2.5.15

Affordance

Dat je daar zo, in al je verschillen, nog steeds op mij lijkt
Maakt je bij voorbaat al verdacht.
"Homo. Pedofiel. Moordenaar. Klootzak. Strever. Snob."
Ongeacht de namen die ik je geef
Het blijft maar lijken op liefde.

Daarom mijn aanklacht:
Aan jou is geen ontkomen meer aan.

Ik heb alvast een volksjury samengesteld.
Want onder gelijkgestemden is het makkelijker
Zoeken naar wat ons van jou onderscheidt.
Verschillen van elkaar doe je beter niet alleen.

Om jou dan voor eens en voor altijd te veroordelen.

Hoe ongepast is het niet
Dat jij van mij toelaat in deze wereld
Wat ik niet gewenst vind? Wat ik
Niet wens te vinden en ik zodoende
Al jaren vakkundig zoek heb gelegd

Tussen de regels.
Hoort het wit te zijn.
Wij zijn duidelijk

Niet aan elkaar besteed
En toch, voor wat ons rest van altijd
In de echt verbonden
Elkaar op afstand houdend.

De hel zijn niet de anderen.
De hel zijn wij die wat ons tot anderen maakt
Niet langer de liefde gunnen
Die ons voor het leven gegeven is.

"Overheidsdienst tegen discriminatie pest eigen collega weg", De Morgen, 2/05/2015

Het verzenatelier

Een tafel, die - door wat er op ligt het midden houdt
tussen een werkbank en een aanrecht.

Iets wat doet denken aan
hamers, beitels, zaagsel, potten en pannen en restjes eten
En wat daarmee gedaan is
En wat je daarmee nog kunt doen.

De verzen.
Ze zijn niet dood, kunnen bij leven niet verteren.
Wat ik niet kan. Hen een leven wekken,
De jeugd die onontbeerlijk is voor wie de opgave heeft
om eeuwig te zijn.

Het heeft iets van een kunstwerk.
Het schuiven met stof en licht en inzicht.
En alles zo traag waar verandering geen kwestie is
van verschil noch van moeten.

Zolang ze maar, tijd en zij, aan de slag kunnen blijven.
Met elkaar. Of iets met hen beiden.
Het groeien van wat tussenin.

Niemand tot last.
Hoogstens wat rommel, voor de toevallige.
Hoe langer ze hier liggen, hoe beter.

Ik weet het. Zij zijn mijn verzen.
En ik hun dichter. Zo worden wij al jaren
Gedicht.


28.12.14

Taal

Ze is nogal op zichzelf.

Al is dat voor wie haar niet zo goed kent moeilijk
te geloven. Overal kom je haar tegen en telkens
lijkt het alsof ze nooit iets anders heeft gedaan.

Maar eenmaal thuis kan ze uren
zonder iets te zeggen
naast me voor de spiegel staan.

1.7.14

Als bij uitzondering

Als bij uitzondering is vandaag alles anders
Tegen wil en dank gaat alles precies
Dezelfde gang als één wende geleden. Van stilstand
Noch van vooruitgang is er sprake. En aan hoop
Valt geen ogenblik meer te besteden.

Nu de woorden hun betekenis hebben verloren
En de bomen het bos, nu er van dit samenzijn
Niemand is die zich nog afvraagt wat het ertoe doet.

12.2.14

Poëzie is wat je intussen doet.
Omdat het kan.
En omdat het anders zonder moet.
Een beetje zoals leven ook zomaar is
en toch niet om het even.