zelfzuchtig te zeggen dat haar werk het beste antwoord is op al die vragen? Want spreekt dat werk nog? Spreekt dat werk wel vanzelf? Is de stem van een artistiek werk niet deels of geheel de echo/de lezing die gedragen/geproduceerd wordt in de maatschappij? Moet aan dat echoën en de bewustwording ervan niet dringend wat gesleuteld worden?

LA PAROLE POESIE

Poëzie moet opnieuw haar plaats verwerven in het maatschappelijke gesprek. Wat er over en door de poëzie gezegd wordt, is relevant voor de samenleving. Badiou is daar een perfect voorbeeld van. Zijn visie, zijn benadering slaagt erin om aan de hand van twee gedichten (één van een Arabische dichter en één van Mallarmé) een hele filosofische visie op te bouwen en die aan de maatschappelijke realiteit te toetsen. Met die ‘gedateerde’ gedichten zorgt Badiou voor verhelderende inzichten in de huidige samenleving, in maatschappelijke systemen die hij zonder de concepten uit die gedichten misschien niet zo scherp had kunnen benoemen.

Er is – met alle stadsdichtersoaps in het achterhoofd – bijzonder veel geëmmerd over hoe de poëzie weer bij ‘de mensen’ moest komen. Net zoals er trouwens heel wat te doen is geweest over hoe de hedendaagse kunst in het algemeen al dan niet te elitair is geworden. Maar die populistische val miskent het probleem, want door dichter bij de mensen te komen, id est door verstaanbare en simpele teksten te schrijven, wordt poëzie niet meteen maatschappelijk relevant. Een tekst die moeilijk is kun je best maatschappelijk verstaanbaar maken. Dat hoeft die poëzie niet te doen. Poëzie wordt maatschappelijk relevant als je er als kritiek in slaagt om de poëzie te duiden als ‘dichter bij de menselijkheid’. Daarmee is meteen ook duidelijk wat een goed gedicht kenmerkt, namelijk dat het de menselijkheid op de huid gaat zitten.

AI, THERE’S THE RUB …

Mijn vragen en verzoeken over dit probleem gaan verschillende richtingen uit:
1. Aan de ‘klassieke’ kunstwetenschappers: breng alstublieft het literatuuronderzoek meer in jullie midden.
2. Aan de literatuurwetenschappers: ga alstublieft te midden van de kunstwetenschap staan, spreek meer en nadrukkelijker over de literatuur als een kunstvorm.
3. Aan de filosofen/kunstfilosofen/critici: behandel poëzie alstublieft als een kunstvorm te midden van het hele kunstenveld. Bekijk de poëzie als filosofisch en maatschappelijk interessante kunstvorm.
4. Aan de dichters: doe zo voort alstublieft, maar ga vooral verder. Voel je niet te goed om je te willen positioneren. Het mag, wat Bourdieu over positionering ook geschreven heeft.
5. Aan de overheid: zorg voor een integratie van de literaire artistieke opleiding in het kunstentraject.

Deze tekst wil een aanzet zijn om wat misschien al besproken wordt meer naar buiten te brengen en om de alertheid rond de manier waarop we het kunstenveld structureren te vergroten. Om onze kunst, onze filosofie en onze artistiek geïnspireerde maatschappelijke reflectie te stimuleren. Om onze dialoog te voeden en … om de literatuur en in het bijzonder de poëzie te herontdekken als artistiek volwaardige kunstvorm. Het woord is aan u.

‘It was when I said,“Words are not forms of a single word.
In the sum of the parts, there are only the parts.
The world must be measured by eye”

Openingsverzen van ‘On the Road Home’
Uit: Parts of a World van Wallace Stevens

--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/10/2006 01:31:55 PM

8.7.06

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: Onding an sich

Anonymous said...
Goed dan. (Instabiel op 4 poten staan is trouwens best moeilijk hoor.)

“Je kunt zeggen: met het benoemen van een ding is er nog niets gedaan. Het heeft ook geen naam, behalve in het [taal]spel.” (§ 49 van Wittgensteins filosofische onderzoekingen.)
Dus als je vraagt naar mijn naam vraag je naar een voorwerp. (Denk ik, ben er nog maar pas in beginnen lezen in dat onding van een boek. Is dus ook niet met voorbedachten rade gedaan, voor je dat denkt, ‘k vind het opeens toepasselijk, dat is alles).
“Dat was ook wat Frege bedoelde toen hij zei dat een woord slechts betekenis heeft binnen het zinsverband.” (vervolg van dezelfde §) En zie ook nog § 50 en 51 maar die typ ik niet over.

Concreet: het is je niet om een naam te doen, daarmee weet je niets. Tenzij:

§ 31: “We kunnen ons toch ook indenken dat de gevraagde antwoordt: ‘Bepaal de benaming zelf maar’ – en nu moet degene die de vraag gesteld heeft, alles zelf bedenken.”

Dus terug: wat wil je dat ik ben? Waarom hecht je belang aan wat ik schrijf of vraag en aan wie ik ben? Dit zegt namelijk iets over jou: WAT? Wat heb ik bij jou teweeg gebracht (behalve dan gigantische nieuwsgierigheid)? Toegegeven dat ik in een opwelling die “wie ben je schreef” en niet eens zo’n open en oprechte antwoorden verwachtte, wat wil je nog van mij? Is het omdat ik je ego streelde?Jij bent zó gulzig: jij craved ook for new experiences. Wat moet dit betekenen voor jou? Wees gerust, ik ben geen stalker, maar ga jij mij stalken?

ps: wie is de "iemand" die gezegd heeft dat het klopt?
en nog eens ps: waar is die ene ps naartoe?

6:56 PM

Eerst even iets rechtzetten, op twee of vier poten, maakt niet uit. De indeling bij poëziekritiek heeft grotendeels met de praktische organisatie van deze weblog te maken. De eerste tekst die ik schreef in deze dialoog, ging bovendien hoofdzakelijk over poëzie en poëtica. Naderhand zou de dialoog een andere wending nemen. Het is technisch gezien nogal wat prutswerk om snel een nieuwe categorie te maken.

De namen maken de dingen niet
Taal is afspreken, leeft enkel bij de gratie van overeenkomst. Wij komen met elkaar overeen dat "tafel" verwijst naar dat ding op vier poten dat meestal een centrale plaats inneemt in de eetruimte. Geen overeenkomst, geen taal. Taal is macht, is politiek. Wie legt wie betekenissen op? Wiens discours overheerst het maatschappijbeeld en beïnvloedt de interpretatie van de werkelijkheid door onze gedachten en in taal?
Er is geen directe relatie tussen het woord en datgene waar het naar verwijst in de werkelijkheid. Een woord verwijst via een concept, naar een dat ding in de werkelijkheid. Wij zeggen "stoel" tegen een stoel en de Fransen zeggen "chaise". Wij benoemen en onderscheiden, geven op die manier betekenis. A betekent niets zonder B, zonder C, zonder D, zonder...

Als ik spreek, dan hoeft een ander mij niet te verstaan. Maar spreek doe je altijd in de veronderstelling dat er iemand is die jou begrijpt. En als er niemand is die jou begrijpt, dan toch jij die je gedachten aanhoort en jezelf hoort spreken. Ga je brabbelen, dan doe je dat bewust, tenzij je aan een vorm van afasie leidt of stoned bent.

E-mail zonder attachment
Poëzie breekt met de afspraken van de taal van de lezer en deels ook met die van de dichter. Ze stelt haar eigen regels op. Dichter en taal bakenen in de poëzie een vacuüm af, waar de taal het taalspel geleidelijk aan de speler ontneemt en erop los speelt, al is die ontkoppeling nooit absoluut. We hebben op talloze manieren geprobeerd om de taal los te koppelen van de mens. Computers en roesmiddelen hebben ons teksten geschreven of laten schrijven die niet beïnvloed waren door een menselijk bewustzijn. Helemaal ontkoppeld waren die teksten niet, want de computers zijn menselijke machines of machines gemaakt door machines die door mensen gemaakt zijn. En de roes die deint toch op menselijke impulsen?

Poolmeetkunde
De dichter als magiër? De dichter als mysticus? Het zijn metaforen die duiden op het verlangen om de dichter los te maken van zijn rol als taalinstructor. Hopeloos. Net zoals de alchemie. Niet vruchteloos. Het verlangen om van lood goud te maken leidt tot de ontdekking van prachtige zinloze en zinvolle andere zaken. Wij zijn rechten, allemaal evenwijdig, op zoek naar onze snijpunten op oneindig.

God, verdomme
Uiteindelijk zal de dichter het taalspel wel moeten loslaten wanneer hij zijn teksten presenteert aan de lezer. Dan pas wordt duidelijk hoeveel verborgen kamers de architectuur van de literaire ruimte in het gedicht gecreëerd heeft, of er genoeg zonlicht door de ramen valt, of de nutsvoorzieningen werken (of net niet), hoe de doorloop is en of het je wat oplevert als je lekker gaat verdwalen.

Het gedicht is een voorbeeld van de taal als ding of verzameling van dingen. Woorden verwijzen door hun aanwezigheid naar zichzelf. Ze zijn geopperd of geschreven, ooit, ergens. Iemand die aan het einde van zijn leven zegt: “Ik heb gesproken” vat met andere woorden zijn hele talige geschiedenis samen in een prachtige tautologie.

Het pars pro toto avant tout
Een gedicht benadrukt die zelfreferentie en laat je even voelen hoe bevreemdend die taal wel is zo zonder de directe werkelijkheid. Taal kan even een momentum scheppen van taal in een vacuüm. Vergelijk het met kijken naar het mechaniekje van een horloge zonder dat je ziet of weet dat het om een horloge gaat. Die radertjes hebben elkaar en doen het met elkaar, maar het hoe of het waarom begrijp je nog niet. Dat doet er even niet toe. Misschien is dat wel sublieme schoonheid, wanneer je de elementaire deeltjes ontdekt van de wonderlijke mechaniek die de werkelijkheid is. Je ziet ze bewegen, maar je weet niet hoe ze functioneren. Je ziet het geheel niet, maar dat hoeft ook niet. Wetenschap is poëzie en vice versa. Goethe had het ook al gezien.

Het blad papier, de letters en je gedachten. Daar moet je het bij het lezen van een gedicht mee doen. Nadat je het gelezen hebt, begin je die gedichten toch weer tegen de werkelijkheid af te spiegelen. Er is een reden waarom mensen zo’n fenomenale bruggenbouwers zijn. En de overkant van onze levensbrug ligt, jawel, op oneindig.

Intermezzo
Poëzie is holle woorden waarin de echo van de stilte klinkt.

Brugpensioen
Poëzie is een plaats waar de snijpunten op oneindig ons tegemoet treden. Waar alles het ene moment logisch lijkt, laat een gedicht zien hoe al die evenwijdige rechten elkaar hier en daar toch al kruisen of gekruist hebben. Of omgekeerd, als dingen elkaar in de weg lijken te zitten, zijn ze misschien toch gelijk aan elkaar, op zoek naar eenzelfde of een gelijkaardig doel.

Hoe bereikt poëzie dat? Door andere namen te verzinnen? Gedeeltelijk. Voornamelijk door de zaken anders te benoemen. “De tafel is een mens. De mens is een stoel.” Daar heb je het al. Poëzie? Neen, want poëzie maakt die dingen aannemelijk. Daarmee heb ik niet gezegd dat poëzie een excuus is om onnozeliteiten te presenteren als waarheid. Het poëtische mechaniekje moet kloppen, ook al draait het zichzelf stelselmatig in de soep. Je moet onder het mom van een gedicht geen rommel presenteren als een subliem mechaniekje, tenzij jouw beetje rommel haarscherp toont hoe rommelachtig die hele mechaniek hier op aarde in elkaar steekt.

Eigen namen en oneigen namen
Stel, je hebt een beeld in je hoofd en je wilt het communiceren. Wat doe je? Je omschrijft het, of je tekent het. Met een naam alleen kom je er niet. Tenzij het een bekend beeld is, maar dat is het niet. Pas als je het beeld presenteert, kun je het een naam geven waarmee je naar dat beeld kunt verwijzen. Sneu voor de taal.

Zou het kunnen dat poëzie daar een regelrechte middelvinger naar opsteekt? Nou ja, intellectuele baldadigheid kan je het niet noemen, maar poëzie lijkt dat wel te doen. Een dichter benoemt een aantal dingen die we wel zien, voelen of horen, maar die we nog nooit op die manier hadden gezien, gevoeld of gehoord. De naam waarmee hij in de vorm van een gedicht naar een deeltje van de werkelijkheid verwijst, lijkt vaak uit het niets te komen.

Het gedicht wijst, naar zichzelf en naar de werkelijkheid en is meteen een naam. Als het naar zichzelf verwijst is het zijn eigennaam, maar het geeft een eigen naam aan het stukje werkelijkheid waar het naar verwijst. Kut, wat kan taal moeilijk doen.

Stel, er is een gemaskerd bal. En er zijn tweehonderd gasten. Eén van de aanwezigen is iemand die ik ken, maar ik weet het niet zeker. Er is enkel een sterk vermoeden. -- U hebt het goed gelezen, het beeld dat zich hier ontspint, is een scène uit Eyes Wide Shut -- Er is een vluchtige ontmoeting. Ze verdwijnt in de massa.

Nu zit zij twee keren in mijn hoofd. Zij, zoals ik haar ken en waarvan ik vermoed dat zij het is die ik zopas ontmoet heb. En zij zoals ik haar ontmoet heb, maar van wie ik de naam niet ken, maar waarvan ik vermoed dat ik haar ken. Het is vreemd, er is een afstand tussen die twee die er – had ik geweten wat de kijker/lezer/jullie – weten, dan was die afstand er nooit geweest. Maar toch is ze er.

Daar is poëzie.
Daar is onontgonnen ruimte van leven.

Oneigen naam.
Onding an sich.

(Tijd voor gedichten dus)


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 7/08/2006 02:35:37 AM