4.10.08

wesp. muur. man.

als een wesp. een lijfje razernij met een hoofd vol splijtstof dat voortdurend op ontploffen staat. het is niet mijn kwestie om het evenwicht te bewaren. alles zint me tot bewijs van het tegendeel. laat iedere dag vredevol zijn. laat ik niemand tegenkomen die me dwarsboomt. wat is daar nu zo moeilijk aan? geen tijd voor rust. bij de eerste tegenslag beginnen neuronen tegen elkaar op te bieden en voor ik het weet werp ik mijn angel in de strijd. ik steek. de wereld vergaat. dit is het einde. van mijn verhaal.

als een muur. de impact is niet aan mij besteed. het water dat me afloopt laat me koud. de hagel slaat zich te pletter en het zonlicht dringt nauwelijks tot me door. wat zou het nu je hier staat te schoppen en te slaan. ik draag het huis, het dak van mijn gedachten. van wankelen kan geen sprake zijn. ik ben hier niet voor jou en zal hier nooit voor jou zijn. ik ben hier voor het dak en het huis.

als een man. voortdurend in beweging en toch tastbaar. die van geen wijken wil weten, aan je zijde blijft staan, die je stoten ontwijkt, ze afremt in hun vlucht en je even uit balans brengt door je over je steunvoet heen te duwen nu je valt heb ik je gevangen. geen paniek. geen nood. wij zijn er allebei. aan elkaar. gewaagd. en uit vrije wil.

0 Jij krijgt het laatste woord.: