29.1.09

Gedichtendag: babelle

Babelle

Ik prevel wat woorden voor me uit, bouw op goed geluk een babel met de speelkaarten die ik al jaren op zak heb. Mijn spel is in de loop der jaren beduidend sterker geworden dan de kaarten zelf. Die plooien onder het geringste gewicht. Kom zelden hoger dan een tweede verdiep.
Gooi dan maar alle kaarten in één keer op tafel. Chaos troef. Zonder het juiste spel zijn de pionnen waardeloos. Dit moet een spel zijn voor verliezers. Ik geniet van het inzicht, beeld me in dat het strategisch overzicht me een voordeel geeft op de andere spelers. De beste loser dat ben ik.
Ingrijpen is overbodig. Ingrijpen is onmacht. Omdat je niet kunt vatten dat begrijpen niet aan de orde is. Je verzint een stuk of wat regels, verdeelt goed geluk over een aantal medepelers en verrijkt je met andermans verlies om na afloop weer als vanouds god weet waar in het leven te staan.
Deelnemen is belangrijker dan winnen. Zal wel. Het leven gaat nergens anders over. Net even anders dan het spel, dat nergens over gaat.
Maar om te antwoorden op je vraag. Ik weet niet waar je het over hebt. Ik heb er de woorden niet voor. Dus zeg jij het maar. Gooi het op tafel. En als je niet weet wat gezegd, laat dan maar. Zegt voor mij al genoeg.

kust haar. prevelt: ik hou van jou
voor wat jij van mij al hebt.

0 Jij krijgt het laatste woord.: