21.6.06

[Kritiek - Poëziekritiek] Wie ik ben: (3) zwemmertje zwem

Zwemmertje zwem

Maar ik dwaal af. Eigen aan b-engelen. Leraren Nederlands dus. Eén lerares heeft me aangespoord om mijn talen niet te laten vallen. Op dat ogenblik heb ik gedacht: goed, misschien moet ik echt eens kiezen voor datgene waar ik altijd goed in geweest ben. En gelukkig maar dat ik dat gedaan heb.

Uiteindelijk ben ik Germaanse Filologie gaan studeren. Vrije keuze? Nou ja. Alle andere infodagen (burgerlijk ingenieur, bio-ingenieur, handelsingenieur, politieke wetenschappen, communicatiewetenschappen) hadden me niet bepaald weten te overtuigen. En voor theater of kunstwetenschappen voelde ik me niet in de wieg gelegd. En filosofie? Dat kon ik later wel leren. Wat moet je daar ook mee, dacht ik toen. Ik liep een laatstejaarsstudent tegen het lijf die me vertelde welke keuzevakken hij had in zijn laatste jaar en ik was verkocht. Dat wilde ik doen: taal leren, boeken lezen, wat cultuur opdoen en me gaandeweg een eigen weg zoeken. Twee jaar later mochten we maar half zoveel keuzevakken meer kiezen. Sneu.

Uiteindelijk ging het bijzonder vlotjes allemaal. Een jaartje Nederland was mooi meegenomen en die scriptie was ook een fijne onderneming. Een hele fijne zelfs. Want het is pas door die scriptie dat ik mijn eigen visie over kunst begon vorm te geven. De gesprekken met mijn promotor Yves T’Sjoen zijn bijzonder waardevol geweest. Ik had iemand die me het gevoel gaf dat we aan het praten waren over kunst en over literatuur in plaats van dat hij of iemand anders me aan het doceren was.

Ik voelde me goed met die kunst in de buurt. Ik voelde me nog beter wanneer ik erover kon nadenken en spreken. Na mijn studie heb ik even getwijfeld of ik behoudsmedewerker actuele kunst of journalistiek wilde doen. Voor dat eerste moest je veeleer uit de richtingen archeologie komen of kunstwetenschappen, maar ik had op mijn sollicitatiegesprek aangevoerd dat kritiek het belangrijkste en nog steeds meest onderschatte bewaringsinstrument was. Uiteindelijk heb ik nogal pragmatisch de knoop doorgehakt en ben ik een jaartje journalistiek gaan doen.

Daar bleek al snel dat ik voor de kleine stukken niet in de weggelegd was. Ik ben ook niet feitelijk genoeg, niet nuchter genoeg, te veel eigengereidheid die ik niet in toom kan houden. Toch niet voor een beginnend journalist. En – niet onbelangrijk – mijn stijl was nog niet je-dattum. Allemaal dingen waar aan gewerkt kon worden, maar ik koos, alweer vrij impulsief, een stageplaats op de radio. Daar reed ik me al snel vast, want ik had geen stemattest. Desondanks ben ik er ruim een jaar blijven werken en heb ik er bijzonder veel geleerd.

Maar niet genoeg. In die periode heb ik twee keer kunnen deelnemen aan een workshop kunst- en cultuurkritiek en voor het eerst voelde ik me thuis. Acht jongeren die over kunst discussiëren en een bevallige oudere dame die ons subtiel laat kennismaken met onze eigen tekortkomingen én ons erover heen helpt. Anna Tilroe is en blijft een godsgeschenk. Voor mij toch.

Dankzij haar masterclass en onze gesprekken heb ik me dikwijls erg confronterende vragen gesteld, maar ze heeft me zoveel levenswijsheid leren kennen én de kracht van de autodidact. Bevestiging. Alweer. Altijd. Anna Tilroe heeft geen kunstopleiding genoten, maar ze is toch maar mooi geworden wie ze is: een prachtig mens.


--
Posted by Arne S. to Kritiek - Poëziekritiek at 6/21/2006 07:34:15 AM

1 Jij krijgt het laatste woord.:

Anoniem zei

arne, ik kom hier bij toeval
mooie dingen schrijf je
je treurt niet om wat onvermijdelijk is je leeft
je taal , luid sprekend
dit is mooi te lezen

lieve groet
annemieke steenbergen
www.annemiekes.punt.nl