10.5.13

Hoe zou het zijn? Jouw handje dat verdwijnt in het mijne.
En die stapjes, op precies dezelfde weg. Ik wijs naar een gebouw:
Daar heeft opa nog gewerkt toen papa klein was.

En terwijl ik het zeg is het alweer herschreven. Het is nooit
Nog eens gisteren in mijn hoofd. En er komt een dag
Dat ik dat zal weten en dat jij erbij zal zijn
En dat ook jij je zult afvragen: Hoe zou het zijn?

Zonder dat ik het ooit zal weten.

Blijven schrijven

Soms duurt het even. Niet alleen verstand komt met de jaren. Je leert het wel, dat uit de weg gaan. Je met iets bezig houden dat je ervan weerhoudt om iets onzinnigs te doen. Zoals liefhebben.

Welterusten

Je ruimt de tafel af. Vult een kookpot met aangekoekte kaassaus tot de rand met water.
Om te weken. Je schept wat orde. Gooit droge boterhammen in de vuilnisbak.
Voor de helft opgegeten. Voor de andere helft vergeten.
Je haalt de jas van de keukenstoel en loopt de gang in.
De hanger piept wanneer hij over de stang glijdt. Je hart
Gaat even sneller slaan. Je wil niemand wakker maken, toch?
Terug de keuken in. Daar op het vuur staat nog een pan.
Voor je het licht uit knipt denk je:
Het kon wellicht beter.
Iedere avond ruim je de keuken op.
Zet je de dingen klaar.
Voor wat? Voor wanneer? Voor waar?

3.2.12

soms

Soms kun je over poëzie niets meer zeggen
dan "Dit is een gedicht",
en zelfs daar
wordt aan getwijfeld.

4.8.11

vogel

binnenstebuiten, met niets dan naden om je heen.
wat aan je binnenkant is, staat te lezen. het is alvast
niet te overzien.
niet met de ogen die elk een helft
van de wereld voor hun rekening nemen. niet
met de vleugels die je hoog in de lucht. niet
met je stem om te bezingen
nu je buiten bent
hier vanbinnen
begint de liefde, begint je vlucht
het nemen van de volle teugen
het verdrinken het zat zijn en nooit dronken
tot daar aan toe jij het wel
en het jou nooit
maar dan ook nooit
volledig moe
aan jou is een vogel, gelukkig maar
aan ons is wat men heet een mens besteed
we doen het dan maar met elkaar
voor het leven
tot een van ons beter weet
en wat dan nog
als alles weer in haar plooien valt
en we weer één zijn als weleer
dan baat geen woord en ook geen weten
dan is alles aan het tegenovergestelde
omgekeerd.
wat moeten we dan, hier, in dat intussen
wat strelen aan de lucht
wat zacht de aarde voelen
en ons laven aan een zucht
we zijn te licht om te beseffen
dat wat we doen ook moet zoals het hoort
laten we luisteren en elkaar opheffen
en twijfel zaaien waar verstarring gloort.