2.5.15

Het verzenatelier

Een tafel, die - door wat er op ligt het midden houdt
tussen een werkbank en een aanrecht.

Iets wat doet denken aan
hamers, beitels, zaagsel, potten en pannen en restjes eten
En wat daarmee gedaan is
En wat je daarmee nog kunt doen.

De verzen.
Ze zijn niet dood, kunnen bij leven niet verteren.
Wat ik niet kan. Hen een leven wekken,
De jeugd die onontbeerlijk is voor wie de opgave heeft
om eeuwig te zijn.

Het heeft iets van een kunstwerk.
Het schuiven met stof en licht en inzicht.
En alles zo traag waar verandering geen kwestie is
van verschil noch van moeten.

Zolang ze maar, tijd en zij, aan de slag kunnen blijven.
Met elkaar. Of iets met hen beiden.
Het groeien van wat tussenin.

Niemand tot last.
Hoogstens wat rommel, voor de toevallige.
Hoe langer ze hier liggen, hoe beter.

Ik weet het. Zij zijn mijn verzen.
En ik hun dichter. Zo worden wij al jaren
Gedicht.


0 Jij krijgt het laatste woord.: