5.3.11

Jakobs Himmliches Blut (Anselm Kiefer)



















wie zou hen moeten tellen
en na weloverwogen gevoel voor perspectief
een oordeel vellen
over wat gemist en aangegeven
dient te worden?

waar vertrekt dit van en waar
leidt dit toe
als het niet eenvoud is?

zou jij ook zo graag
zeggen: het is een beeld
een schilderij en verder niets?

en kijk jij ook de wereld aan
alsof er iets naar je toe komt?

(terwijl ik dit schrijf in het museum
komt een vrouw naar me toe
en vraagt voorzichtig:
"u bent niet toevallig
de kunstenaar?")

0 Jij krijgt het laatste woord.: