9.9.21

Zwaartekracht


Lang voor we boven water kwamen

Was alles donker.

En omdat licht en lucht ons vreemd waren

Was alles voelen.


Van vinnen, vingers of tenen

Was nog geen sprake.

We werden, zelf

Louter onbegrip, volkomen

door de wereld begrepen.


We waren heel en al 

Sprakeloos.


Met het opklaren van de hemel

En het klaren van het water

Begon het happen

Naar adem.


We leerden wat verblind zijn was

En keerden na jaren het diepe

Duister de rug toe.

Zeiden de vissen vaarwel

Veroverden het land.


Leerden van vechten

En vluchten en dansen

En vrijen en eenzaamheid.


We legden wegen aan

En brachten in kaart

Hoe verdwaald

We in wezen

Wel waren.


We achten ons ver

Verwijderd van de diepzee

Daar op de bodem

Van een onbestemd heelal.


We gaven wat naamloos was

Een naam, en met die naam

Betekenis, in weerwil van

De stilte die pijn deed

Aan onze oren.


Het liefst van al wilden we

Dit alles ontstijgen

Met goden, geloof, genot, gekte

En genialiteit, het zou ons lukken

Daar te komen,

Het had iets voorbestemds

Althans, zo had één van ons verzonnen.


Lang voor we boven water kwamen

Was alles donker.

En omdat licht en lucht

Ons vreemd waren

Was alles voelen.


Van vinnen, vingers of tenen

Was nog geen sprake.

We werden, zelf

Louter onbegrip, volkomen

door de wereld begrepen.


We waren heel en al 

Sprakeloos.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten