30.11.06

Hoe noodzakelijk zijn regels voor kritiek op het internet?

Dagelijks spuien wereldwijd honderdduizenden bloggers kritiek op zowat alles wat je maar kunt bedenken. Hoe waardevol is die kritiek? Social Bookmarkers zoals Digg.com zijn ervan overtuigd dat de massa zelf bepaalt welke kritieken waardevol zijn. Olie komt vanzelf bovendrijven. Maar klopt die stelling wel? Is het werkelijk overbodig om bloggers te confronteren met de vraag wat goede kritiek inhoudt?

Per dag zien ongeveer 175 000 weblogs het levenslicht, dat is ongeveer 2 blogs per seconde. In oktober van dit jaar stond de teller al op meer dan 57 miljoen.

Een groot deel van die blogs wordt gevuld met kritieken over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het voordeel van een weblog is dat je niet meer aan een medium hoeft te bewijzen dat je een gekwalificeerd criticus bent of een ervaringsspecialist alvorens je aan het bekritiseren kunt slaan.

Iedereen (nou ja, bijna iedereen) heeft met andere woorden de mogelijkheid om een kritiek te uiten die wereldwijd gelezen, gezien of gehoord kan worden. Dat is een ongeziene democratische oefening, me dunkt.

Ik ben de laatste om te beweren dat het alleen de professionals zijn die relevante kritiek kunnen leveren. Daarvoor blog ik zelf al te lang en te graag. Maar wie onderscheid dan nog de goede van de slechte kritieken? En hoe vind je ooit nog relevante kritieken terug in dat gigantische informatiekluwen?

Bij social bookmarking sites zoals digg.com gelooft men sterk in het idee dat de massa volwassen en ontwikkeld genoeg is om kwalitatieve teksten te onderscheiden van rotzooi. Het systeem is bijzonder eenvoudig: plaats een tekst, al dan niet op je eigen site, hang er een paar labels aan en laat mensen stemmen of naar jou linken. Hoe meer stemmen of links, hoe hoger je op de referentielijst komt te staan en hoe groter je autoriteit wordt. Of om het met de woorden van de Digg-ontwerpers te zeggen:

“Digg is a user driven social content website. Ok, so what the heck does that mean? Well, everything on digg is submitted by the digg user community (that would be you). After you submit content, other digg users read your submission and digg what they like best. If your story rocks and receives enough diggs, it is promoted to the front page for the millions of digg visitors to see.” (http://digg.com/about)

Maar komen de beste critici werkelijk bovendrijven? En is het systeem van social bookmarking geen goedkoop excuus om slechte kritieken te schrijven?

Een goede criticus houdt zich aan bepaalde regels. Die komen in de eerste plaats de discussie en de kritiek ten goede komen. Professionele critici worden verondersteld die regels te kennen en ze in acht te nemen. De redacties van traditionele media eisen dit van hun mensen voor ze hen een publiek forum geven. Of dat in de praktijk nog altijd het geval is durf ik te betwijfelen.

In het beste geval hoeft een redactie dat niet te eisen en heeft de criticus zich deze regels zelf eigen gemaakt.

Op het web lijkt dat anders te zijn. Daar hoeft niemand met dat soort regels rekening te houden om de eenvoudige reden dat er niemand is die zegt dat je dat moet doen. Ze worden je als blogger niet aangeleerd en er is niemand die je verplicht om regels in acht te nemen voor je aan het bloggen kunt slaan.

Het is echter vals om te denken dat dit bevrijdend louter werkt. Door een gebrek aan de kritiek op de internetkritiek verzanden heel wat potentieel goede argumenten van professionele en niet-professionele critici in een slappe tekst nog voor eender welke social bookmarker of zoekmachine ze kan oppikken. Wat blijft er dan nog over van je outsidervoordeel (of insidervoordeel voor de ervaringsdeskundigen)?

Waar vind je zo’n regels? Kunstcritica Anna Tilroe geeft een mooie aanzet op de website van het Vlaams Theaterinstituut. (zie ook de volgende post).

Deze tien geboden en verboden zijn geen noodzakelijke voorwaarden om een tekst te publiceren of een commentaar te geven. Je blijft altijd de vrijheid behouden om op [submit query], [send], [post], [reageer!] of ik weet niet wat voor knoppen allemaal te klikken en je boodschap het www op te sturen.

De tien geboden en verboden van Tilroe kunnen wel van pas komen om het publieke debat, want daar draait het om, zo vruchtbaar mogelijk te maken door je argumenten zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen.

Als we toch met z'n allen zo graag willen dat we goede critici worden - elk met onze stijl, elk met onze achtergrond en onze mogelijkheden - en als we willen dat onze opmerkingen gelezen en becommentarieerd worden, dan lijkt het me geen kwaad te kunnen om ons ook op het net af en toe af te vragen wat goede kritiek is, hoe we die kunnen schrijven en of wij die altijd moeten schrijven.

Het is te gemakkelijk om de verantwoordelijkheid af te schuiven op zoekmachines. Zij mogen geen excuus zijn om rotslechte kritieken te schrijven zonder degelijke argumenten, zonder onderbouwde visie, zonder respect voor je tegenstander of de maker van het product dat je bekritiseert.

Regels zoals die van Tilroe zijn geen absolute antwoorden. In het beste geval stemmen ze je blijvend tot nadenken over je visie en je teksten. Alleen op die manier kunnen ze je helpen om je kritiek sterker te maken dan die van eender welke professional.

En laat ze dan nog maar eens proberen om je argumenten te negeren.

Deze tekst kwam tot stand n.a.v. een discussie met Chris van Camp op de Ramblasblog van Klara.

2 Jij krijgt het laatste woord.:

Beck zei

Een blogger is geen criticus, en hoeft zich dus niet noodzakelijk aan die regels van Anna te houden. Die andere benadering heeft ook zijn waarde, maar dat hoef ik hier niet te benadrukken.
Wat ik wel wou zeggen: social bookmarking kan op verschillende manieren werken.
Wanneer je je eigen voorkeur aangeeft voor een artikel duw je dat artikel omhoog. Maar die voorkeur van jou wordt ook bijgehouden en andere mensen die dezelfde artikels interessant vinden komen zo vroeg of laat bij jou terecht.
Zo ontstaat een netwerk van peers, die elkaars leesgedrag kunnen volgen en zo allerlei nieuwe dingen ontdekken. Dat is voor mij veel interessanter dan de wet van de getallen.

Arne S. zei

Dag Beck,

Blogger is geen synoniem van criticus. Daar geef ik je gelijk in. En wat het netwerk van peers betreft, daar volg ik je volledig. Zowat alle links die in de blogrolls staan op deze site (ze wisselen dagelijks) zijn sporen van een zwerftocht door dergelijke netwerken. Ik schat dat ongeveer de helft van de google hits die deze blog genereert het gevolg zijn van social bookmarking.

Maar dat zijn zaken die ik niet betwist. Waar dit stuk over gaat, is over een soort bewustzijn. Wie als blogger kritieken gaat schrijven, die is wel degelijk een criticus. En het lijkt me, blogger of niet, relevant dat mensen vragen gaan stellen bij de waarde van die kritiek.

Daar verbind ik geen conclusies aan om de eenvoudige reden dat ik de bekritiserende blogger niet van zijn kritieken wil houden. Alleen vraag ik hem of hij er zich van bewust is wat hij doet.

Laat ik het anders formuleren. Voor de opkomst van de weblogs, werd er wereldwijd al massaal gedebatteerd over hoe kritiek er uitziet, hoe een criticus te werk gaat en wat zijn of haar functie is. De bevinding van die debatten, welke zijn die en gelden die nu nog steeds? Zijn er nieuwe bevindingen die een waardevol licht kunnen werpen op de klassieke vormen van kritiek? Daar probeer ik antwoorden op te vinden.

Het is, m.i. om de techniek van de kritieken die via weblogs verschijnen te bevragen, bloot te leggen en opnieuw te bekritiseren. Maar dan mag ik dat enkel bij de professionele critici doen? Neen toch? Ik mag mij vragen stellen over de vorm, de techniek en de waarde van iedere kritiek die op het net verschijnt.

Dat laatste is, praktisch gezien onmogelijk. Wat is dan het nut van dit stukje? Dat de schrijvers geprikkeld worden om zichzelf te bevragen, om over hun teksten, over de vorm en de benadering te discussiƫren, om meer inzicht te krijgen in hoe kritiek tot stand komt, hoe ze werkt, hoe ze niet werkt...

Beeld je eens in dat alle kritiek-schrijvende peers daar feedback over zouden leveren.